De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




ZONNEBEKE  -  KASTEEL VAN DE HEER VAN ZONNEBEKE


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)





Op deze prent van Sanderus van omstreeks 1640 is het kasteel van de heer van Zonnebeke te zien, aangeduid als « ‘t Huijs Vanden Heere Van Zonnebeke »

Zonnebeke werd voor het eerst vermeld in 1072 als « Sinnebecche ».

Zonnebeke en de omgeving ervan waren reeds vrij dicht bevolkt vanaf de vroege middeleeuwen, en omgeven door drie grote boscomplexen: het "Vrijbush", het boscomplex ten westen en ten noordwesten van Ieper en dit dat de gemeenten Passendale, Moorslede, Beselare, Geluveld en Zillebeke omvat.

Voor 1000 na Christus was er een eerste ontbossing en ontginning.

Op het einde van de 11e eeuw - begin 12e eeuw was er een meer systematische ontginning.

In Zonnebeke waren er twee grote kloosters: de Augustijnenabdij (van 1072 tot 1796) in het dorpscentrum met de abdijkerk als parochiekerk en de Benedictinessenabdij Nonnebossche (van 1101 tot 1583) gelegen in het gelijknamige bos, die echter verwoest werd in de 16e eeuw tijdens de godsdiensttroebelen en nadien werd voortgezet te Ieper.

Het ontstaan van de Augustijnenabdij - en vermoedelijk ook van de Benedictinessenabdij - was nauw verbonden met het bestaan van de heerlijkheid van Rollegem, die als kern een omwald motekasteel met neerhof had, gelegen tegenover de kerk.

Het Huis van de heer van Zonnebeke, afgebeeld op deze prent, was dus eigenlijk het Huis van de heer van Rollegem.

In 1072 schonk de heer van Rollegem, die toen ook burggraaf was van Ieper, een gebied met de opdracht om er een abdij te bouwen.

Bisschop Drogo van Terwaan stichtte in 1110 een kapittel.

In 1142 werd het kapittel een Augustijnenabdij.

De kloosterkerk stond op de plaats waar nu de Onze-Lieve-Vrouwekerk staat.

Op 20 juli 1578 belegerde een leger van de Gentse Republiek Ieper. Op 22 december 1579 werden de Zonnebeekse Augustijnenabdij en de kerk in brand gestoken en ten gronde vernield. Ook boerderijen (waaronder de hofstede van de abdij) gingen in vlammen op en de burgers vluchtten. Het leidde tot een langdurige ontvolking van de streek.

Omwille van de onlusten werd de abdij van 1584 tot 1608 verlaten. De paters namen hun intrek in een aangekochte refuge binnen de stadswallen van Ieper. In 1608 werden de abdij en de kerk onder een nieuwe abt heropgebouwd.

In 1609 kwamen de paters naar Zonnebeke terug en er braken betere tijden aan.

In 1698 kocht abt Jacobus Piers de heerlijke rechten af van de heer van Rollegem, Jozef Karel Franciscus de Trammecourt.

Vanaf nu was de abt de enige heer van Zonnebeke en bezitter van bijna het volledige grondgebied. De abdij verwierf onder andere het oorspronkelijke motekasteel.

Het kasteel werd gesloopt in de loop van de tweede helft van de 18e eeuw, maar het neerhof bleef bewaard tot in 1914.

Op de plaats van de vroegere Augustijnenabdij werd een nieuw "kasteel" gebouwd door de familie Iweins.

(Bronvermelding: Wikipedia; Zonnebeke.be; Onroerenderfgoed.be)