De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




WIELSBEKE  -  KASTEEL HERNIEUWENBURG (VOORMALIG GOED 'TEN BROUCKE')


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)




Op deze prent van Sanderus is het voormalige goed “ten Broucke” te zien in Wielsbeke (provincie West-Vlaanderen).

Op de huidige locatie bevindt zich thans het kasteel Hernieuwenburg.

Dit kasteel was vroeger bekend als het goed “ten Broucke”. Het leen en goed "ten Broucke" was een heerlijkheid met lage rechtspraak, onder bevoegdheid van het Kasteel van Kortrijk en het Leenhof van Tielt. Ze had recht op een baljuw, onderbaljuw, sergeant en zeven schepenen, laatst genoemde enkel bevoegd voor lage rechtspraak. Er waren vier achterlenen. De leenhouder in 1359 was Wouter van Harelbeke. Enkele jaren later (1366) was het bezit al overgegaan op Johanne van Harelbeke.

Via huwelijk ging de heerlijkheid begin 15e eeuw over op Tristam Uuten Zwane, heer van Wakken. In 1484 gaf Filips Uuten Zwane het leen ten Broucke in pand aan Joris van Crombrugghe. Laatstgenoemde kocht de heerlijkheid in 1485.

Op deze prent van Sanderus in de Flandria Illustrata wordt het kasteel afgebeeld en vermeld als "Curia Ten Broucken", eigendom van de heer Ghiselbert Franciscus van Crombrugghe. De afbeelding toont een eenvoudig kasteel omgeven door een vierkante slotgracht. Binnen de omwalling staat een herenwoning met trapgevel (nok noordwest-zuidoost), haaks daarop staat een lager volume aangebouwd waardoor een L-vormig grondplan wordt gevormd. In de oksel bevindt zich een traptorentje. Het kasteeltje is bereikbaar via een stenen boogbrug en poort. Aan de noordwestelijke zijde tegen de walgracht staan twee kleine gebouwtjes, mogelijk bakhuisjes.

Op het neerhof staat op de prent van Sanderus een langgerekt volume met trapgevel dat vermoedelijk boerenhuis, schuur en stallingen herbergt, met aan de noordzijde een vrijstaande duiventoren, eveneens met trapgevel. De kasteelsite is toegankelijk via een stenen poort tegenaan de zuidhoek van de walgracht, ten noorden van de walgracht bevindt zich een kleiner poortje.

In 1720 was het kasteel eigendom van de erfgenamen van jonker Frans de Crombrugghe. Na zijn dood trouwde diens dochter met ridder Ildefons van der Bruggen en kwam de heerlijkheid met het kasteel dus in handen van de familie van der Bruggen.

Omstreeks 1780 werd het kasteel, vermoedelijk na een grote brand, volledig herbouwd. Het nieuwe kasteel, gelegen op een oude mote, telde een vierhoekig grondplan met zeven traveeën en drie verdiepingen en was omgeven door walgrachten, bereikbaar met een stenen brug. De hoofdtoegang werd aan weerszijden geflankeerd door gebouwen. Links lag een grote hoeve of neerhof, rechts de paardenstallen, koetshuizen en oranjerieën.

Het kasteel bezat eertijds een schilddak in plaats van het huidige mansardedak.

Het park rondom het kasteel bestond uit een recht drevenpatroon die het beboste gebied doorsneed. Vanaf het kasteel keek een zichtas in de dreven van huidige Kapellestraat en Kasteeldreef. Het geheel werd nog omgeven door een ruime omwalling.

Rond 1860 liet kasteelheer Frederic-Charles van der Bruggen de zuidwestelijke uitbouw van het kasteel vernieuwen.

Het huidige classicistisch/ neoclassicistisch uitziende kasteel dateert volgens sommige bronnen van 1870, door de familie van der Bruggen heropgebouwd op grondvesten van de oude gebouwen.

In 1881 werd het kasteel uitgebreid aan de noordelijke hoek. Aan de zuidelijke hoek wordt bij de uitbouw een serre gevoegd. In 1882 werd een portiek aan de ingang toegevoegd. Het koetshuis werd uitgebreid aan de noordoostzijde om er een hovenierswoning te installeren. Vanaf 1895 werd het kasteel de vaste verblijfplaats van baron Maurice van der Bruggen.

In 1905 werd het kasteel opnieuw verbouwd. Voor de ingang van het kasteel werd de brug afgebroken en een stuk van de walgracht gedempt.

Na de dood van het kinderloze echtpaar van der Bruggen werd het kasteel met domein door erfgenaam baron Peers de Nieburgh verpacht, vanaf 1935 aan de K.S.A.

Van 1935 tot 1965 werd "Ten Broucke" gebruikt als kampheem en studiecentrum van de Katholieke Studenten Actie (K.S.A.) West-Vlaanderen. Het kasteel werd in 1935 herdoopt tot "Hernieuwenburg", zogenaamd naar de K.S.A.-leuze: "Vlaanderen hernieuwen in Christus".

In 1935 werd een stuk grond aan de straatzijde aan de V.Z.W. Hernieuwenburg verkocht, die er in 1937 het kampheem "Vogelsang" liett oprichten.

In 1940 wordt het pas gebouwde zaaltje door Duitse troepen in brand gestoken. Ook een schuur en de paardenstallen werden afgebrand en de serre vernield.

Ook de resterende gebouwen van het neerhof, behorende bij het kasteel, werden gedurende de 20e eeuw geleidelijk aan vervangen door andere gebouwen met uiteenlopende bestemmingen.

In 1950 werd het kampheem herbouwd. In 1964 werd het kasteeldomein aangekocht door de gemeente Wielsbeke.

De bredere bekenstructuur rond het kasteelpark en langs de dreven werd gedempt in 1966. Sinds eind 1970 is het kasteel in gebruik als gemeentehuis.

Het gebied ten noorden van het kasteel werd vanaf 1970 verkaveld. In 1972 werd ten noordoosten van het kasteel een nieuwe sporthal met bijhorende gebouwen gerealiseerd.

Rond 1976 worden de laatste resten van het koetshuis verwijderd en werd op dezelfde plaats een cultureel ontmoetingscentrum gebouwd.

In 1981 werden wijzigingen aan de achterzijde van het kasteel aangebracht, waarbij oudere aanbouwen werden afgebroken om plaats te maken voor een nieuwe uitbouw op de noordhoek.

Het omringende kasteelpark heeft zijn oorspronkelijke glorie verloren. Nog enkele oude hoogstammige bomen in een dreef herinneren aan een vroegere tuinaanleg.

Het domein is thans omgevormd tot een recreatiedomein met uitgebreide sportinfrastructuur.

Een bult in het park duidt vermoedelijk de plaats aan van een oude ijskelder.

(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be)