De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




WESTOUTER - PANORAMA


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)




Op deze prent van Sanderus is een panorama te zien van het dorp Westouter, zoals het er uitzag omstreeks 1640.

Westouter ligt in de provincie West-Vlaanderen en is sinds 1977 een deelgemeente van Heuvelland.

Het dorp werd reeds vermeld in 1089 als “Wistaltare”.

In het dorp werden reeds neolithische vondsten gedaan.

Westouter werd in 1069 opgericht als een zelfstandige parochie. Waarschijnlijk werd in die periode de Sint-Eligiuskerk (1) gebouwd. Het was vermoedelijk een romaanse kruiskerk. Het patronaat van de Sint-Eligiuskerk was eerst afhankelijk van het kapittel van Terwaan, later van het bisdom Ieper.

Over de begingeschiedenis van Westouter is slechts weinig geweten. De basis gaat terug tot het bestaan van een castrale mote (of motte) met een neerhof op deze plaats.

Op deze prent van Sanderus is de Oude Mote (5) nog duidelijk zichtbaar.

Een mote is een door de mens opgeworpen aarden heuvel die thans een relict vormt van één van de oudste kasteelvormen in Vlaanderen: het motekasteel. Het is tevens één van de vroegste waarneembare uitingen van adeldom en heerlijke macht in onze regio’s.

De introductie van het motekasteel kan worden gesitueerd in het tweede kwart van de 11e eeuw. De opkomst van dit type versterking hangt samen met het ontstaan en verspreiding van de feodaliteit en de behoefte om status te etaleren en macht ten toon te spreiden. Dit kasteeltype van de hoge adel werd al snel als voorbeeld genomen door de lagere edelen, die eveneens de strategische voordelen van het motekasteel inzagen.

In de loop van de 12e en de 13e eeuw werden bijna overal in Vlaanderen op grote schaal mottekastelen gebouwd die fungeerden als hoofdplaats van een lokale heerlijkheid. Ze verloren meer en meer hun militaire betekenis maar bleven lang populair wegens hun grote symbolische kracht.

In de structuur van een mote onderscheiden we het opperhof (de burcht) en het neerhof (de voorburcht). Het opperhof van een motekasteel bestaat uit een imposante aarden heuvel. Overwegend gaat het om een opgeworpen, regelmatig gevormde ronde heuvel met een diameter van 20 tot 100 meter en een hoogte die kan variëren van minstens 3 meter tot soms 20 meter. De heuvel is omringd door een circulaire gracht met een oorspronkelijke breedte van 10 tot 30 meter. Het neerhof sluit aan bij de moteheuvel en omvat de gebouwen met woon- en werkfuncties, soms ook een kapel of kerk.

Het is nog niet duidelijk wanneer het opperhof en het neerhof van deze mote in Westouter werden gebouwd en ook niet wanneer deze werden afgebroken.

Waarschijnlijk was er, in de loop van de 16e eeuw, een verschuiving van de castrale site naar een omwalde kasteelhoeve.

Het ging om een langwerpige, omwalde site waarbij de Kemmelbeek werd opgenomen in de omwalling. De heerlijkheid Westouter was aanvankelijk een leen die behoorde tot de kasselrij Belle (door Sanderus “Belleambacht” genoemd).
Op deze prent van Westouter is het voormalig Kasteel van de heer van Westouter (2) ("'s Heeren Huys Belleambacht") te zien.

Verschillende heren van Westouter behoorden tot de familie de Pollinckhove.

Jacob van Pollinchove huwde in 1508 met Elizabeth Van Lichtervelde, de schoondochter van Adriana Van der Gracht. Zijn echtgenote Isabella van Lichtervelde was de zuster van Wouter, die na het overlijden van hun moeder Adriana van der Gracht de heerlijkheid van Westouter had geërfd.

Hij sneuvelde in 1517 te Corcum zonder nakomelingen van zijn echtgenote. De heerlijkheid van Westouter ging dan over naar Daniel van Croix, zoon uit het tweede huwelijk van Adriana van der Gracht met Geraard van Croix. Maar deze overleed in 1531 ongehuwd. Bijgevolg ging de heerlijkheid van Westouter over op Isabella van Lichtervelde, echtgenoot van Jacob van Pollinchove. Deze noemde zich daarna ook heer van Westouter.

Zijn zoon en opvolger als heer van Westouter, Frans van Pollinckhove, werd in 1546 door schenking van zijn vader heer van Westouter.

Hij ontdeed zich, allicht uit financiële noodzaak, tussen 1556 en 1559 van zijn voornaamste leengoederen in de kasselrij Veurne, nl. de Overdrach en het Hof van Pollinchove, om zich terug te plooien op Westouter. De familie verliet hun bakermat Pollinkhove en verankerde zich in Westouter. Hij overleed 22 december 1582.

Diens zoon, die ook Frans heette, erfde van zijn vader onder meer de heerlijkheid Westouter.

Ook hij had een zoon die Frans heette. Deze werd dan heer van Westouter. Hij was gehuwd met Claudine De Hannon.

Zij waren de bewoners van het kasteel op het ogenblik dat deze prent van Sanderus werd opgemaakt.

In het midden bovenaan is het wapenschild van Pollinchove afgebeeld met als helmteken een gevleugelde draak. Rechts is ook een wapen in ruitvorm afgebeeld met daarin gedeeld, het wapen van Pollinchove en het wapen de Hannon.

Sanderus vermeldt in een tekst die hij schreef over Westouter: “Het Kasteel behoort tegenwoordig nevens de Heerlykheid, aan den Edelen Heer François van Polinchove; doch de Landeryen, zijn ten deele onder de Kasselrije van Kassel, gelegen, en behoorden voormaals aan de Heeren van Bailleul”.

Ook zij hadden een zoon die Frans werd gedoopt. Deze werd op zijn beurt Heer van Westouter. Hij was geboren in 1629 en stierf in 1700. Hij huwde met Maria Catharina Bulteel.

Hun dochter, Maria Catharina Claudine, werd, op een leeftijd van amper 3,5 jaar bij het overlijden van haar vader, de dame van Westouter. Zij overleed in 1777. 

Het was een verwante, Frans Bulteel die als haar voogd in haar naam het leenverheffingsrecht voor de heerlijkhed Westouter betaalde. Zij huwde in 1716 met François Louis Joseph Du Mont de Beaulieu.

De heerlijkheid Westouter ging daarna over op François Hubert Honoré Dumont de Westoutre, heer van Haynecourt en Beaulieu. Rond 1787 werd hij onbekwaam verklaard in het beheer van zijn bezittingen.

Onder invloed van de Franse Revolutie en de daaropvolgende Franse bezetting van delen van Europa werden enkele jaren later de feodale rechten afgeschaft. De heerlijkheden werden vanaf dan ondergebracht in gemeenten.

Waarschijnlijk maakte de driedelige hoeve, die te zien is tussen het kasteel en de kerk, deel uit van het neerhof van het kasteel. Sanderus heeft deze hoeve niet opgenomen in de legende bij de prent.

Anderzijds ligt er iets verderop, meer noordwaarts, langs de huidige Boezingestraat een grote hoeve die recent werd omgebouwd tot een vakantiehoeve en die men “Het Neerhof” noemt. Ook deze hoeve zou het neerhof kunnen zijn geweest van de kasteelsite.

Maar dan is het wel vreemd dat Sanderus of zijn medewerkers deze hoeve (langs de Boezingestraat) niet hebben opgenomen in hun panoramische tekening. In andere prenten van Sanderus worden opperhof én neerhof weergegeven.

We zien tevens op de prent het Huis “Corne Blomme” (3), aangeduid in de legende als de "Corne Blomme - Mathematische Schole". Dit was de werkplaats van Vaast du Plouich (ook soms Vedastus de Plouich genoemd), één van de illustratoren van de "Flandria Illustrata" van Sanderus.

De Sint-Eligiuskerk (1), de parochiekerk van Westouter, gelegen langs de “Plaetse” (huidige Sulferbergstraat) was gedurende eeuwen een driebeukige hallenkerk met een middentoren. Deze prent van Sanderus is de oudst bekende afbeelding van deze kerk. De kerk was voorzien van een achtzijdige bovenbouw, een aanleunend traptorentje en een lager koor met een vlakke sluiting, geflankeerd door een noordelijk zijkoor. De dichtgemetselde, rondbogige doorgang onderaan de toren, rechts van het traptorentje, verwijst waarschijnlijk naar de oorspronkelijk romaanse kruiskerk die tussen 1069 en 1640 werd aangepast.

Ten zuiden van de kerk is de Oude Mote (5) ("d'oude Motte") te zien.


Rechts van de kerk is de toenmalige Pastorie (4) te zien.

We zien de “Strate naar Belle” (huidige Bellestraat), de “Strate naar Poperinghe (huidige Poperingestraat), de “Strate naar Nieukercke” (huidige Siulferbergstraat) en de “Schremynckelstrate” (huidige Schomminkelstraat).

De kasselrij Belle kwam in 1678 met de Vrede van Nijmegen in Franse handen.

Bij een decreet van 1781 werden Westouter en de heerlijkheid Vleminckhove naar Vlaanderen overgeheveld en ingeschakeld in de generaliteit der Acht Parochies. Westouter behoorde toen tot de Oostenrijkse Nederlanden.

De Sint-Eligiuskerk (1) werd zwaar beschadigd door een brand in 1794 bij de Franse invasie.

Op de plaats van het Huis “Corne Blomme” (3) langs de huidige Poperingestraat werd, waarschijnlijk omstreeks 1877, de brouwerij Cornblomme opgericht. 

De Sint-Eligiuskerk (1) werd van 1805 tot 1807 hersteld. Deze herstellingswerken voorzagen een verlenging van het schip met één travee, de afbraak van de oostelijke koorpartij en de bouw van een nieuw koor met een apsis aan de westzijde; hierbij werd de vrijstaande torenvoet tot een portaal omgewerkt.

Op de Atlas der Buurtwegen, die de situatie rond 1841 weergaf, was het meest opvallende element nog steeds de circulaire structuur in het centrum van het dorp. Het betrof het enige overblijfsel van de omwalling van de motte. 

De Eerste Wereldoorlog, in het bijzonder de Slag om de Kemmelberg in 1918, heeft ook op Westouter een grote impact gehad. Bijna het volledige dorp lag in puin. In de dorpskom van Westouter bleven slechts enkele gebouwen van de totale verwoesting gespaard.

De belangrijkste waren de voormalige brouwerij 'Corneblomme', het vroegere Huis “Corne Blomme” (3) en de aanpalende herberg 'In de Zwaan - Oud Gemeentehuis'.

De Sint-Eligiuskerk (1) werd grotendeels vernield tijdens de Eerste Wereldoorlog. Enkel de romaanse kerktoren bleef over.

Ook de Pastorie (4) werd volledig vernield.

In het begin van de jaren 1920 werd een nieuwe pastorie gebouwd langs de huidige Hellegatstraat in Westouter.

Na de oorlog werd het dorp weer opgebouwd, met quasi een behoud van het vooroorlogse stratenpatroon.

In het begin van de jaren 1920 werd de Sint-Eligiuskerk (1) in een neogotische stijl herbouwd tot een driebeukige hallenkerk, deels op de oude grondvesten, met toevoeging van een doopkapel en een sacristie en een verlenging van het
koor.

Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog had het dorp te lijden onder verschillende luchtaanvallen. Westouter werd bevrijd in september 1944 door de Eerste Poolse Pantserdivisie. De Poolse bevrijders werden hiervoor geëerd met de bouw van een kapel op het dorpsplein, gewijd aan de Zwarte Madonna van Częstochowa.

In de tweede helft van de 20e eeuw werd de brouwerij in het Huis Corne Blomme” omgevormd tot een feestzaal/restaurant.

De Sint-Eligiuskerk (1) heeft nog steeds een omringend kerkhof met onder meer een Britse militaire begraafplaats "Westouter British Cemetery", afgezet met een bakstenen muurtje en gietijzeren hekken aan de straatzijden.

(Bronvermelding: deze tekst werd opgemaakt in 2025 en is gebaseerd op info van Onroerenderfgoed.be, Wikipedia en een PDF-bestand van Pieter Donche genaamd “De familie van Pollinchove in de kasselrij Veurne, te Westouter, Doornik en Douai” via Westhoek, jrg. 36, nr. 2, najaar 2020)