De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




WAREGEM - KASTEEL VAN POTEGEM


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)





Het kasteel van Potegem bestaat thans nog, zij het in een gewijzigde vorm. Het is gelegen op een vrij ruim domein op de hoek van de huidige Zuiderlaan en de Holstraat in Waregem (provincie West-Vlaanderen). Het domein is omgeven door een muur langs de Zuiderlaan en aan de Holstraat van de straat afgescheiden door enerzijds de Gaverbeek die ten oosten langs het kasteeldomein loopt en anderzijds door een halfhoge bakstenen muur met stenen plantenbakken, leibomen en op het domein een dichte haag. In de noordoosthoek van het domein bevindt zich een zwaar verbouwd woonhuis, vermoedelijk teruggaand op de voormalige kasteelhoeve, gedateerd op de zuidelijke zijpuntgevel.

Het kasteel ligt binnen een vooraan vrij brede omwalling en is bereikbaar via een oprit vanuit de Zuiderlaan en een platte, drieledige, verankerde bakstenen boogbrug met borstweringen en arduinen afdekplaten. Ten oosten en ten zuiden van het kasteel bevindt zich binnen de omwalling een aangelegde tuin met onder meer een vijver en rozentuin.

Het kasteel is van oorsprong een middeleeuws kasteel, dat vóór de restauratie van 1926-1928 zeker opklom tot de 17de eeuw, zoals ook weergegeven door Sanderus in zijn publicatie van 1641.

Het kasteel bestond vroeger uit een hoofdvolume, dwars naar de huidige Holstraat gericht, en achteraan aansluitend een klein dwarsvolume (met quasi zelfde breedte als het hoofdvolume). Het hoofdvolume is vooraan aan weerszijden geflankeerd door een kleine zijvleugel - van ongelijke hoogte - op een bijna vierkant grondplan. Het hoofdvolume is afgewerkt met een puntgevel; het achtervolume en de twee kleine zijvleugels zijn afgewerkt met trapgeveltjes.

Sinds de verbouwing van de jaren 1920 lijkt het geheel aangepast tot een dwarsvleugel met voorgeplaatste toren. De toren is geflankeerd door twee gedeeltelijke trapgevels die als het ware deels achter de toren schuil gaan. De centrale ingang bevindt zich in de toren en links ervan lijkt de begane grond opengewerkt met een open gaanderij met bovenliggend balkon en rechts ervan trekt een uitkragende erker de aandacht.

Het domein Potegem werd voor het eerst vermeld in een akte uit 964-965 waarin Arnulf I de Grote, toenmalig graaf van Vlaanderen, vastlegde om een deel van zijn bezittingen in onze streek aan de Sint-Pietersabdij van Gent te schenken. De schenking omvatte heel Desselgem en belangrijke delen van Beveren-Leie en Waregem. Vermoedelijk was Potegem in die periode een versterkte burcht.

Circa 1260-1270 verdween Potegem uit het bezit van de Gentse Sint-Pietersabdij en ging naar verluidt over naar de familie van Petegem uit Oudenaarde. Waregem bestond op dat ogenblik uit verschillende heerlijkheden en lenen. Het grootste deel van het huidige Waregem behoorde tot de kasselrij Kortrijk. De rest, waaronder ook de heerlijkheid Potegem, maakte deel uit van de kasselrij van Oudenaarde. De baron van Ingelmunster, die heer van Waregem was, bezat het centrum van de gemeente. Maar toch was de heer van Potegem in feite de machtigste man; hij had namelijk rechtsmacht in zowel lage, als middelbare en hoge graad en bezat dus het recht om de doodstraf uit te spreken.

Wellicht rond 1400 waren de heren van Potegem ook in het bezit van de heerlijkheid Vive of Leeuwergem. Het toenmalige kasteel vormde dan het foncier van de heerlijkheid Leeuwergem, vermoedelijk omwille van de gunstige ligging in de dichte nabijheid van het centrum van Waregem, doch het werd genoemd naar de belangrijkste heerlijkheid van de heren op dat ogenblik, zijnde Potegem.

In de 16de eeuw werd Walter van Potegem vermeld als derde graaf van de heerlijkheid van Ingelmunster en dus bewoner van het kasteel te Potegem. Omdat Walter van Potegem het verzet tegen de Spaanse bezetter steunde, net als de heren van Kruishoutem, Wortegem en Nokere, werd het kasteel van Potegem zwaar onder vuur genomen. Tijdens het schrikbewind van Ferdinand van Alvarez, uit onze geschiedenisboeken bekend als de Hertog van Alva (1567-1573), zagen veel bewoners zich genoodzaakt te vluchten.

De steun moest geheim blijven, maar kwam uiteindelijk toch ter ore van de spionnen van Ferdinand van Alvarèz. Onmiddellijk droeg deze de hertog van Castilië op om de muitende heren op te pakken en hun burchten in te nemen.

Eerst ging het slot van Kruishoutem in de vlammen op, daarna dat van Wortegem. In Nokere was de burcht verlaten, dus op naar Potegem. Hier werd zo fel gevochten dat de bewoners zich genoodzaakt zagen te vluchten.

De bewoners hielden zich verborgen in de onderaardse gang die het kasteel verbond met de Sint-Amandus en Sint-Blasiuskerk op de Markt. De burcht brandde gedeeltelijk uit, en de graaf dook onder in Gent. Hij bleef een gezocht man tot de Spaanse koning Filips II hertog Alva liet terugroepen. De veroordeelden kregen genade. Walter van Potegem bleef in Gent waar hij enkele jaren later vermoord werd tijdens een stadswandeling.

In zijn Flandria Illustrata beschreef Sanderus het als een fraai kasteel. Het kasteel is omwald door een dubbele omwalling, staat via een dubbel poortgebouw en een lange dreef rechtstreeks in verbinding met het centrum van Waregem, zijnde de Markt met de kerk. Deze situatie is ook af te lezen van de verschillende historische kaarten tot circa 1800.

De heren van Potegem (op het einde van de 18de eeuw de familie de Villain XIII) woonden op het einde van de 18de eeuw op verschillende locaties maar slechts uitzonderlijk op het kasteel in Waregem, dat was gedegradeerd tot zomerresidentie die werd beheerd door een verantwoordelijke. Deze laatste, waaronder Godefroid Boulez (1749-1829), bewoonde vermoedelijk niet het kasteel zelf maar één van de bijgebouwen. Op het einde van de 18de eeuw vervingen de Franse bezetters de eeuwenoude feodale structuur door een rationele indeling in gemeenten. De heerlijkheid Potegem ging op in de gemeente Waregem. In 1792 wordt het kasteel ingenomen en geplunderd door de sansculotten, waardoor het ernstige schade leed.

In 1830 richtte de familie Van Robaeys, die het kasteel kon aankopen van de familie de Villain XIIII, in het kasteel een exclusief jongenspensionaat op waar onder meer Felix De Ruyck, de latere kasteelheer van kasteel "Casier" in de Stationsstraat te Waregem, zijn opvoeding kreeg. In 1899 werd het kasteel aangekocht door het O.C.M.W. die het van
1902 tot 1908 verhuurde aan de familie Storme en van 1908 tot 1925 aan de familie de Craene.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het kasteel gedurende acht dagen beschoten. In 1925 verkocht het O.C.M.W. het kasteel aan textielfabrikant Robert Vindevogel die de opdracht gaf het kasteel volledig te restaureren. Het kasteel werd in 1926-1928 verfraaid en uitgebreid.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd de ondergrondse gang tussen het kasteel van Potegem en de kerk op de Markt door de verzetstrijders van de Witte Brigade waarschijnlijk gebruikt om te spioneren en de plannen van de bezetters te dwarsbomen. Er zijn echter geen documenten die dit kunnen staven.

De verzetsstrijders hadden trouwens een eed gezworen om geen foto's of plannen van de tunnel te maken.

(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be; Waregem.be)