De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
WAASTEN - PANORAMA
(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)
Deze prent van Sanderus toont ons een panorama van omstreeks 1640 van de stad Waasten in de huidige provincie Henegouwen.
Waasten (in het Frans Warneton) is sinds 1977 een deelgemeente van de stad Komen-Waasten (in het Frans Comines-Warneton) sinds 1977.
Net zoals Komen ligt Waasten langs de rivier de Leie, waarvan de oude bedding de grens met Frankrijk vormt. Twee beken, de Douve en de Warnave monden uit in de Leie.
Waasten, een middeleeuwse heerlijkheid die een kasselrij werd, was trots op haar relatieve belang. Vanaf de 11e eeuw had ze een kerk, een brug, een kasteel en kort daarna een abdij.
Waasten werd in 1249 als een stad vermeld, maar besloeg slechts een klein deel van de heerlijkheid Waasten, een aanzienlijke heerlijkheid die in de 13e eeuw tot kasselrij werd verheven en waarin diverse kastelen stonden, ook in de naburige plaatsen en langs de Leie in het deel wat tegenwoordig Frans gebied is.
Waasten was een knooppunt van doorgang en verkeer langs de oevers van de Leie; haar grondgebied strekte zich uit aan beide zijden van de rivier. Deze geografische en strategische ligging werkte echter vaak tegen haar. Door de economische, politieke of territoriale ambities van naburige mogendheden werd de stad regelmatig geplunderd.
De heerlijkheid Waasten behoorde in 1080 aan Robert, heer van Péronne en Vermandois. Zijn zoon, Eudes, werd monnik in Cluny en Waasten werd als bruidsschat geschonken aan de dochter van Robert, Adèle bij haar huwelijk met Robert le Gros, heer van Bethune. De heerlijkheid kwam achtereenvolgens in handen van Willem le Gras (1129-1144), Robert le Roux (1145-1191), Willem le Roux (1191-1214), Daniel le Roux (1215-1226) en Robert de Bethune (1226-1248). De heren van Waasten behoorden vervolgens tot aanzienlijke families. Allereerst de grafelijke familie Dampierre: Mathilde, eerste vrouw van graaf Gwijde van Dampierre (van 1249 tot 1264), haar oudste zoon, graaf Robrecht van Bethune en diens zoon, Robrecht van Kassel.
Vervolgens kwam de heerlijkheid aan het Huis Bar, het Huis Luxemburg, en het Huis Oranje-Nassau. Eén van de vele titels van de Nederlandse koning is nog altijd die van Baron van Waasten.
In 1702, na de dood van Willem III van Oranje, koning van Engeland, ging Waasten over op Lodewijk, heer van Isenghien.
In 1713, krachtens de Vrede van Utrecht, kwam het deel van de heerlijkheid ten zuiden van de Leie aan Frankrijk. De heerlijkheid werd ter compensatie op Oostenrijks gebied uitgebreid met de parochies van Nieuwkerke en Dranouter.
Vanaf 1127 was Waasten omwald. De muren werden bij herhaling vernield, maar steeds weer heropgebouwd. Onder keizer Jozef II werden ze echter bouwvallig en verdwenen.
In 1831 werd Waasten, samen met Ploegsteert, een Belgische gemeente. In 1850 splitste Ploegsteert zich af. In 1977 ging Waasten dan op in de fusiegemeente Komen-Waasten.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog liep het front door Waasten. Ploegsteert en het westelijk deel van Waasten werden bezet door Britse troepen, terwijl het oostelijk deel van Waasten, inclusief Komen, Neerwaasten en Houthem, door de Duitse troepen was bezet. Dit alles leidde tot de volledige verwoesting van Waasten.
De Duitsers groeven onder de ruïnes een uitgebreid net van gangen op 8 tot 10 meter diepte. Deze gangen leidden naar bomvrije schuilplaatsen. Na de oorlog werden de gangen gedempt.
De inwoners, die geëvacueerd waren, kwamen na de oorlog weer terug maar moesten de eerstvolgende jaren nog in noodwoningen verblijven. Weliswaar werden de huizen weer herbouwd volgens een nieuw algemeen plan, maar geen enkel historisch pand is thans nog in de regio aan te treffen.
(Bronvermelding: Wikipedia en info van Visitcomines-warneton.be/wp-content/uploads /2022/12/Warneton_au_fil_du_temps.pdf)
1. Sint-Petrus-en-Pauluskerk
Waasten had vanaf de 9e eeuw een kerk met een kapittel van seculiere kanunniken, dat in 1130 werd omgezet in een kapittel van reguliere kanunniken, behorend tot de Augustijnercongregatie van Arrouaise. De bijbehorende abdij heeft bestaan tot 1792, toen de Franse revolutionnairen er een einde aan maakten. De abdijkerk was de Sint-Petrus-en-Pauluskerk.
De Sint-Petrus-en-Pauluskerk werd in 1925 heropgebouwd in een neoromaanse en modern-byzantijnse stijl. De kerk werd ingewijd in 1927.
Bij de archeologische opgravingen op de plek van de vernielde kerk werd het ongeschonden graf aangetroffen van Robrecht van Kassel. Het werd overgebracht naar een crypte in de nieuwe kerk. Deze nieuwe kerk is een indrukwekkend bouwwerk en wordt vaak de « Leiekathedraal » genoemd.
2. Stadhuis
Een eerste stadhuis werd verwoest tijdens een stadsbrand in 1527. Het herbouwde stadhuis werd op zijn beurt verwoest in 1579. Het werd vervangen door een nieuw gebouw, in renaissancestijl.
Midden oktober 1914 werd het stadhuis door de Duitsers bezet. De stormklok diende als gasalarm. In 1915 werd het stadhuis echter verwoest. Op 27 juli 1930 werd het nieuwe stadhuis in gebruik genomen. De zuidelijke gevel werd in 1940 nog getroffen door verdwaalde kogels van de zich terugtrekkende Engelsen.
3. Ieperpoort
Eeuwenlang was de Ieperpoort een onmisbare doorgangsweg. De weg, geplaveid in 1511, zorgde voor de doorvoer van goederen en koopwaar tussen de rivierhaven van Waasten en Ieper.
4. Kasteelruïne
De "Kasteelberg", een natuurlijke of aangelegde heuvel, is een strategische locatie tussen de Leie en de Douve. De locatie was al 4000 jaar voor Christus bewoond.
Al in de 11e eeuw werd op de heuvel, omgeven door water, een kasteel gebouwd, waarschijnlijk van hout. De Heren van Warneton, leden van grote families van buiten de regio verbleven er zelden en vertrouwden de zorg voor hun eigendommen toe aan lokale vertegenwoordigers. Het kasteel werd meerdere malen verwoest. Na de godsdienstoorlogen in de 16e eeuw werd het gedeeltelijk gerestaureerd.
Deze prent van Sanderus toont het kasteel als een ruïne; de materialen werden gebruikt bij de bouw van de citadel van Rijsel.
Het kasteel werd diverse keren herbouwd, vooral in 1390, maar in de loop van de 17e eeuw werd het geleidelijk afgebroken.
De Rue de la Châtellenie, voorheen Rue du Château geheten, loopt thans langs de kerk en leidt naar de kasteelheuvel waar ooit het kasteel stond.
5. Rijselpoort
Tussen de stadswallen stond de Rijselpoort, vroeger bekend als de Barpoort. Net als de Ieperpoort diende ze als doorgang voor de weg die in de 17e eeuw in opdracht van koning Lodewijk XIV van Frankrijk werd aangelegd om Rijsel via Waasten, Ieper en Poperinge met Duinkerken te verbinden. De weg liep daardoor over hoger gelegen terrein en was daardoor minder gevoelig voor overstromingen dan die van Frans-Vlaanderen.
De bouw van de "Rode Brug" over de Leie, vlakbij een fort, is gekoppeld aan het algemene plan van Vauban voor de verdediging van onze gewesten.
Vanaf de 19e eeuw en tot 1935 reed er een stoomtram die Waasten met Ieper verbond, via Mesen en Kemmel, over de Rue de Lille, de Faubourg de Lille en vervolgens de Chaussée de Lille. Deze namen vinden hun oorsprong in de geschiedenis; de Rijselstraat eindigt bij de stadswallen, de voorstad gevolgd door de straat die daarachter uitloopt.
6. Gasthuis
Een gasthuis was in de middeleeuwen een instelling voor de nachtelijke opvang van daklozen. De gasten aan wie een slaapplaats werd geboden varieerden van landlopers tot pelgrims. Later ontstonden vele vormen van gasthuizen, waarvan de belangrijkste de opvang van zieken en bejaarden was. Uit deze gasthuizen zijn het huidige ziekenhuis, verpleeghuis en verzorgingshuis ontstaan, waarvan vele het woord gasthuis nog in hun naam dragen.
Omstreeks 1640 bevond het gasthuis van Waasten zich blijkbaar nabij de Douve, langs de huidige Ieperstraat.
In de buurt van de Ieperpoort werd een kapel gebouwd, gewijd aan Sint-Gillis. Rond 1480 werd bij deze kapel het Sint-Gillisziekenhuis gesticht.
Het is waarschijnlijk deze plaats die door Sanderus wordt aangeduid als “gasthuis” en van waaruit het ziekenhuis is gegroeid.
Tijdens de Franse Revolutie werd de kapel niet langer gebruikt voor erediensten en verdween ze tijdens de Eerste Wereldoorlog.