De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




VLADSLO  -  KASTEEL TER HEYDE


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)





Op deze prent van Sanderus is het Kasteel Ter Heyde te zien, zoals het er uitzag omstreeks 1640.

Het Kasteel Ter Heyde ligt in Vladslo. Vladslo is sinds 1977 een deelgemeente van Diksmuide.

De locatie van dit nog bestaande kasteel situeert zich langs de huidige Terheidedreef in Vladslo. De kasteelsite is gelegen in een bebost gebied. Rondom het kasteel ligt nog steeds een kasteelpark.

Het kasteel is één van de oudste kastelen van de provincie West-Vlaanderen.

Het kasteel was aanvankelijk een versterkte woonplaats van een feodale heer met de rechterlijke bevoegdheid over de heerlijkheid.

Het kasteel werd waarschijnlijk reeds gebouwd op het einde van de 12e eeuw aan een kreek die toen een zee-inham was en diende ter verdediging van de kustlijn. Diederik van de Elzas, graaf van Vlaanderen, gaf het gebied in leen aan de Heren van Oudenburg.

De zuidelijke toren met een rond grondplan is het oudste onderdeel van het kasteel en waarschijnlijk opgetrokken circa 1350. Oorspronkelijk was dit mogelijk een vrijstaande woontoren of donjon.

Toen de zuidelijke toren, vermoedelijk in de 15e eeuw, niet meer voldeed, werd de huidige achterbouw in noordelijke en oostelijke richting aan de toren aangebouwd. Langs de noordelijke zijgevel van dit nieuwe gebouw werd een tweede (trap)toren opgetrokken, als circulatieruimte tussen de verschillende niveaus van het nieuwe kasteel. 

In de 15e eeuw was de kasteelsite in handen van een zekere Jan, heer van Eine. Het Kasteel Ter Heyde had toen reeds een tweeledige structuur met een opperhof en een neerhof.

In 1489 werd het Kasteel Ter Heyde vanuit Diksmuide belegerd door de troepen van Maximiliaan van Oostenrijk.
Vermoedelijk dateren de oostelijke hoofdbouw (de huidige achterbouw) en de noordelijke traptoren uit de 15e eeuw.

Hierdoor werd de bewoning van de zuidelijke woontoren ontdubbeld.

In 1637 verwierf Melchior van Locquenghien door de verdeling van het familiebezit onder meer het Kasteel ter Heyde.

Halverwege de 17e eeuw (vermoedelijk tussen 1637 en 1655) werd het Kasteel Ter Heyde verbouwd en opgeknapt. In deze periode werd het kasteel omgevormd van een buitenverblijf tot een permanente woonst.

Omstreeks 1640 kwam deze prent van Sanderus tot stand. Op deze prent is een rechthoekige structuur (huidige oostelijke achterbouw) te zien die geflankeerd is door twee torens. Langs de westzijde (van toren tot toren) is er een voorplein (waar nu de huidige 19de-eeuwe voorbouw, terras en portaal gesitueerd zijn). Verder heeft het kasteel op de prent de allures van een waterburcht en is er een valbrug aanwezig.

In 1656 werd het kasteel openbaar verkocht vanwege de hoge schuldenlast van van Locquenghien. Het kasteel en de heerlijkheid werd gekocht door Adriaan De Bruyne.

Vanaf 1727 kwam het kasteel in handen van de familie Huwyn.

Op de Ferrariskaart (1777) werd de kasteelsite aangeduid als "Chateau ter Heyde". Deze kaart toonde een achtvormige omwalling rondom het kasteel ten westen en een neerhof ten oosten; hierbij sloot ten noorden een grote rechthoekige omwalling aan. Op de Atlas der Buurtwegen (circa 1841) werd enkel nog een spiraalvormig gedeelte van de omwalling aangegeven.

In 1790 kwam het kasteeldomein toe aan feodaal erfgenaam Patricius Beaucourt de Noortvelde. Het kasteel werd wellicht niet meer permanent bewoond, maar gebruikt als buitenverblijf.

Gedurende de Franse periode (einde 18e, begin 19e eeuw) onderging het kasteel vernielingen en brandstichting. Deze schade ging vooraf aan de bouw- en verfraaiingscampagne van de 19e eeuw.

In 1804 kwam Joseph-Antoine de Crombrugghe de Picquendaele met zijn echtgenote Anne-Louise du Rot in het kasteel wonen.

In 1842 was de oostelijke achterbouw reeds met een halve verdieping opgetrokken en verbouwd in een (neo)classicistische stijl. Wellicht in dezelfde periode wordt het interieur aangepast in empirestijl.

De huidige westelijke voorbouw in neoclassicistische stijl werd wellicht in het midden of de tweede helft van de 19e eeuw gebouwd op het voorplein tussen de twee torens en het oostelijke hoofdgebouw (de huidige achterbouw).

Tussen circa 1850 en het einde van de 19e eeuw werd er langs de oostelijke zijde van het kasteel een derde torenvolume gebouwd.

Op het einde van de 19e eeuw of het begin van de 20e eeuw werd een portaal aan de neoclassicistische façade van de voorbouw aangebouwd.

Vóór 1912 werd de omwalling tussen het kasteel en het neerhof, en ten zuiden van het kasteel gedempt (het restant van de achtvormige walgracht).

In dezelfde periode werd de omwalling langs de westelijke zijde van het kasteel meer naar het westen afgebogen, waardoor het zuidelijk deel van de toegangsdreef werd ingekort en het parkdomein rond het kasteel vergroot.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog lag het kasteel net buiten de frontzone. Het kasteel vormde een Duits hoofdkwartier achter de derde verdedigingslinie.

Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het kasteel door Duitsers ingenomen.

Het Kasteel Ter Heyde bleef in handen van de familie de Crombrugghe de Picquendaele tot het in 2000 verkocht werd aan de nv Janel uit Roeselare. De familie Vermoortel gaf het domein uiteindelijk zijn pracht van weleer terug. Na het overlijden
van architect Hendrik Vermoortel stelde de familie Ter Heyde opnieuw te koop.

Eind 2019 werd het kasteel verkocht aan de familie Vermeersch uit Koekelare.

Het Kasteel Ter Heyde is niet toegankelijk voor het publiek.

(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be)