De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
VEURNE - SINT-NIKLAASABDIJ
(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)
Op deze prent van Sanderus van omstreeks 1640 is de Sint-Niklaasabdij te zien in Veurne. Dit was een abdij die bestond van 1120 tot 1798.
De abdij was gelegen in de omgeving van de huidige Klaverstraat en Boterweegschaalstraat in Veurne (provincie West-Vlaanderen).
In het jaar 1120 werd de Sint-Niklaasabdij opgericht door Jan van Waasten, de 30e bisschop van Terwaan, tevens bisschop der Morienen.
Aanvankelijk bestond de abdij uit kanunniken van Sint-Augustijn. De geestelijke bediening van de kerk van Sint-Niklaas en de kapellen van Sint-Denijs en Pervijze werd toevertrouwd aan de nieuwe abdij. De abdij werd ook door graaf Karel de Goede erkend en begiftigd met gronden.
Milo, de 31e bisschop van Terwaan, schonk de abdij de tiende van Houtem en het patronaat over de kerk van Wulveringem, de altaren van Wulpen, Oostduinkerke en Ramskapelle. Het bezit van de abdij werd verzekerd door paus Eugenius III in 1147 en bekrachtigd door paus Alexander III in 1164 en 1171, door paus Clemens III in 1188 en 1190. De vele bezittingen en voorrechten zorgden voor een uitbreiding van de gemeenschap.
In 1135 werd onder het bestuur van de 4e abt de regel van Sint-Norbert aangenomen, ofwel Premonstreit genoemd.
Een andere bisschop van Terwaan, die eveneens Milo heette, gaf in 1164 de Sint-Niklaasabdij de leiding en toezicht over de abdij van Sint-Augustijn bij Terwaan. Het volgende jaar kreeg de abdij het altaar van de nieuwe kapel van Sandeshove (Nieuwpoort) toegewezen. Philip, graaf van Vlaanderen, stond al zijn rechten aan de abdij af die hij had op gronden te Houtem.
In 1566 werd de abdij een eerste keer verwoest en geplunderd en in 1578 een tweede keer verwoest en afgebroken door de Geuzen.
In 1583 werd door de bisschop van Ieper reeds een nieuwe kapel ingewijd.
Door zijn opvolger werd in 1583 zelfs al de eerste steen gelegd van een nieuwe kloosterkerk binnen de stadsmuren.
Naast de heropbouw van de abdij binnen de stadsmuren werden er ook verschillende colleges opgericht te Veurne en Diksmuide en een seminarie voor studenten van de orde te Dowaai.
In 1699 werd de abdij grotendeels vernield door een brand. Men begon echter kort nadien met het herstel. Ook het zogenaamde prelaatshuis in de abdij werd herbouwd. Het gebouw bestaat nog steeds en is gelegen langs de
Boterweegschaalstraat in Veurne; in een gedeelte ervan is nu het postkantoor gevestigd. Het prelaatsgebouw kende nog aanpassingen omstreeks 1767.
De fries draagt de inscriptie "Anno 1767" en de wapenschilden van abt en abdij zijn nog aanwezig in de hoeken.
De abdij werd door de Franse republikeinen opgeheven. De geconfisqueerde gronden werden in 1796 verkocht. De imposante abdijkerk werd eigendom van H. Harni, inwoner van Veurne, die de kerk echter in 1798 liet slopen.
Van deze Sint-Niklaasabdij is ook nog een restant van het poortgebouw overgebleven langs de huidige Klaverstraat. Het poortgebouw vormt nu een toegang tot een geasfalteerde binnenplaats en garages. Achterin bevindt zich een gebouw, in de 19e eeuw bekend als "Hôtel de la Commerce", maar voorheen was dit waarschijnlijk ook een abdijgebouw.
Het poortgebouw dateert uit het vierde kwart van de 17e eeuw en was een vroeg voorbeeld van de Lodewijk XIV-stijl in Veurne. Het poortgebouw draagt sporen van terug dichtgemetselde winkelramen van 1846 in twee zijtraveeën.
(Bronvermelding: Wikipedia; Onroerenderfgoed.be)