De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
ROESBRUGGE - PANORAMA
(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)
Deze prent van Sanderus toont ons een panorama van het dorp Roesbrugge omstreeks 1640.
Sanderus maakte al zijn kaarten en afbeeldingen niet zelf. Hij had medewerkers. Deze kaart is zoals ze vermeldt, gemaakt door zijn medewerker Vedastus du Plouich.
Roesbrugge maakt thans deel uit van de gemeente Roesbrugge-Haringe, een deelgemeente van de stad Poperinge in de provincie West-Vlaanderen.
Roesbrugge ligt langs de rivier de IJzer. Haringe ligt een kilometer ten zuidwesten van Roesbrugge, tegen de Franse grens.
Roesbrugge en Haringe zijn reeds sinds 1857 verenigd, maar hebben twee afzonderlijke dorpscentra.
Haringe werd voor het eerst vermeld in 899. Onder impuls van de bisschop van Terwaan werd in het laatste kwart van de 11e eeuw voor de verspreide bevolking een kerk gebouwd in Haringe. In 1147 werd de zorg voor de kerk en de parochie toevertrouwd aan de abdij van Sint-Augustinus in Terwaan. Voor het beheer van de goederen werd de proosdij de Beauregard in Proven opgericht.
Intussen groeide ten oosten van Haringe een woonkern op de plaats waar een zekere Rohard een brug over de IJzer had aangelegd. Dit is op de plaats van de huidige brug (vroegere houten brug), die Roesbrugge met Beveren-IJzer verbindt.
De kern 'Ponte Rohardi' (1183) en Rohardsbrugge (1204) breidde vooral uit in de 13e eeuw als Elisabeth van Rohardsbrugge en haar echtgenoot Willem van Bethune het « kasteel » betrokken, gelegen op een mote aan de linkeroever van de IJzer (grondgebied Beveren). Van het kasteel is echter weinig bekend.
Willem van Bethune was heer van Meulebeke en van Loker. Hij behoorde tot de machtigste adel van het land. Door zijn huwelijk in 1210 met Elisabeth was hij nu ook de kasteelheer van de heerlijkheid van Roesbrugge geworden. Elisabeth was een erfgename van de heerlijkheid Roesbrugge. Zij was vermoedelijk de dochter van Willem van Sint-Winoksbergen.
In 1218 bouwden ze een kapel.
Vanaf de 15e eeuw was er in Roesbrugge een wekelijkse markt en een vrije jaarmarkt (iedereen mocht er een kraam opstellen).
Haringe behield steeds zijn agrarisch karakter, maar Roesbrugge evolueerde tot een centrum van handel en nijverheid onder meer door zijn ligging aan de IJzer, die vanuit Roesbrugge bevaarbaar was.
De Straat naar Poperinge, de huidige Prof. Rubbrechtstraat, maakte deel uit van de 17e-eeuwse steenweg Ieper-Duinkerke.
Het huidige stratenpatroon is nog duidelijk herkenbaar in het panorama weergeven op deze prent.
Na de Franse Revolutie werd Roesbrugge een administratief centrum. Het dorp werd hoofdplaats van een kanton en kreeg een vredegerecht.
Tot in de tweede helft van de 20e eeuw waren er nog belastingkantoren, rijkswacht, douane en brandweer gevestigd.
Bronvermelding: https://www.dekroniekenvandewesthoek.be/het-koninginnegat/
Hieronder tonen we de meest markante plaatsen van omstreeks 1640 die op de prent van Sanderus werden afgebeeld:
1. Kapel (thans Sint-Martinuskerk)
In 1218 bouwden Elisabeth van Rohardsbrugge en haar echtgenoot Willem van Bethune aan de rechter IJzeroever een kapel.
Het is deze kapel die zichtbaar is op deze prent.
In 1805 werd begonnen met de bouw van een nieuwe kerk, de huidige Sint-Martinuskerk.
Tijdens het « ancien régime » bleef de kapel van Roesbrugge afhankelijk van de parochie van Haringe, maar in 1806 werd in Roesbrugge de nieuwe Sint-Martinuskerk ingewijd en werd de parochie zelfstandig.
De bouwwerken aan de kerk lagen enige jaren stil en werden hervat vanaf 1826, waarna men de kerk voltooide in 1837.
De huidige kerk is gelegen langs de huidige Tempeliersstraat. Het omringende kerkhof heeft een toegangshek ten noorden en ten zuiden van de kerk. De kerk is een vrij sobere hallenkerk met een neoclassicistische westelijke toren.
Na beschadiging tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kerk hersteld.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be ; Wikipedia)
2. Oud kasteel
In 1236 stichtten Elisabeth van Rohardsbrugge en haar echtgenoot Willem van Bethune het klooster 'Onze-Lieve-Vrouw ter Nieuwe Plant' te Roesbrugge op de linker IJzeroever (grondgebied Beveren-IJzer). Elisabeth van Rohardsbrugge was een erg godvruchtige vrouw. Ze kwam in contact komt met een zekere priester Nicolaes van Sint-Winoksbergen die haar vroeg om naast hun heerlijkheid een vrouwenklooster te stichten. Rond 1230 schonk Elisabeth grond in het bos langs de IJzer waar het klooster kon worden opgetrokken. De bisschop van Terwaan zorgde voor de constructie en stuurde de abdis Mathilde en zes zusters van de orde van de Sint-Augustijnen uit het bisdom Kamerijk naar het nieuwe klooster van Roesbrugge.
In 1236 werd het klooster in gebruik genomen. Later sloten de zusters zich aan bij de orde van de Victorijnen. Sanderus noemde dit klooster dan ook « het Nonnenklooster van Sint-Victor). Het klooster werd vooral onder de naam « Onze-Lieve-Vrouw ter Nieuwe Plant » bekend.
Na de dood van Willem van Bethune in 1243 ging zijn weduwe Elisabeth van Rohardsbrugge zelf definitief wonen in het door haar gebouwde klooster waar ze nog drieëndertig jaar het beste van zichzelf gaf voor het zeer gerenommeerde klooster.
In 1367 werden ook de gronden waar het kasteel van Elisabeth stond ingepalmd door dit klooster.
Nadat het klooster tijdens de 16e eeuw verschillende malen door de opstandelingen was geplunderd - Roesbrugge was een tijdlang het hoofdkwartier en de legerplaats van de geuzentroepen - werd het klooster in 1579 met de grond gelijk gemaakt door de Waals-katholieke 'malcontenten', die te Roesbrugge achter de kerk een kasteel hadden. De kloostergebouwen werden afgebroken omdat ze hun gezichtsveld belemmerden. In 1581 vestigde de kloosterorde zich dan definitief binnen de muren van de stad Ieper.
Het is het oude kasteel van de « malcontenten » dat op de prent te zien is.
Volgens Sanderus was het kasteel het voormalig verblijf van de Heren van de heerlijkheid en diende het omstreeks 1640 enkel nog voor bijeenkomsten of rechtszittingen.
Waarschijnlijk was dit kasteel het voormalige foncier van de Heren van Roesbrugge tot Elisabeth van Rohardsbrugge en Willem van Bethune hun kasteel hadden gebouwd langs de linkeroever van de IJzer.
De omwalling rond de mote werd waarschijnlijk gedempt met aarde van de mote zelf en de plaats werd ingenomen door het kerkhof gelegen achter de Sint-Martinuskerk.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be)
3. Markt (thans Roesbruggeplein)
De Markt op de prent van Sanderus werd omgevormd tot het Roesbruggeplein.
Er werden vooral in de 19e eeuw huizen bijgebouwd zodat er in feite 2 straten extra werden gecreëerd, namelijk de Potterystraat en de Tempeliersstraat.
In Roesbrugge wordt de huidige dorpskom gevormd door het Roesbruggeplein en de Prof. Rubbrechtstraat, thans vooral getypeerd door vooral 19e-eeuwse lintbebouwing.
Volgens Sanderus was de Markt omstreeks 1640 « met keistenen bestraat » en stonden er verschillende huizen van « werklieden, kunstenaars en burgers ».
In de omgeving bevindt zich thans nog steeds de 19e-eeuwse Sint-Martinuskerk met zijn dominante westelijke toren.
Het Roesbruggeplein is nu een rechthoekig geplaveid plein (vooral gebruikt als parking) met een smalle uitvalsweg ten noordoosten, de zogenaamde Potterystraat, vroeger leidend naar de Vismarkt, en ten zuidoosten, de zogenaamde Tempeliersstraat, leidend naar de Sint-Martinuskerk.
Eertijds was dit plein opgesmukt met een kiosk.
De noordelijke, oostelijke en zuidelijke zijde zijn thans afgezet door voornamelijk 19e-eeuwse breedhuizen.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be)
4. Huis van de Heer vande Gracht
We vonden in de literatuur geen informatie over dit huis dat in de legende wordt aangeduid als “Huis van de Heer vande Gracht”.
Het doet ons denken aan de beroemde adellijke familie vander Gracht dat in die periode de eigenaar was van verschillende heerlijkheden in de streek. Maar deze familie blijkt vooralsnog geen banden te hebben met Roesbrugge.
Het is mogelijk dat dit fraaie gebouw, gelegen vlakbij de IJzer een woning of buitenverblijf was van een telg van de familie vander Gracht.
Sanderus heeft in zijn boek “Verheerlyckt Vlaandre” zelf een lijst opgenomen van achtereenvolgende eigenaren van dit leen. Hij noemde het geslacht van Bethune, de Kasteleinen van Rijsel en achtereenvolgens de families Huchin, van Quieret, van Kleef, van Gonzaga, van Schomberg en van Plotho (Otto en Wolfgang).
Thans is op deze plaats de artisanale brouwerij “De Gouden Arend” gevestigd.
5. Stenen brug
Het rechte, gekanaliseerde deel en de stenen brug over de IJzer werden waarschijnlijk in de loop van de 14e eeuw aangelegd. In deze eeuw werd vermoedelijk ook het rechte kanaal gegraven.
De huidige stenen brug dateert van 1955.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be)
6. Kade
De kade bevond zich langs de huidige Bergenstraat aan de stenen brug over de IJzer in Roesbrugge.
Op de prent zijn vaartuigen te zien. De IJzer was een goed bevaarbare waterloop.
In 2024 heeft de Vlaamse Waterweg nog een nieuwe botenhelling aangelegd aan de kade van de IJzer in Roesbrugge.
7. Houten brug
De brug, aangeduid als « houten brug » in de legende van deze prent, van Sanderus kwam op een belangrijke handelsroute te liggen tussen Poperinge en Sint-Winoksbergen (Bergues in Frankrijk).
Het is ons niet bekend wanneer deze brug precies werd gebouwd. Deze brug bevindt zich langs de Prof. Rubbrechtstraat.
(Bronvermelding : Onroerenderfgoed.be)
8. IJzer
In de dorpskern van Roesbrugge stroomt de rivier de IJzer.
De IJzer maakte te Roesbrugge een natuurlijke bocht, nog te herkennen in de loop van de huidige 'dode IJzer'.
De rivier was – althans vanaf Roesbrugge- goed bevaarbaar.
Vanaf de bron in Lederzeele en Buysscheure in Frankrijk, stroomt de rivier, na 37 km te hebben afgelegd op Franse bodem, België binnen in Roesbrugge om 41 km verder in Nieuwpoort uit te monden in de Noordzee. Het is de enige rivier in België die op Belgisch grondgebied uitmondt.
(Bronvermelding: Toerismewesthoek.be/nl/de-ijzer-roesbrugge)
9. Straat naar Poperinge
De “Straat naar Poperinge” is thans de Prof. Rubbrechtstraat. Deze straat gaat in de richting van Poperinge over naar de Weggevoerdenstraat.
10. Straat naar Haringe
De “Straat naar Haringe” is thans de Haringestraat.
11. Oude Vesten
Op dit fragment van de prent van Sanderus wordt nummer 11 aangegeven als “Oude Vesten”.
We zien tevens op deze plaats langs de huidige Haringestraat een kleine, burchtachtige constructie met toren. Dit gebouw zelf wordt niet rechtstreeks aangemerkt door Sanderus.
Oude geschriften doen vermoeden dat er op deze plaats een lid woonde van de familie van Gistel, namelijk Symphoriaan van Gistel, schildknaap, heer van Zwynlande en Soisacker (leengoed afhangende van Oudenhove en gelegen te Oud-Berkijn).
In 1559 was hij gouverneur (alias hoog-baljuw) van Duinkerke.
In een geschrift van 1564 stond te lezen dat hij woonde op de westzijde van de straat tussen de (huidige) Markt en de (huidige) Haringestraat, naast de grond van herberg “De Gouden Leeuw”.
We weten dat het gebouw van deze herberg later in gebruik werd genomen als stadhuis van Roesbrugge.
Deze herberg werd gesloopt voor het bouwen van het ‘stadhuis’ dat ook gedeeltelijk (zuidkant) gebouwd werd op de plaats waar vermoedelijk vroeger het huis van van Gistel stond.
Het huis van van Gistel grensde volgens hetzelfde geschrift van 1564 tevens aan de Oude Vesten van Roesbrugge. Zijn naam kwam een laatste maal voor in 1571 op de lijst van de hoflandpachters van Roesbrugge.
Over de Oude Vesten van Roesbrugge kan bitter weinig info worden gevonden.
(Bronvermelding: deze tekst is grotendeels gebaseerd op info van « De Heeren van Gistel en het Blauwhuis te Haringe », Antoon Deschrevel, Biekorf, jg. 46, p. 1 e.v. - geraadpleegd via DBNL/KB nationale bibliotheek)
12. Straat naar Oost-Cappel
De “Straat naar Oost-Cappel” is thans de Bergenstraat. Deze straat is een verbindingsweg tussen het gehucht Roesbrugge en het gehucht Oostkapelhoek.
De huidige Bergenstraat vertoont een recht straattracé vanaf de Dode IJzer (vroegere houten brug) tot aan de huidige Roesbruggestraat, waar ze afbuigt naar de Franse grens (Oost-Cappel en het gehucht Oostkapelhoek).
13. Straat naar Hondschote
De “Straat naar Hondschote” kan men thans zien als een stuk Bergenstraat die vervolgens (rechtdoor) overgaat in de Roesbruggestraat en de Hoge Seine.
Hondschote ligt op het Franse grondgebied.
14. Vismarkt
De Vismarkt grensde omstreeks 1640 nog aan de Markt (thans Roesbruggeplein). Door bijkomende bebouwing ontstond een straatje, de Potterystraat, leidend naar de vroegere Vismarkt.
In Roesbrugge wordt er nog steeds gevist in de IJzer, zowel in de "echte" IJzer als de "Dode IJzer". Er werd onderzoek gedaan naar de visstand in 2020-21 in de IJzer en er zijn verschillende soorten vis aangetroffen, waaronder brasem, snoekbaars en paling.
15. Sint-Sebastiaanshof
De Sint-Sebastiaansgilde is een meer dan 600 jaar oude handboogschuttersgilde. Deze gilde met vestigingsplaatsen in verschillende steden en gemeenten is, als georganiseerde vereniging, ontstaan in de 14e eeuw. Ze kreeg toen als militaire gilde en als ontspanningsvereniging een duidelijke organisatie, die er een van de belangrijke ontmoetingsplaatsen van maakte voor de stedelijke burgerij.
De politieke erkenning van ambachtsgilden en het toekennen van een zekere rechtspersoonlijkheid aan deze gilden kwam op gang vanaf het begin van de 14e eeuw. Ze werden een symbool van stedelijke macht.
Stedelijke boogschutters, initieel voornamelijk de kruisboogschutters, vormden reeds in de 13e eeuw geduchte strijders, die tactisch in afzonderlijke korpsen binnen de stadslegers werden ingezet. Begin de 14de eeuw vormden ze gilden.
De gilden van kruisboog- en handboogschutters ontstonden als militaire milities die door de steden of door de vorsten werden opgevorderd om mee ten strijde te trekken. Het gebruik op de slagvelden van vuurwapens verhaastte de evolutie van de schuttersgilden naar sportieve gezelligheidsverenigingen.
De leden van de Sint-Sebastiaansgilde waren vooral middenstanders en ambachtslieden.
De leden oefenden volgens Sanderus in Roesbrugge wekelijks op de schietstand van het “Sint-Sebastiaanshof” hun kunsten in het boogschieten.
Het Sint-Sebastiaanshof situeerde zich langs de huidige Prof. Rubbrechtstraat, ergens tussen de huidige Haringestraat en de huidige Waaienburgseweg.
(Bronvermelding: Wikipedia)
16 tot 21 = van links naar rechts Beveren aan de IJzer, Pollinkhove, Stavele, Proosdij van Eversam, Oostvleteren en Westvleteren
De skyline die te zien is aan de horizon van deze prent toont ons de torens van 6 plaatsen nabij Roesbrugge omstreeks 1640.
We zien op de prent van links naar rechts:
Beveren aan de IJzer
Beveren aan de IJzer is thans een landelijk dorpje in West-Vlaanderen. Sinds 1977 is het een deelgemeente van Alveringem. Daarvoor, in 1971, was het al aan Stavele gehecht.
De kerk die te zien is op de prent is de Sint-Audomaruskerk (ook: Sint-Omaarskerk), gelegen aan het Sint-Brigidaplein.
Het betreft een gotische hallenkerk uit de 15e eeuw, voornamelijk uitgevoerd in gele baksteen, die in 1761 werd gewijzigd en in 1888 werd gerestaureerd. De kerk heeft een zware vierkante vieringtoren.
Pollinkhove
Pollinkhove is een dorp in de huidige provincie West-Vlaanderen en een deelgemeente van Lo-Reninge. Het was een zelfstandige gemeente tot aan de gemeentelijke herindeling van 1971 toen het fuseerde met Lo waarna beide in 1977 deelgemeenten werden van de nieuwe gemeente Lo-Reninge.
De toren zichtbaar op de prent is deze van de Sint-Bartholomeuskerk, de parochiekerk van het dorp, gelegen aan de Pollinkhovestraat.
Een vroegere kerk bevond zich nabij de huidige Sint-Machutuskapel van 1932, op de hoek van de Pollinkhovestraat met de Lindestraat. De huidige kerk werd gebouwd vanaf 1554, mogelijk op de plaats van de voormalige slotkapel van het kasteel van de heren van Pollinkhove. De kerk werd in 1853 door brand verwoest. Enkel de vieringtoren werd gedeeltelijk gespaard. Van 1854-1858 werd een nieuwe kerk gebouwd.
Stavele
Stavele is een dorp in de Westhoek, gelegen aan de IJzer. Sinds 1977 is het een deelgemeente van de gemeente Alveringem.
De kerk die zichtbaar is op de prent is de Sint-Jans Onthoofdingkerk, de parochiekerk van Stavele, gelegen aan het Alexis Decarneplein.
De parochie bestond reeds in 1155. Een omstreeks 1250 gebouwd romaans kerkje werd vervangen door een laatgotisch kerkgebouw, dat in 1796 -door Fransgezinde revolutionairen- in brand gestoken en geplunderd werd om hersteld te worden in 1800. In 1830 werd de kerk herbouwd. In 1889 werd het gebouw vergroot in een neogotische trant.
Proosdij van Eversam
De Proosdij van Eversam was gelegen in Stavele. De stichting lag langs de IJzer, een halve kilometer ten westen van het gehucht Elzendamme. In het klooster volgde men de kloosterregel van de H. Augustinus. De proosdij werd gesticht in 1091 door Walbertus, de kanunnik van Kassel. De kanunniken van Eversam speelden een belangrijke rol in het parochiale leven.
Rond 1142 werd onder het patronaatschap van de abdij van Eversam de parochie Stavele gesticht. In de tweede helft van de 14e eeuw werd dit bloeiende klooster door een opeenvolging van tegenslagen uitgeschakeld. Tussen 1347 en 1352 werd de streek geteisterd door de pest, daarna nog gevolgd door een grote hongersnood.
Rond 1369 werden de kloostergebouwen grotendeels vernield door een grote brand.
De proosdij werd heropgebouwd, maar werd in de 16e eeuw geteisterd door beeldenstormers.
In 1610 begon een heropbouw, maar bij de Franse Revolutie werd de abdij definitief vernield. Er resteert van deze proosdij thans nog een hoeve gekend als "Eversam Hoeve".
Oostvleteren
Oostvleteren is een dorp in de huidige provincie West-Vlaanderen en een deelgemeente van Vleteren.
De kern Oostvleteren ligt in het noorden van de gemeente. Oostvleteren was een zelfstandige gemeente tot aan de gemeentelijke herindeling van 1977.
De kerk zichtbaar op de prent is de Sint-Amatuskerk, de parochiekerk, gelegen aan Oostvleterendorp. In 1076 ontstond de parochie door splitsing van Vleteren. Oorspronkelijk stond hier een romaans kerkgebouw waarvan de ijzerzandsteen werd gebruikt bij de bouw van de latere, 15e-eeuwse, kerk. Het is een driebeukige hallenkerk met vieringtoren.
In 1977 is de kerk uitgebrand. Daarna werd de kerk herbouwd.
Westvleteren
Westvleteren is een dorp in de huidige provincie West-Vlaanderen en een deelgemeente van Vleteren. Westvleteren was een zelfstandige gemeente tot aan de gemeentelijke herindeling van 1977.
De kerk zichtbaar op de prent is de Sint-Martinuskerk, de parochiekerk, gelegen aan Westvleterendorp.
In 1076 ontstonden de parochies Westvleteren en Oostvleteren. In 1197 kwam het patronaatsrecht aan de Abdij van Waten. Er werd een romaanse kerk gebouwd. In de eerste helft van de 18e eeuw werd de kerk gedeeltelijk herbouwd. Het betreft een driebeukige hallenkerk met transept en vieringtoren.
Westvleteren geniet vooral bekendheid dankzij het trappistenbier "Westvleteren" uit de Sint-Sixtusabdij. Deze abdij werd pas opgericht in 1814.
In de bossen van Sint-Sixtus bevond zich omstreeks 1640 wel het birgittijnenklooster "Onze-Lieve-Vrouwe van het Heilig Geloove" (1615-1784).
(Bronvermelding: Wikipedia)