De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




POPERINGE  -  PANORAMA


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)




Op deze prent van Sanderus wordt een panorama weergegeven van Poperinge omstreeks 1640.

Poperinge is een stad in de huidige provincie West-Vlaanderen.

We geven hier beknopt en chronologisch enige historische duiding bij 7 opvallende gebouwen op de prent. De nummers tussen haakjes verwijzen naar de aanduiding op de uitsnede van de prent.

Deze gebouwen bepaalden, naast enkele zichtbare windmolens, de skyline van Poperinge omstreeks 1640. 

Poperinge ontstond vermoedelijk reeds omstreeks 431 als een Frankische nederzetting aan het kruispunt van het Romeinse diverticulum Cassel-Aardenburg met de Vleterbeek (de huidige Grote Markt).

De nederzetting werd mogelijk in 658 of 668 door een zekere graaf Walbert afgestaan aan de in 649 gestichte abdij van Sithiu of de latere Sint-Bertinusabdij van Sint-Omaars. De 'villa Pupurninghe' is echter zeker vanaf de tweede helft van de 9de eeuw eigendom van de vermelde abdij.

Dit weten we dankzij de bevestigingsoorkonde van Karel de Kale (877). De opbrengst van deze “villa” diende voor het onderhoud van de monniken.

Tot aan het einde van het Ancien Régime (1795) bleef Poperinge een leengoed van de Sint-Bertinusabdij. De plaatselijke vertegenwoordiger van de Heer van Poperinge, namelijk de abt was de zogenaamde “prepositus” of proost.

De proost werd bijgestaan door de baljuw of de wereldlijke rechtsambtenaar met erfelijke functie, door de abten toegewezen aan de heren van Reningelst.

Aldus had Poperinge een eerder uitzonderlijke, onafhankelijke positie in het graafschap Vlaanderen en was dat vermoedelijk ook één van de redenen waarom de stad nooit versterkt is geweest.

Desondanks behield de graaf, als leenheer van de abt van de Sint-Bertinusabdij, toch nog het belangrijke recht om de militaire dienst op te eisen. Ook kwam hij tussen in alle belangrijke aangelegenheden zoals het verlenen van de keure, het graven van het kanaal, en de moeilijkheden met de gerechtelijke ambtenaren. Voorts was hij de beschermheer van de onderdanen van de Sint-Bertinusabdij.

In 1147 werd de welvarende gemeenschap tot stad verheven door Diederik van de Elzas.

De Sint-Bertinuskerk (4) werd, eveneens in 1147, in romaanse stijl gebouwd, ter vervanging van een kapel die aan de Heilige Katharina was toegewijd.

Vlakbij de Sint-Bertinuskerk bevond zich de Proosdij (5), ook bekend als het Vroonhof, de residentie van de proost die de abt van de Sint-Bertinusabdij in Sint-Omaars vertegenwoordigde. Het Vroonhof is thans de naam van een verbindingsweg tussen de Grote Markt en het Burgemeester Bertenplein, aangelegd in het begin van de jaren 1970 ten oosten en zuiden van de Sint-Bertinuskerk, ter hoogte van de vroegere Botermarkt en het resterend gedeelte van het voormalige gebouw van de Proosdij. De Proosdij was gesitueerd binnen het vierkant gevormd door het huidige Vroonhof, de Ieperstraat, het Rekhof, de Deken De Bolaan en het Burgemeester Bertenplein.

In 1187 werd toestemming gegeven door Filips van de Elzas tot het houden van de wekelijkse markt en het graven van een kanaal naar de IJzer, met name de pas vanaf 1367 gerealiseerde Poperingevaart.

De Onze-Lieve-Vrouwekerk (1), gelegen aan de huidige Casselsestraat, werd voor het eerst vermeld in 1290 toen de abt van de Abdij van Sint-Bertinus te Sint-Omaars en de bisschop van Terwaan toestemming gaven voor de bouw van twee nieuwe kerken te Poperinge, namelijk de Onze-Lieve-Vrouwekerk en de Sint-Janskerk (7). Reden hiertoe was de bevolkingstoename ten gevolge van de economische bloei, gepaard gaande met een stadsuitbreiding.

De bouw van de Onze-Lieve-Vrouwekerk vond einde 13e en gedurende de 14e eeuw plaats. Waarschijnlijk werd eerst het middenschip en het hoofdkoor gebouwd, waarna een transept en de zijkoren volgden.

De vieringtoren, het koor en het schip van de Sint-Janskerk (7) werden eveneens gebouwd einde 13e en gedurende de 14e eeuw. Aanvankelijk was er sprake van een driebeukige basilicale kerk.

In de 14e eeuw was er een voortdurende strijd in verband met de lakenproductie tussen Poperinge en het nabijgelegen, concurrerende Ieper.

Midden 14e eeuw werden twee transeptarmen gebouwd aan de Sint-Janskerk (7).

In 1312 werd het zogenaamde Gasthuis (3) opgericht in de nabijheid van de Grote Markt. Oorspronkelijk fungeerde dit pand als een “passantenliedengasthuis” onder de leiding van kloosterzusters, en was het bedoeld voor de opvang van noodbehoeftigen en vreemdelingen, later ook voor de ziekenzorg.

Omstreeks 1400 werd de westtoren van de Onze-Lieve-Vrouwekerk (1) afgewerkt.

Ook omstreeks 1400 werd het koor van de Sint-Janskerk (7) vergroot.

In 1413 werd het Klooster der Grauwe Zusters Penitenten (6) gesticht onder impuls van de adellijke familie de Montmorency, volgens de regel der derde orde of orde der penitentie. De zusters legden zich vermoedelijk aanvankelijk toe op de verzorging van pestlijders. Later volgden ook de algemene ziekenzorg aan huis, de verzorging van krankzinnige vrouwen van begoede stand en bejaarden, en onderwijs. Dit laatste resulteerde in de uitbouw van het huidige schoolcomplex, het Sint-Franciscusinstituut.

Dit klooster situeerde zich in het stadscentrum in de hoek gevormd door de Bruggestraat en de Komstraat.

In 1436 grepen vermoedelijke brandstichtingen, plunderingen en vernielingen plaats in het Klooster der Grauwe Zusters Penitenten (6), die aangericht werden door Engelse troepen onder leiding van de hertogen van York en Gloucester. Ook de rest van Poperinge liep in dit jaar zware schade op.

De Sint-Bertinuskerk (4) raakte tweemaal beschadigd in de 15e eeuw: in 1419 door een brand en in 1436 door de Engelsen in hun strijd met de Bourgondische hertog Filips de Goede. Men besloot toen de kerk als hallenkerk in een gotische stijl te herbouwen. De kerk zou een hoge, monumentale toren krijgen maar de bouw werd na de derde verdieping gestaakt.

In 1479 zou een Mariawonder in de Sint-Janskerk (7) hebben plaatsgevonden (Onze-Lieve-Vrouw van Sint-Jan), waardoor veel bedevaartgangers toestroomden. Hieraan ligt de jaarlijkse Maria-ommegang ten grondslag.

Tussen 1487 en 1490 brak er een pestepidemie uit.

Het economische leven werd tot het einde van de 15e eeuw beheerst door de lakennijverheid, maar onderging na haar verval een reconversie naar de hopteelt en de bierbrouwerij.

Omstreeks 1500 werd de Sint-Janskerk (7) vergroot en werden zijkoren aangebouwd. De koren werden overwelfd met houten tongewelven.

De economische recessie leidde tussen 1550 en 1600 tot een stadsontvolking die mee veroorzaakt werd door de godsdienstoorlogen waarin Poperinge als calvinistisch centrum fungeerde. Ambachtslieden en intellectuelen weken uit naar Engeland, Duitsland en voornamelijk Nederland met als aantrekkingspool de lakenstad Leiden.

Na een brand van de kapel van het Gasthuis (3) in 1558 werd deze heropgebouwd.

De grote brand die in 1563 Poperinge teisterde, tastte vermoedelijk ook het Klooster der Grauwe Zusters Penitenten (6) aan.

Gedurende de tweede helft van de 16e eeuw vond de Beeldenstorm (vooral in 1566 en 1578) plaats waarbij wel de kerkinventaris, maar niet het gebouw van de Onze-Lieve-Vrouwekerk (1) werd vernield.

Het beeldhouwwerk in de portalen en het meubilair van de Sint-Bertinuskerk (4) werden bij de Beeldenstorm zwaar beschadigd.

De Beeldenstorm richtte aan de Sint-Janskerk (7) relatief weinig schade aan.

Bij het Twaalfjarig Bestand (1609) was er een rustperiode.

In het eerste kwart van de 17e eeuw werd de spits van de vieringtoren van de Sint-Janskerk (7) vervangen door een achtzijdige koepel met daarop een lantaarn.

Vanaf 1627 begon men met de bouw van het Recollettenklooster (2) (op de plaats van de huidige Gasthuisstraat nummers 69-71). Een huis dat bekend stond als “Het Haentje' huisvestte in de 16e eeuw de rechtbank. In 1627 werd dit pand aangekocht door de abt van de Sint-Bertinusabdij van Sint-Omaars voor een nieuwe kloostergemeenschap, namelijk de Paters Recolletten, die belast werden met het oprichten van een Latijnse school. In 1630 volgde de uitbreiding met nieuwe kloostergebouwen aan de achterzijde naar de Bommelaarsbeek toe.

In 1640 was er een brand in de Onze-Lieve-Vrouwekerk (1), waarbij vooral het dak getroffen werd.

In 1644 werd het eigenlijke Recollettenklooster (2) gesticht met een school van de Benedictinessen.

In 1645 werden verschillende gebouwen van het Klooster der Grauwe Zusters Penitenten (6) door brand vernield.

In 1678 werd Poperinge ingelijfd bij Frankrijk.

In 1682 werd, na een blikseminslag, de toren van de Onze-Lieve-Vrouwekerk (1) hersteld.

Men richtte in 1682 een nieuwe omheiningsmuur op bij het Klooster der Grauwe Zusters Penitenten (6).

In 1692 was er aardbevingsschade aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk (1).

Vanaf 1713 volgde er een vernieuwd elan onder Oostenrijks bewind. Poperinge kende een wederopbloei van landbouw, hop- en tabaksteelt, ambachtelijke bedrijven en huisnijverheid.

In 1741 werd het laatste gebouw van de Proosdij (5) gebouwd.

Eerst in de loop van de 18e eeuw werd de toren van de Sint-Bertinuskerk (4) afgewerkt.

In de periode 1749-1781 kreeg het Klooster der Grauwe Zusters Penitenten (6) een vernieuwd elan onder het bestuur van Maria-Carolina Farvacques, wat af te lezen valt uit de bouwactiviteit en de herstellingswerken in deze periode.

In 1780 werd de nieuwe spits aangebracht aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk (1).

Tijdens de Franse Revolutie ging men over tot opheffing van het Recollettenklooster (2) en sloot men ook de school.

De Franse Revolutie stelde tevens een einde aan het eeuwenoude leenheerschap van de Sint-Bertinusabdij van Sint-Omaars over Poperinge, en liet het gebied ressorteren onder het Leie-departement.

Ook volgde een plundering van de stad in 1793.

Na de afschaffing van de Proosdij (5) in 1796 werden de gronden en de gebouwen verkocht en gedeeltelijk afgebroken in 1803. De resterende gebouwen van de Proosdij aan de Botermarkt werden later benut door de Rijksmiddelbare school en als kapelanie van de Sint-Bertinuskerk.

In 1797 was er een openbare verkoop van de kloostergebouwen van het Klooster der Grauwe Zusters Penitenten (6), gevolgd door de sloop van de kapel.

Vanaf 1802 kochten de zusters van Klooster der Grauwe Zusters Penitenten (6) geleidelijk hun vroegere bezittingen terug en hervatten ze ook het onderwijs.

In 1835 werd de kapel van het Klooster der Grauwe Zusters Penitenten (6) heropgebouwd.

Ongeveer halverwege de 19e eeuw werden de achterliggende gebouwen van het Recollettenklooster (2) gesloopt en startte men omstreeks 1865 met de bouw van het stedelijk hopmagazijn “De Stadsschaal” op die plaats (dit stedelijk hopmagazijn functioneerde van 1866 tot 1947; in 1947 werd de stadsschaal omgevormd tot een Hopinstituut van waaruit
in 1971 een hoplaboratorium werd uitgebouwd).

De voormalige stallingen en koetshuis van de Proosdij (5) werden in 1870 ingenomen door een brouwerij.

In 1905 werd een nieuwe bakstenen torenspits aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk (1) gebouwd.

Gedurende de Eerste Wereldoorlog werd de Sint-Bertinuskerk (4) zwaar beschadigd.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden voornamelijk klasgebouwen van het Klooster der Grauwe Zusters Penitenten (6) vernield en werd de kapel beschadigd. In 1919 werd een deel van deze klasgebouwen heropgebouwd.

Enige oorlogsschade aan de Sint-Janskerk (7) werd in 1921-1924 hersteld.

In de jaren 1930 werd nog een neogotische doopkapel bij de Sint-Janskerk aangebouwd.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd de Sint-Bertinuskerk (4) zwaar beschadigd.

De oorlogsschade die in 1940 aan de gebouwen van het Klooster der Grauwe Zusters Penitenten (6) werd aangericht, werd later hersteld. Er werden later ook nog nieuwe schoolvleugels bijgebouwd.

In de jaren 1950 werd het Mariaziekenhuis (chronische afdeling) bij het Gasthuis (3) gebouwd.

In 1970 gebeurden er herstellingswerken aan de Sint-Bertinuskerk (4).

Het voormalige Mariaziekenhuis bij het Gasthuis (3) (daterend uit de jaren 1950) werd in 2008 verbouwd door de sociale huisvestingsmaatschappij De Mandel tot een appartementsgebouw met 41 sociale woningen (Residentie De Oude Kliniek).

(Bronvermelding: deze tekst is gebaseerd op info van Wikipedia en Onroerenderfgoed.be)