De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




OUD-TURNHOUT - PRIORIJ VAN CORSENDONK


(Antonius Sanderus – Chorographia Sacra Brabantiae 1659 - Herwerkte editie 1726-1727)




Op deze prent van Sanderus is de herwerkte versie te zien van een prent van de Priorij van Corsendonk in Oud-Turnhout.

Deze prent werd gepubliceerd in de heruitgave in 1726-1727 van de Chorographia Sacra Brabantiae van Sanderus (1659).

Oud-Turnhout is een gemeente in de provincie Antwerpen. Thans is het omwalde domein nog aanwezig met een gedeeltelijk bewaard kloostercomplex.

Er is nog een centraal gelegen kloosterpand met een bewaarde noord- en westvleugel; ten oosten hiervan ligt de infirmerie; de westzijde van de site vormt als het ware een afsluitingsmuur bestaande uit achtereenvolgens het vrouwenhuis met een aanpalend kinderhuis, een muurpartij met een inrijpoort en verder een lekenhuis. Ten noorden liggen 2 quasi nieuwgebouwde volumes.

Het domein omvat een park en geometrisch aangelegde tuinen die omwald zijn door de zogenaamde "Rooise Loop" die uitmondt in de Wamp.

Sinds 1393 verbleven priesters te Corsendonk op grond door Maria van Brabant-Gelre, Vrouwe van het Land van Turnhout, geschonken. Zj was de dochter van hertog Jan III van Brabant.

In 1395 werd een priorij gesticht van twaalf reguliere kanunniken van Sint-Augustinus.

Archeologische sporen zouden verwijzen naar een eerste, vermoedelijk oudste nederzetting, gesitueerd circa 1398 en gelegen binnen een eerste omwalling van een quasi vierkante vorm: het plan en de omvang van deze eerste aanleg worden heden op het terrein nog weerspiegeld door een gedeelte van de westzijde van de huidige omwalling en de ongewone oriëntatie van de infirmerie, samen met het voormalige knechtenhuis teruggaand op het verloop van het noordelijke deel van de oude ringgracht.

De eerste kloostergebouwen werden vermoedelijk opgetrokken uit leem, hout en ter plaatse gebakken steen.

Op 12 mei 1398 was er de inwijding van een eerste, voorlopig kerkje.

Vanaf 1402 maakte deze priorij deel uit van het Brabants kapittel dat in 1412 aansloot bij het kapittel van Windesheim.

Tussen 1432 en 1635 was dit een besloten klooster.

In 1432 werd een nieuwe kloosterkerk ingewijd. Een deel van de eerste omwalling werd voor de bouwwerken van de kerk gedempt.

Omstreeks 1433 werden kanalen gegraven tussen het klooster en de nabijgelegen beek de Wamp voor watervoorziening en riolering.

In de loop van het vierde kwart van de 15e eeuw en de eerste helft van de 16e eeuw werden nieuwe kloostergebouwen opgetrokken.

In de periode 1559 tot 1731 maakte de priorij deel uit van het bisdom ’s Hertogenbosch.

In 1566 was er de beeldenstorm te Corsendonk.

In 1579 werd de kerk verwoest.

In de periodes 1578-1610 en 1639-1642 ontvluchtte de kloostergemeenschap het klooster.

Na de terugkeer van de kloosterlingen werden nieuwe bouwactiviteiten aangevat namelijk het herstellen of uitbreiden van bestaande gebouwen en het bouwen van nieuwe panden.

De kanunniken verwierven bekendheid met hun scriptorium en hun Latijns onderricht te Turnhout.

Deze prent van Sanderus geeft een vrij betrouwbaar beeld van de omvang en aanleg: een omwald en met bomen omzoomd complex met centraal een vierkant kloosterhof gevormd door een naar het oosten georiënteerde kerk en drie kloostervleugels namelijk de oostvleugel met sacristie, kapittelzaal, cellen van prior en procurator en op de bovenverdieping het dormitorium; de noordvleugel met kelder, calefactorium, één of meerdere eetzalen, keuken, wasplaats en dormitorium; de westvleugel met vertrekken voor de niet-kloosterlingen; rondom dit vierkant de overige woon- en dienstgebouwen namelijk de infirmerie, het met de noordvleugel verbonden knechtenhuis, het vrouwenhuis met hoofdingang, het kinderhuis, het lekenhuis, de brouwerij, de hoeve, schuren en stallen.

Verder waren er ook nog een kloostertuin, een moestuin en boomgaarden.

In 1784 werd de priorij door Jozef II opgeheven. Het domein met de inboedel werd verkocht. De kerk bleef succursaal voor de nabijgelegen gehuchten, maar werd in 1799 definitief gesloten en als nationaal goed verkocht.

In de loop van de 19e eeuw kwam het domein in privé-bezit van verscheidene vooraanstaande families.

In 1817 werd de kerk afgebroken.

Volgens een gravure van 1880 werd het domein in de loop van de 19e eeuw door privé-eigenaars getransformeerd tot het zogenaamde "Hof Corsendonck", een kasteel in neoclassicistische stijl met een park. De kloostertuin werd volgens de smaak van de tijd aangelegd als een romantisch park met wandelpaden, tuinbeelden en prieeltjes

Tussen 1969 en 1975 werden in opdracht van de familie Nédée de resterende en vervallen priorijgebouwen namelijk de noord- en westvleugel, het vrouwen-, kinder en lekenhuis en de infirmerie gerestaureerd of gereconstrueerd in hun toestand van het eerste kwart van de 16e eeuw en 17e eeuw.

Het museum Albert Van Dijck (heden verhuisd naar Schilde), een deel van de verzameling wandtapijten van de familie De Wit en een internationaal conferentiecentrum werden er in ondergebracht.

Sinds 1975 is er een conferentiecentrum in de nog resterende gebouwen ondergebracht, later werd er een hotel aan toegevoegd.

(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be; Wikipedia)