De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




MECHELEN - PRIORIJ ONZE-LIEVE-VROUW VAN LELIËNDAEL


(Antonius Sanderus – Chorographia Sacra Brabantiae 1659 - Herwerkte editie 1726-1727)




Op deze prent van Sanderus is de herwerkte versie te zien van een prent van de Priorij Onze-Lieve-Vrouw van Leliëndaal  in Mechelen.

Deze prent werd gepubliceerd in de heruitgave in 1726-1727 van de Chorographia Sacra Brabantiae van Sanderus (1659).

Deze norbertinessenpriorij Onze-Lieve-Vrouw van Leliëndaal bevond zich in Mechelen in de huidige provincie Antwerpen en situeerde zich langs de huidige Bruul.

Thans bevinden zich op deze locatie het Sociaal Huis en de jezuïetenkerk.

Omstreeks 1233 werd het aanvankelijke klooster Onze-Lieve-Vrouw van Leliëndaal te Hombeek opgericht met zusters van het norbertinessenklooster van Gempe. Het klooster werd bestuurd door een priorin en een proost. Oorspronkelijk gebeurde dit onder het patroonschap van de norbertijnenabdij van Park (vanaf 1636 onder dat van de norbertijnenabdij van Tongerlo).

Het complex werd verwoest tijdens de godsdiensttroebelen (1566-1580) en de zusters weken uit naar Keulen. Kort nadien keerden ze terug en verbleven ze in de Begijnenstraat en de Ganzendries.

In 1592 kocht priorin Maria Boonen het refugium van de norbertijnenabdij Sint-Michiel van Antwerpen, dat gelegen was in de Bruul in Mechelen.

Na de oprichting van een kapel en aanpassing van de refugiegebouwen tot een klooster namen de norbertinessen er hun intrek in 1602.

In de loop van de 17e eeuw werd de eerste kapel verbouwd tot de huidige kerk en werd ook een huis van de proost gebouwd, rechts naast de kerk met een ingang tot het klooster.

In 1783 werd de priorij opgeheven. De kloostergebouwen werden tijdelijk ingenomen door de ursulinen in 1786. In 1798 werd het complex openbaar verkocht aan een lid van de burgerlijke godshuizen.

In 1808 volgde de opening van een tehuis voor ouderlingen en wezen in de voormalige kloostergebouwen.

De kerk werd opnieuw voor de eredienst gebruikt in 1834, na de vestiging van de theologische faculteit der katholieke universiteit in het gebouw links van de kerk, de zogenaamde Residentie van Onze-Lieve-Vrouw van Leliëndaal.

Dit gebouw werd van 1836 tot 1890 ingenomen door de voorbereidende afdeling van het Klein Seminarie, daarna door de witte paters en in 1900-1901 samen met de kerk aangekocht door de jezuïeten, die het in 1957 vervingen door een nieuwe bouw.

In 1940 werd het eigenlijke kloostercomplex van Leliëndaal vernietigd door een bombardement. De kerk en het poortgebouw bleven gespaard.

Pas in 1965 gebeurde er een gedeeltelijke wederopbouw.

Een deel van het complex wordt thans ingenomen door het Sociaal Huis en de Sinte-Mettetuin, een openbaar park.

(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be)