De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




LOPPEM  -  KASTEEL BREDA


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)




Het kasteel dat zichtbaar is op deze prent van Sanderus was het zogenaamde “Kasteel Breda”. Het kasteel bevond zich in Loppem, langs de Rijselsestraat. Loppem is thans een deelgemeente van Zedelgem (provincie West-Vlaanderen).

Het kasteel had een opperhof-neerhofstructuur.

Het neerhof is nog bewaard en staat thans nog bekend als de historische hoeve "De Rode Poort".

Het opperhof met het kasteel is verdwenen.

Het kasteel gaat vermoedelijk terug tot de 13e eeuw. Het werd toen bewoond door de familie van Aertrycke.

Het kasteel zou in de 14e eeuw gebruikt zijn als toevluchtsoord door Jacques de Châtillon in de nacht van de Brugse Metten (1302).

Het neerhof werd voor het eerst vermeld in 1460.

Het kasteel wisselde vaak van eigenaar, telkens behorend tot een prominente familie. In 1485 ging het kasteel over op Jacoba de Witte, gehuwd met een Italiaanse edelman, Benedicte Cioli, afkomstig uit Toscane.

Omstreeks 1580 was er sprake van "tgoet ten casteele".

De naam "Breda" zou pas op het einde van de 16e eeuw aan het kasteel gegeven zijn door op het kasteel gelegerde Spaanse huurlingen, als verwijzing naar de Nederlandse stad Breda, kort daarvoor veroverd op de geuzen.

Het is niet duidelijk of er een grond van waarheid in dit verhaal schuilt en of "Breda" überhaupt de historische naam van deze site is.

In 1611 was het kasteel eigendom van de familie du Breucq. Tijdens de woelige 17e eeuw diende het kasteel vaak als logement voor soldaten van verschillende nationaliteiten.

Deze prent van Sanderus uit de Flandria Illustrata biedt een mooi zicht op het omwalde opperhof en neerhof vanuit zuidwestelijke richting.

Op de voorgrond is het neerhof afgebeeld, met verschillende gebouwen gegroepeerd rond een rechthoekig erf.

Het ommuurde opperhof bestaat uit een waterburcht met vier slanke hoektorens met ajuinspits die bereikbaar is via een houten brug.

Binnen de muren staat een grote donjon, vermoedelijk de oudste kern van het kasteel, en enkele lagere gebouwen, met trapgevels en een in- en uitzwenkende topgevel in renaissancestijl.

De ruimte tussen beide wallen is ingenomen door een boomgaard.

De waterburcht ligt ten oosten van het neerhof en is toegankelijk via een houten brug.

Het neerhof zelf is toegankelijk via een stenen brug en een imposant bakstenen poortgebouw met dubbele poort en twee getrapte dakkapellen.

De gebouwen zijn gegroepeerd rond een begraasd erf. Rond het erf bevinden zich aan noordzijde een bakstenen woonhuis en een dwarsschuur, vermoedelijk in vakwerkbouw, ten westen het poortgebouw en een bakstenen stal, ten zuiden nog een dwarsschuur in vakwerkbouw en een klein bijgebouwtje. Ten zuiden van de bebouwing is een formele tuin afgebeeld.

In 1709 ging het goed over op de familie Damarin.

Op de Ferrariskaart van 1777 staat het kasteel afgebeeld als "Chateau Roode Poort". Op de Ferrariskaart is de bebouwing enigszins gewijzigd. Het langgestrekte woonhuis neemt nu nagenoeg geheel de noordzijde van het erf in en met links ervan een klein gebouwtje.

Het poortgebouw is verdwenen, alsook de dwarsschuur ten zuiden van het erf. Ten oosten en ten westen van het erf bevinden zich twee parallelle bijgebouwen.

Het kasteel werd volgens de literatuur afgebroken circa 1820.

Het huidige neerhof bestaat thans uit een woonhuis met een 18e-eeuws uitzicht met een aangebouwd schuurstalvolume, volgens een gevelsteen daterend van "1727".

Rechts van het schuurstalvolume is circa 1900 nog een wagenkot aangebouwd.

Ten oosten en ten westen van het erf bevinden zich twee stallen, vermoedelijk in kern opklimmend tot voor de opmaak van de Ferrariskaart en tegenwoordig uitgebreid met verschillende aangebouwde volumes.

Tussen beide stallen scheidt een bakstenen muur met in het midden een poortje het erf af van de voormalige formele tuin, die volledig is ommuurd.

(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be)