De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
LOPPEM - GOED TER LOO
(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)
Op deze prent van Sanderus is het ”Goed ter Loo” te zien zoals het er omstreeks 1640 moet hebben uitgezien. Het domein situeert zich in Loppem, sinds 1977 een deelgemeente van Zedelgem.
Oorspronkelijk had het domein een opperhof-neerhofstructuur. Het kasteeldomein was de voormalige zetel van de heerlijkheid Loppem. Het heeft doorheen de jaren ingrijpende veranderingen doorgemaakt. Tegenwoordig heeft het kasteel na verbouwingen eerder het karakter van een landhuis, dat op een hoogte is gelegen in een park en toegankelijk is via een onverharde oprit met een achtergelegen noviciaat met kapel daterende van 1949.
Het leengoed ter Loo werd reeds vermeld in 1322. Het is niet duidelijk wanneer de hoevegebouwen zijn ontstaan.
In 1551, wanneer het goed gekocht wordt door Daniël de Schietere, een Brugse poorter, was er in elk geval al sprake van een hofstede. In 1560 werd bij het overlijden van Daniël de Schietere een "huys van playsance" vermeld. In 1584 werd het kasteel geplunderd en vernield in het kader van de protestantse opstand.
Op deze prent van Sanderus is het kasteel met neerhof te zien binnen een dubbele, vierkante omwalling. Het opperhof bestond uit een rechthoekig gebouw met trapgevels en dakkapellen met aan de noordzijde een ronde traptoren. Aan de oostgevel bevond zich een dwarsvleugel met een trapgevel.
Het kasteel was omringd door een formele tuin. Het opperhof was toegankelijk via een houten brug. Het was vanaf de straat aan de westzijde toegankelijk via een stenen poort met kantelen. Het neerhof met boomgaard bevatte enkele verspreide gebouwen, meestal in vakwerk opgetrokken en met een stenen woonhuis in de noordoosthoek.
In 1657 verwierf Charles de Schietere eerst de heerlijkheid Den Houtschen en vervolgens de heerlijkheid Loppem. Kort na 1671 werd de eerste familiekapel in de onmiddellijke nabijheid van het goed opgericht.
In het begin van de 18e eeuw kwam dorpsheer François de Schietere in financiële problemen. In 1732 werd de heerlijkheid Den Houtschen in beslag genomen en verkocht.
Het was zijn broer Philip de Schietere die de heerlijkheid kocht. Beide heerlijkheden bleven in handen van de de Schieteres, maar behoorden vanaf 1732 nooit meer tot dezelfde eigenaar. Den Houtschen ging over op Charles-Albert de Schietere, zoon van Philip. Hij erfde ook de heerlijkheid Kaprijke en stichtte de tak de Schietere Caprycke.
Loppem ten Vrijen ging over op Thomas-Augustin de Schietere, eveneens zoon van Philip. Hij voegde de titel van het leengoed bij zijn achternaam en stichtte de familietak de Schietere de Lophem.
Op de Ferrariskaart van 1777 werd het goed afgebeeld als "Chateau Masthof". Van waar deze naam kwam is niet duidelijk.
De opperhof-neerhofstructuur was nog duidelijk te herkennen. Het opperhof bestond uit het kasteel en een tuin, omgeven door een gracht, toegankelijk via een brug ten noorden van het kasteel. Ten noorden bevonden zich de neerhofgebouwen, ten oosten een boomgaard en ten zuiden een tuin. Een toegangsweg vertrekkend vanaf de Torhoutsesteenweg maakte een omtrekkende beweging rond de gebouwen. Aan de noordzijde van dezelfde weg stond de familiekapel. Een dubbele bomenrij verbond de kapel met de Torhoutsesteenweg.
Bij de afschaffing van de heerlijke rechten in 1795 kwam er een einde aan de familie de Schietere als heren van Loppem. Thomas-Lodewijk de Schietere behield wel zijn buitengoed in Loppem. In 1809 werd hij onder het Napoleontische bewind burgemeester van Loppem. Zijn zoon, Karel-Thomas verbouwde of herbouwde circa 1845 het kasteel volledig.
In de zijgevel van de hoeve op het neerhof bevindt zich nog een gevelsteen in blauwe hardsteen met een bas-reliëfafbeelding van het wapenschild van de de Schieteres en gedateerd bovenaan "1576". Deze steen is vermoedelijk afkomstig van de oude inrijpoort, verplaatst bij een verbouwing van de hoeve in 1847.
In 1884 werd een gedeelte van de omwalling gedempt.
In de negentiende eeuw werd de zone ten zuiden/zuidwesten van het kasteel omgevormd tot een park met landschappelijke aanleg, en enkele delen als moestuin nabij het kasteel. Aanvankelijk was het park kleiner, maar het werd gaandeweg uitgebreid tot tegen de Torhoutsesteenweg.
In 1922 werd het “Goed ter Loo" door de familie de Schietere verkocht. Het opperhof en het neerhof werden gescheiden.
In 1946 werd het kasteel verkocht aan de priesters van het Heilig Hart. Het gebouw zou tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn beschadigd door een brand.
De omwalling onderging grondige wijzigingen. Het kasteel werd al snel te klein en in 1948 ving men aan met de bouw van een nieuw noviciaat ten westen van het kasteel.
In 1969 werd het noviciaat omgevormd naar een bezinningscentrum.
In 1972 werd het kasteelgebouw achteraan uitgebreid en enkele nutsgebouwen aan de noordkant bijgebouwd.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be)