De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




LOKEREN - PANORAMA


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)



Deze prent van Sanderus toont ons een panorama van omstreeks 1640 van de stad Lokeren in de huidige provincie Oost-Vlaanderen.

Voorhistorische vondsten tonen aan dat er reeds een bewoning was op deze plaats vóór de Romeinse tijd.

Tijdens de klassieke oudheid werd in de nabijheid van deze Gallo-Romeinse nederzetting de heirbaan tussen Antwerpen en Gent aangelegd, waardoor de plaats uitgroeide tot een handelscentrum.

Reeds in 1139 was er een vrij talrijke bevolking die een parochie vormde.

In 1555 verleende Keizer Karel aan Lokeren een octrooi om wekelijks een markt te houden, wat meteen het vertrekpunt was van de bloei van deze gemeente. Het dorp telde op dat ogenblik tussen 2500 en 3500 inwoners en was het grootste van het Land van Waas.

De stadsontwikkeling werd in 1584 tijdelijk gestuit toen ten tijde van de Gentse Republiek garnizoenen uit Gent en
Dendermonde Lokeren binnenvielen, waarbij het toenmalige dorpscentrum en de kerk volledig in de as werden gelegd.

Het duurde tot na 1600 vooraleer er een heropleving kwam.

In de 17e en de 18e eeuw kende Lokeren een snelle ontwikkeling.

De Markt is thans een min of meer rechthoekig plein, gegroeid uit de noodzaak een plaats te hebben om de wekelijkse markt te houden. Oorspronkelijk was het slechts een driehoekig plein voor de westgevel van de kerk.

Het plein diende na de godsdiensttroebelen vergroot te worden door de snelle uitbreiding van de wekelijkse markt.

Van 1610 tot 1651 werd door systematische aankopen ongeveer een hectare toegevoegd waardoor het marktplein met een zijde aan de Durme paalde en ten oosten en ten westen haar definitieve rooilijnen verkreeg.

Op deze prent van Sanderus is een galg te zien op de Markt. Rechtsboven op de prent is ook duidelijk een staande wip te zien van een schuttersgilde.

Tijdens de 16e en 17e eeuw lag het Land van Waas in het heetst van de strijd tussen de protestantse Republiek en de katholieke Spaanse Nederlanden. Veel inwoners van Lokeren maakten deel uit van de migratiestroom naar de noordelijke Nederlanden aan het einde van de 16e eeuw. Tussen 1641 en 1645 werd rondom Lokeren een versterkt legerkamp opgezet door het leger van de Hollandse Republiek, met het hoofdkwartier in het centrum onder leiding van Antoine III de Gramont en de prins van Oranje.

Reeds in 1613 werd de Markt geplaveid; in 1779 nogmaals, maar dan volledig; in 1897 werd het huidige middenplein met bomen aangelegd en in 1950 en 1953 werd het marktplein en de omliggende straten opnieuw geplaveid met klinkers en kleine stenen. De twee zijkanten van het plein naar de rivier de Durme toe zijn bebouwd geworden.

In het midden van de 18e eeuw is de hoedenmakersnijverheid ontstaan, wat Lokeren vooral in de daarop volgende eeuw een economische bloei verschafte. Tevens ontstonden talrijke katoenspinnerijen en -weverijen, evenals linnenblekerijen.

Na een stilstand tijdens de eerste jaren van het Hollands bewind, kende Lokeren een nieuwe, doch afgeremde bloei.

Omstreeks 1804 verkreeg Lokeren stadsrechten van Napoleon Bonaparte.

In 1815 werd de stad een deel van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, en in 1830 werd Lokeren uiteindelijk een Belgische stad.

Tot dan toe had de stad zich uitsluitend op de rechter Durme-oever ontwikkeld. Door de aanleg van de spoorweg "het Land van Waas" tussen Gent en Antwerpen, en de bouw van een station te Lokeren in 1846 kende de stad nu ook een uitbreiding op de linker oever: een nieuwe wijk, de Stationswijk, werd aangelegd.

In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. Op 8 oktober 1914 werd het stadscentrum van Lokeren beschoten met artillerie vanuit Bokslaar, en op 9 oktober viel het centrum in handen van de vijand. Tijdens de Duitse bezetting werden verschillende fabrieken omgevormd tot gevangenissen, en het stadhuis diende als rechtbank.

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werden er verschillende bombardementen uitgevoerd in Lokeren.

Na de Tweede Wereldoorlog werden nieuwe wijken en straten getrokken en volgebouwd, en groeiden afzonderlijke wijken naar het centrum toe.

De Sint-Laurentiuskerk is de hoofdkerk van Lokeren, genoemd naar de stadsheilige, Sint-Laurentius. Het oudste document met betrekking tot de kerk dateert uit 1139. De oorspronkelijke kruiskerk met vieringtoren werd grotendeels verwoest door krijgsgeweld in 1584. Tussen 1585 en 1621 vond de wederopbouw plaats, waarbij een zuidelijke zijbeuk en twee zijkoren werden toegevoegd. Vanwege de beperkte ruimte werd in 1670 een noordelijke zijbeuk gebouwd, samen met een nieuwe noordelijke transeptarm.

In 1688 werd het koor verlengd met één travee. Tijdens deze renovatie werden gotische venstertraceringen vervangen door halfronde, en het hele schip werd overwelfd. Op 17 juni 1719 werd de kerk getroffen door een ernstige brand, wat leidde tot aanzienlijke verbouwingen. Deze werken werden voltooid in 1725. In de 19e eeuw werden een sacristie en een bergplaats aan de kerk toegevoegd.

(Bronvermelding: Wikipedia; Onroerend erfgoed.be)