De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




LICHTERVELDE  -  PANORAMA


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)





Op deze prent van Sanderus is een panoramisch beeld te zien van Lichtervelde omstreeks 1640. Lichtervelde is thans een gemeente in de provincie West-Vlaanderen.

Volgens Sanderus was de oudste bebouwingskern van Lichtervelde “de Burg” en de “Markt”, met ten zuidoosten de kerk met het kerkhof, van waaruit de Zwevezelestraat leidde naar het kasteel (verdwenen in 1584).

Volgens kronieken liet Karel de Kale rond 846 een burcht bouwen bij de (tol)brug die de oversteek van de Zwanebeek mogelijk maakte. Nu is dit in de Neerstraat, de benaming "De Burg" van Sanderus verwijst naar deze plaats.


Kasteel van Lichtervelde

In de linkerbenedenhoek van de prent is het zogenaamde “Kasteel van Lichtervelde” te zien.

De heren van Lichtervelde werden reeds in 1127 vermeld. Tijdens het Ancien Régime vormde het dominium Lichtervelde een heerlijkheid afhankelijk van het Brugse Vrije.

Ter hoogte van de Zwevezelestraat zou er in de 12e eeuw een omwald kasteel gebouwd zijn, " 't Hof van Heernvelde" genaamd. Dit kasteel was gelegen in de hoek van de Zwevezelestraat en Kasteelstraat.

Van de familie van Lichtervelde is Sigher het oudst bekende lid. Hij sneuvelde met zijn zoon Walter in 1205 na de Vierde Kruistocht.

In het middeleeuwse Lichtervelde bestuurden de heren van Lichtervelde de heerlijkheid onder het gezag van de burggraaf van het Brugse Vrije vanuit hun omwald kasteel. Aan het hoofd van de heerlijkheid stond de heer die een baljuw, burgemeester en zes schepenen aanstelde. Hij oefende via de vierschaar (schepenbank) zijn rechtspraak uit. Hij beschikte over een galg op de gemeentegrens, tegenwoordig de Galgenstraat.

De beroemdste heer, Jacob van Lichtervelde, nam als raadsheer van Filips de Stoute, Jan Zonder Vrees en Filips de Goede in de tweede helft van de 14e eeuw een prominente politieke plaats bij de Bourgondiërs in.

In de late 15e eeuw stuitte het centralistische beleid van de Habsburgse vorst het particularisme van de heren en diverse andere steden en gemeenten tegen de borst. Het conflict kende zijn hoogtepunt tussen 1483 en 1485, toen de troepen van Maximiliaan van Oostenrijk het kasteel bestormden. In 1491 verwoestte graaf Inghelbert van Nassau het kasteel, waarna het werd hersteld.

In 1584 werd het kasteel volledig vernield door de Malcontenten in de tweede Beeldenstorm.

Omdat de heren vanaf 1600 in Brugge en Gent verbleven, restaureerden zij hun kasteel niet.

Sanderus beeldde het kasteel echter wel nog af in zijn "Flandria Illustrata" van 1641 waarbij hij noteerde: "Het oud en vermaard dorp Lichtervelde, pronkte voormaels met een uitmuntend paleis en kasteel der Heren 't welke de woede des oorlogs, gelijk vele andere in Vlaanderen, omvergeworpen heeft.

Langs de Zwevezelestraat herinnert een kapel nog aan het bestaan van het kasteel van Lichtervelde.

De zogenaamde "Kasteelkapel" of "Casets kapel" dateert pas van 1879, maar werd genoemd naar het vroegere, nabijgelegen kasteel van de heren van Lichtervelde, later vervangen door de hoeve Caset, nog aangeduid op de Atlas der Buurtwegen (1841) als "Oud Kasteel".


Sint-Jacobus-de-Meerderekerk

In 1197 deed de heer van Lichtervelde afstand van het altaarrecht ten voordele van de Sint-Bertinusabdij in Sint-Omaars.

Het bestaan van de parochie werd reeds in 1207 bevestigd.

In 1275 schonk Rogier, de toenmalige heer van Lichtervelde, het patronaat van de parochiekerk aan de abt van Sint-Bertinus. De parochie hoorde achtereenvolgens bij het bisdom Doornik, Brugge (1561), Gent (1801) en Brugge (1834).

De eerste kerk was vermoedelijk een houten gebouw.

Tijdens de tweede Beeldenstorm in 1584 werd de kerk, uitgezonderd de romaanse toren, verwoest en circa 1620 terug opgebouwd, in een romaanse stijl. De patroonheiligen waren Margaretha en Jakobus de Meerdere. Jakobus de Meerdere werd gekozen omdat Lichtervelde een doorgangsweg was voor de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella.

Op deze prent is de kerk te zien zoals deze er omstreeks 1640 moet hebben uitgezien.

De kerk had te lijden onder de Frans-Spaanse oorlogen en de Spaanse Successieoorlog, waaraan een einde kwam in 1713. De bevolkingsgroei maakte in 1838 een westelijke uitbreiding van de kerk noodzakelijk. Tussen 1876 en 1879 werd
de kerk, die te klein was bevonden, afgebroken om plaats te maken voor de huidige neogotische kerk, gebouwd tussen 1878 en 1880.

In 1918 dynamiteerden de wegtrekkende Duitsers onder meer de kerktoren. Na deze zware vernieling werd de kerk in
1922-1923 herbouwd naar het voorbeeld van de neogotische voorganger.

De Sint-Jacobus-de-Meerderekerk is thans nog altijd de parochiekerk van Lichtervelde. De kerk is gelegen aan het Kerkplein.

De romaanse doopvont in de Sint-Jacobskerk dateert nog uit de 11e eeuw en is één van de oudste van het land.

De kerk ligt in het midden van een ommuurd plantsoen.
Lichtervelde begroef de doden in de kerk (tot in 1783, na het verbod door keizer Jozef II) en rond de kerk (tot in 1805, na het verbod door Napoleon).

Op de prent van Sanderus is het kerkhof te zien rond de kerk.


Lichtervelde kreeg het zwaar te verduren in de ellendige jaren tussen 1840 en 1850. De combinatie van de vlascrisis en de mislukking van de aardappeloogst zorgde voor hongersnood en hongerdood, met een hoogtepunt in 1847-1848.

De Duitse troepen lieten Lichtervelde in 1918 in puin achter. Na een herstelperiode tijdens het interbellum sloeg de Tweede Wereldoorlog opnieuw bijzonder diepe wonden.

Lichtervelde bleef bij de gemeentelijke fusies van 1977 een zelfstandige gemeente, en kreeg geen deelgemeentes aangehecht.

(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be; Wikipedia en Heemkring Lichtervelde)