De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
LAUWE - GOED TE BOENAERDE
(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)
Op deze prent van Sanderus is het zogenaamde Goed Te Boenaerde te zien. Deze eeuwenoude hoeve bestaat nog en is gelegen langs de Rekkemstraat in Lauwe.
Lauwe vormt sinds 1977 samen met Menen en Rekkem de fusiegemeente Menen in de provincie West-Vlaanderen. Er werden sporen van Gallo-Romeinse bewoning aangetroffen op een heuvel tussen Lauwe en Marke. De Romeinse aanwezigheid uitte zich voornamelijk in het aanleggen van wegen.
De naam "Lauwe" werd volgens Sanderus voor het eerst aangetroffen in een boek geschreven door een zekere Meyer in 804 die het had over "Milo en Jacob van Lauwe". De heerlijkheid van Lauwe gaat terug op een kleine nederzetting aan de Leieoever. Rond 804 was er een kleine dorpsgemeenschap aanwezig aan een doorwaadbare plaats van de Leie.
Lauwe behoorde tot de kasselrij van Kortrijk en de roede der dertien provinciën. De heerlijkheid Lauwe bestond uit enkele lenen.
De oudst gekende heer van Lauwe was Ursderius (1128).
Disderus van Halewijn, heer van Lauwe, was in 1143 overste van het St.-Pieterskapittel te Rijsel dat ook sedert 1143 het patronaatsrecht had over de kerk van Lauwe.
De stenen Romaanse kerk werd wellicht gebouwd omstreeks 1100.
Na de slag van Westrozebeke werden alle goederen van de heren van Lauwe verbeurd verklaard en kwamen ze in handen van de familie van Ghistelle.
Door het huwelijk van Jacqueline van Ghistelle met Jan van Halewijn (overleden in 1440) kwam de heerlijkheid Lauwe in handen van de familie van Halewijn.
In 1502 verwierf Denijs de Vriendt het Goed Te Boenaerde. Het goed werd gepacht van het leenhof van Menen.
In 1544 kwam de heerlijkheid van Lauwe in handen van Philip de Croy, hertog van Aarschot.
In 1572 bestond het Goed Te Boenaerde uit een opperhof en een neerhof.
De hoeve werd vóór 1641 aangekocht door Severinus de Harchies, heer van Beauchamps.
Sanderus benoemde het goed op deze prent als "Praetorium viri nobilis Domini de Harchies in Lavwe".
Severinus de Harchies kocht in 1642 de dorpsheerlijkheid van Lauwe van Albert de Croy d'Arsenberg en werd in 1646 vermeld als Heer van Lauwe.
Zijn opvolger Antonius Franciscus de Harchies verkocht het goed als gevolg van een gebrek aan inkomsten door de negenjarige oorlog (1688-1697).
In 1699 werden alle bezittingen van de familie de Harchies gekocht door Frans Eustaas Taviel, de heer van Rekkem, die door de aankoop ook Heer van Lauwe werd.
Achtereenvolgens was de hoeve eigendom van Maria Taviel, Isabella Taviel, Maria Libert en Juliaan Louis Frans Bidé de la Grandeville, graaf van Lauwe en Rekkem.
Deze laatste eigenaar van de heerlijkheid van Lauwe werd tijdens de Franse Revolutie gevangen genomen. Hij verloor al zijn titels en heerlijke rechten en stierf in 1802.
In het midden van de 19e eeuw kwam de hoeve in handen van het huis van Nettancourt-Vaubécourt, een adellijke familie uit Frankrijk, zij verkochten de gebouwen aan de toenmalige pachter.
Heden is de hoeve in eigendom van de familie Wyseur. De hoeve werd in 2020 volledig gerestaureerd met het oog om deze ook in te richten voor evenementen.
De hoeve was eertijds omwald en tweeledig en bestond uit een opperhof met een motestructuur met het woonhuis en een lager gelegen neerhof, waarin de gebouwen U-vormig opgesteld stonden.
Op deze prent heeft het geheel het uitzicht van een versterkt kasteel met een bijhorende hoeve, bestaande uit een woonhuis met een ophaalbrug gemarkeerd door twee torentjes, een schuur en een omwalling.
Het poortgebouw werd vermoedelijk in het begin van de 19e eeuw gesloopt.
De oostgevel van de stal werd aangepast in 1944; tevens werd het grootste gedeelte van de wal gedempt. Deze bleef enkel ten westen behouden.
Het woonhuis werd in 1956 uitgebreid in westelijke richting.
Langzamerhand evolueerde de gemeente Lauwe van een landbouwersdorp naar een geïndustrialiseerde gemeente.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be)