De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
KRUISHOUTEM - KASTEEL VAN KRUISHOUTEM
(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)
Op deze prent van Sanderus is het Kasteel van Kruishoutem te zien, omstreeks 1640.
Kruishoutem is een voormalige gemeente in de provincie Oost-Vlaanderen. De gemeente, die naast de hoofdkern nog uit Lozer, Nokere en Wannegem-Lede bestond, ging op 1 januari 2019 als deelgemeente op in de nieuwe fusiegemeente Kruisem, na de fusie met Zingem.
Het 17e-eeuwse waterkasteel met aanhorigheden in een uitgestrekt park van 13 hectare met vijvers bestaat nog en is gelegen tussen de Kasteelstraat, Colijnstraat en Moerasstraat in Kruisem en wordt door een lindendreef verbonden met de ten zuidwesten ervan gelegen dorpskern. Een tweede populierendreef in het westen, tussen de Kasteelstraat en de Tjollevelddreef, werd pas later (in 1821) aangelegd.
Het kasteel wordt omgeven door landbouwgronden. De kasteeldreef bij het kasteeldomein, die oorspronkelijk uit vier bomenrijen bestond is nagenoeg, op een paar bomen na, herleid tot een dreef waarvan enkel de twee buitenste bomenrijen nog intact zijn. De dreef verbond eertijds het dorp van Kruishoutem met het kasteel. De vroegere dreef maakt thans deel uit van de Kasteelstraat, waarlangs het kasteel gelegen is.
Het Kasteel van Kruishoutem, ook Kasteeldomein Aaishove of Kasteeldomein Piers de Raveschoot genoemd, was in de middeleeuwen het foncier van de heerlijkheid Ayshove of Aaishove, die voor het eerst vermeld werd in 1227. Haar nederzettingsnaam (= Hof van Aio) was echter van Frankische oorsprong.
Vermoedelijk in de Karolingische periode groeide de nederzetting uit tot een belangrijke uitbating die versterkt werd.
Begin 13e eeuw werd de heerlijkheid verworven door Daniël II van Machelen.
De heerlijkheid Machelen-Ayshove, een leen van de graven van Vlaanderen, was afhankelijk van het leenhof van de "Stenen man" te Oudenaarde.
De heren van Ayshove waren hoogpointers van de kasselrij, bezaten de hoge, middelbare en lage justitie, jachtrechten, visrechten en plantrechten en het banrecht waardoor ze verschillende molens in hun bezit hadden.
Door huwelijk kwam de heerlijkheid in het bezit van aanzienlijke Vlaamse edellieden als de families van Gavere, het huis van Loon-Agimont, de Rochefort, van Steenhuise en van Gavere-Schorisse.
In 1460 werd de heerlijkheid wegens schulden verkocht aan Jacob de Jauche, heer van Mastaing. Zoals de vorige families bekleedde deze hoge functies als raadsheren of legeraanvoerders in dienst van graven en vorsten.
Karel-Robrecht de Jauche, die op deze prent van Sanderus wordt vermeld, liet de oude burcht slopen en liet op dezelfde grondvesten omstreeks 1630 het nog bewaarde kasteel optrekken.
Het was voltooid en werd door hem bewoond in 1634 met onder meer de wijding van de huiskapel door bisschop Triest. In 1645 werd de heerlijkheid tot baronie en in 1670 tot graafschap verheven.
Zijn zoon Filip breidde vooral de hovingen en het kasteelpark uit met verschillende dreven, waaronder de Tjollevelddreef in 1675.
De Nedervijver werd toen ook aangelegd. Een nieuwe verplichte verkoop had plaats in 1734 aan de geldschieter Willem-Jozef vander Meere, uit het belangrijke geslacht van Oudenaardse burgemeesters.
In de loop van de tweede helft van de 18e eeuw werd het kasteel verbouwd. Het middenrisaliet in de voor- en achtergevel werd hoger opgetrokken en afgewerkt met frontons met het wapenschild van de familie vander Meere, de toegangsbruggen werden vernieuwd op het niveau van de bel-etage in plaats van de kelderverdieping. De 18e-eeuwse deuromlijstingen in de voor- en achtergevel werden toen gerealiseerd. Ook het interieur werd grondig heringericht.
Het ereplein werd heraangelegd in 1750 met een inplanting van een koetshuis met paardenstallen evenwijdig aan het nog bestaande vroegere neerhof.
In 1839 werd het domein eigendom van gravin Eugenie vander Meere, echtgenote van burggraaf en industrieel Desmanet de Biesme. Zij waren verantwoordelijk voor nieuwe uitbreidingen vanaf het midden van de 19e eeuw, zoals dienstgebouwen en een classicistisch nieuw poortgebouw.
Dit poortgebouw werd waarschijnlijk gebouwd op de plaats van de middeleeuwse poort, die te zien is op deze prent van Sanderus, want er zijn nog sporen van een ronde toren in de kelderverdieping van het nieuwe poortgebouw bewaard gebleven.
Ook het interieur werd toen verfraaid. Het park werd heraangelegd in Engelse landschapsstijl.
Van 1905 af werd het kasteel bewoond door de familie Piers de Ravenschoot die vanaf 1913 tot 1976 ook eigenaar was.
Begin 20e eeuw werd het kasteel opnieuw gerestaureerd. Het park werd aangepast bij het dempen van een deel van de grachten. Ook een houten lusthuisje werd toen gebouwd.
Het zogenaamde 'neerhof' van het kasteel was ook voorzien van een walgracht en bevond zich op enige afstand ten noorden van het kasteel. De gebouwen bestaan niet meer maar er zijn nog sporen van een site met een min of meer vierkante walgracht aanwezig in het landschap.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be)