De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
KLEIN-SINAAI - HOF VAN LYSDONCK
(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)
Deze prent van Sanderus toont het "Hof van Lysdonck, vallende onder het domein van de Abdij van Boudeloo".
Het Hof van Lysdonck is gelegen in Klein-Sinaai, nabij Sint-Niklaas (provincie Oost-Vlaanderen) langs de Leestraat en de Hulstbaan, in het gehucht Lijsdonck (Lysdonck).
De geschiedenis van het Lysdonckhof hangt inderdaad nauw samen met deze van de Abdij van Boudeloo.
De Abdij van Boudeloo vervulde voor het Waasland een belangrijke rol in de ontginning van het gebied in de 13de en 14de eeuw.
Het Waasland was een belangrijke natuurlandschappelijke eenheid in noordelijk zandig Vlaanderen tijdens de vroege middeleeuwen. Meer dan de helft ervan was bedekt door een enorm woud, het zogenaamde Koningsforeest, dat door de Graaf van Vlaanderen beheerd werd.
De grenzen van dit woud komen goed overeen met een strook van humusarme stuifzandgronden. In het laatste stadium van de grote middeleeuwse ontginningen werden de abdijen door de graaf ingeschakeld.
In het Waasland werden, hoofdzakelijk in de dertiende eeuw op het einde van die ontginningsgolf, de restanten van het Koningsforeest en de aangrenzende wastines vrij systematisch door de abdij van Boudelo in cultuur gebracht.
Rond 1195 trok namelijk de Gentse benedictijn, Balduinus van Bocla of Boudewijn van Boekel, zich terug uit de Gentse Sint-Pietersabdij en verkoos samen met een tiental volgelingen een sober bestaan in een woudgebied te leiden. Hiervoor koos hij het bosrijke gebied te Klein-Sinaai uit.
Reeds in 1200 schonkt de Graaf van Vlaanderen, Boudewijn IX van Constantinopel, aan de monniken ongeveer 40 ha akkerland met een bijhorende weide.
De geloofsgemeenschap groeide flink in slechts enkele jaren tijd. Bij zoverre dat ze in 1204 tot abdij werd verheven. De abdij situeerde zich tussen de huidige Koebrugstraat en Kloosterstraat. Een erkenning volgde in het begin van de 13e eeuw door de bisschop van Doornik.
De abdij was aanvankelijk een benedictijnenabij. In 1217 werd de abdij overgenomen door de cisterciënzers van de Abdij van Cambron.
Vanuit deze abdij begonnen de monniken de streek rondom de Schelde in te polderen. Dit deden ze onder andere door het stichten van uithoven. In Hulst en Gent had de abdij een refugehuis, het refugehuis Baudeloo. Boudelo bezat een hoeve in Aarsele: het Hof van Boudeloo.
De monniken leefden aanvankelijk in armoedige omstandigheden. Zij ontgonnen het gebied steeds verder, vennen en poelen werden drooggelegd, bossen gerooid, gronden geïrrigeerd en tot akkerland omgezet. Verder deden ze nog aan visvangst en veeteelt. De gronden die in de buurt van de abdij lagen, werden de 'Fondatiegronden' genoemd. (naar funderen, stichten). Het was de monniken van de cisterciënzerorde toegestaan om bij het bewerken van hun gronden beroep te doen op zogenaamde conversen of lekenbroeders en zelfs op gehuurde arbeiders.
De monniken waren ook bedreven in de handel, hierdoor vergrootten zij hun bezittingen en werd de abdij het centrum van de streek en kende ze een grote uitbreiding. Rond 1247 bedroeg de fundatieoppervlakte ongeveer 1000 ha. De zuidelijke grens van hun gebied was de Zuidlede en de Fondatiebeek.
In 1296 schonken de gezusters Tincke, wiens broer Boudewijn monnik was in de abdij van Boudelo, al hun goederen aan de gemeenschap van Boudelo.
Onder die goederen bevond zich onder andere het Hof van Lysdonck.
Voorwaarde was wel het levenslange behoud van vruchtgebruik voor zichzelf, hun broer en hun neven in de eerste graad.
In 1305 werd de gift bekrachtigd door Beatriijs, de laatst overgeblevene van de gezusters Tincke en in 1351 tenslotte werd het hof door de vierschaar van Vrasene definitief aan de abdij toegekend.
De macht en het aanzien van de abdij groeide over gans Vlaanderen; de abt werd een man van aanzien en in zijn handen moest de nieuwe graaf later getrouwheid aan de Keure van Waes afleggen.
De abdij werd ook vele malen verwoest; een keer door blikseminslag maar ook door onverlaten. Ten tijde van Lodewijk van Male kwamen de Witte Kaproenen in opstand en bekoelden zij hun woede op de bevriende abdij van de graaf.
De abdij had openlijk de kant gekozen van de graaf en daar was niet iedereen over te spreken. Dus kwamen er lieden in het geweer die in 1381 hun ongenoegen uitten door de abdij te verwoesten. Ze bestormden de abdij en roofden alles mee dat enigszins waarde had.
In 1383 vond een tweede verwoesting plaats zodat grote delen van de abdij opnieuw moesten opgericht worden.
In 1452 kwamen de Gentenaars opnieuw in opstand, dit keer tegen Filips de Goede; ze staken de abdij, met uitzondering van de kerk, volledig in brand.
Telkens na een verwoesting werd de abdij terug opgebouwd.
De abdij werd in 1551 zwaar beproefd door overstromingen.
In 1570 zorgde een bliksemschicht op de abdijkerk van Boudelo ervoor dat deze in lichterlaaie stond. Merkwaardig was hoe snel dit onheil werd hersteld.
In 1576 brandde de kerk af. Met een ongeëvenaarde veerkracht werd die weer opgebouwd.
Op 8 augustus 1578 werd de abdij opnieuw vernield, dit keer door de Gentse calvinisten. Echter, in tegenstelling tot de abdij zelf, bleef het Lysdonckhof in 1578 wonderwel gespaard van de vernielingen die de abdijgebouwen troffen.
In 1660 werd met het puin van de afgebroken abdij het Boudelohof aan de Koebrugstraat in Klein-Sinaai opgetrokken.
De monniken trokken zich terug in hun refugehuis in Gent. Na de opheffing van de Boudeloabdij in de Franse Tijd, werden haar gebouwen te Gent omgevormd tot een bibliotheek.
Na de verwoesting van 1578 bleven de Fondatiegronden in de handen van de monniken en werden ze verpacht aan de omwonende boeren. De gronden stonden onder het beheer van een kastelein.
Vanaf 1660 betrok deze de Boudelohoeve, die met de restanten van de abdij was opgetrokken.
Na de plundering en verwoesting van de Baudeloabdij door de calvinisten in 1578 ging het Lysdonckhof – dat bestond uit een opper- en neerhof – fungeren als zomerverblijf en zelfs als residentie voor de abt, de procurator en de viceprocurator van de Gentse Baudelo-abdij, van waaruit ze hun goederen in het Waasland en het Axeler en Hulster ambacht bestuurden.
Dit duurde tot de verkoop van het hof in 1795 onder de Franse bezetting.
De kloostergronden, die niet bebost waren, werden verkocht als 'zwart goed' en werden privébezit. De bossen bleven in eigendom van de overheid tot ze tenslotte verkocht werden in de Hollandse periode in 1825 en 1828.
Hoewel het opperhof van Lysdonck reeds in 1822 werd gesloopt zijn nog enkele getuigen bewaard gebleven: een woning, een bakoven en de ruïne van een schuur. Anderzijds wijzen lichte grondverzakkingen op de ligging van een wal rond het opperhof.
De prent van Sanderus toont binnen een met water gevulde gracht een boomgaard en een tuin, beiden gescheiden door een gebouwencomplex dat bestaat uit een hoofdgebouw van twee bouwlagen met trapgevels en zadeldak en een veelhoekige traptoren; verder een eenlaags gebouw met een aanbouw haaks daarop, met trapgevels en pannenzadeldaken.
Tegen het hoogste gebouw is een kapel van twee traveeën en een driezijdige absis opgetrokken. In de hoek van de boomgaard bevindt zich een schuur. De toegang tot het domein gebeurt via een stenen brug over de wal met een poort in een muur die aan weerszijden door een ronde, toen reeds in bouwvallige staat verkerende toren is geflankeerd.
In het begin van de negentiende eeuw werd het kasteeltje dat bij het hof hoorde afgebroken. Nu blijft daar niets meer van over. Van het oorspronkelijke Hof van Lysdonck bleef enkel nog de schuur bestaan. Op de plaats van de hoeve staat nu een villa in retrostijl.
Tussen 1967 en 1971 is de schuur op het Hof van Lysdonck in verval geraakt.
Sinds 1995 zijn er nieuwe eigenaars van het Hof van Lysdonck. De huidige eigenaars doen er naar verluidt alles aan om de gebouwen in goede staat te behouden.
Rond 2001 is de villa van 1913 geheel vernieuwd. Vanaf 1913 waren dat 3 huizen, nu zijn het er twee.
Sinds 2011 wordt het Hof van Lysdonck gerestaureerd.
(Bronvermelding: Familievandelisdonk.nl/genealogie/lysdonckhof-en-boudelo-abdij)