De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
KERKHOVE - VOLDERSVELDHOEVE
(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)
Kerkhove vormt sinds 1 januari 1977 samen met Avelgem, Bossuit, Outrijve en Waarmaarde de fusiegemeente Avelgem (provincie West-Vlaanderen).
De gemeente is gelegen aan het kruispunt van de oude Romeinse heirweg Gent-Doornik en de heirweg naar Bavay.
De dorpskern is gelegen aan de linkeroever van de Schelde op de rand van de eigenlijke vallei. Ten zuiden vormt de Schelde de grens met de provincie Oost-Vlaanderen (Berchem, Kluisbergen), ten noorden grenst de gemeente aan Kaster (Anzegem), ten westen aan Waarmaarde en ten oosten aan Elsegem (Wortegem-Petegem).
De Schelde werd in de tweede helft van de 19de eeuw in verschillende fases rechtgetrokken en gekalibreerd.
Archeologische vondsten tonen aan dat reeds in de prehistorie het gebied tussen de huidige dorpskommen van Waarmaarde en Kerkhove een uitgesproken vestigingsplaats was van de mens.
Tijdens de Gallo-Romeinse periode, vermoedelijk rond het midden van de 1ste eeuw, ontwikkelde er zich een imposant administratief-logistiek centrum aan het kruispunt van de Schelde als waterloop en enkele belangrijke landwegen.
Kerkhove wordt voor het eerst vermeld in 1119. Lambert, de bisschop van Noyon en Doornik, schonk dan het altaar van Wortegem en Kerkhove met de afhankelijke kapel van Waarmaarde aan de abdij van Sint-Diederik bij Reims. Op het einde van de 17de eeuw hoorde het patronaatsrecht toe aan de Sint-Pietersabdij in Gent.
Er waren in Kerkhove drie lenen: de heerlijkheid Kerkhove, afhankelijk van de Steenen Man in Oudenaarde; de heerlijkheid Nieuwgoed, die afhankelijk was van het kasteel van Waasten en de heerlijkheid Voldersvelt, afhankelijk van het leenhof van Dendermonde.
Het is de hoeve van deze laatste heerlijkheid die hier wordt afgebeeld door Sanderus.
In 1594 moest Catharina van Brugge, prinses van Steenhuse en tevens vrouw van Avelgem, wegens financiële problemen ten gevolge van de godsdiensttroebelen Nieuwgoed verkopen aan Maximiliaan van Oignies, ridder, heer van Beaupaire. In 1625 was Philips de la Mote eigenaar van de heerlijkheden Kerkhove, Nieuwgoed, Voldersvelt en Manpaert.
Aan het einde van de 17de eeuw was de koning van Spanje heer van Kerkhove. Hij verkocht dan de heerlijkheid aan de heer Weuldere, heer van Meulebeck.
In de 18de eeuw was de heerlijkheid in handen van de familie Richardot, de familie de Potter en de hertogen van Ursel en Hoboken.
Tijdens de godsdiensttroebelen in de tweede helft van de 16de eeuw werd Kerkhove meermaals getroffen: in 1568 werd de kerk geplunderd en in 1581 bleef het dorp verweesd en verlaten achter na de plundertochten van de opstandelingen die zich verschanst hadden in de burchten van Avelgem en Outrijve.
Tijdens de negenjarige oorlog (1688-1697) had Kerkhove zwaar te lijden onder inkwartieringen en kampementen.
Tijdens het ancien régime behoorde Kerkhove administratief tot de hoofdpointerij van Avelgem in de Heuvelkasselrij van Oudenaarde.
Omstreeks 1835 werd Kerkhove in verbinding gesteld met Berchem (Oost-Vlaanderen) door een brug over de Schelde die in 1918 werd vernield en later vervangen.
De hoeve die op deze prent wordt afgebeeld is de hoeve van de heerlijkheid Voldersvelt.
Deze hoeve bestaat nog grotendeels en is in Kerkhove gekend als de “Voldersveldhoeve”. Ze is gelegen in de Kruisstraat 14 in Kerkhove.
De hoeve was oorspronkelijk een versterkte site, die was omringd met een gracht die thans voor de helft gedempt is.
De prent van Sanderus die hier is afgebeeld is de oudste afbeelding.
Men ziet op de prent duidelijk het poortgebouw en het woonhuis.
Bij vergelijking met de huidige toestand is enkel het woongedeelte en een deel van het poortgebouw herkenbaar. Het woonhuis bestaat uit twee aan elkaar gebouwde parallelle vleugels, waarvan de trapgevels heden verdwenen zijn.
Andere afwijkingen zijn te wijten aan latere verbouwingen of aan de niet al te getrouwe weergave van de tekenaar: het woongedeelte telt maar twee traveeën, terwijl elke travee ter hoogte van het dak bekroond wordt door een standvenster.
Hiervan zijn echter geen sporen meer zichtbaar.
De vroegere bedaking van de toren met peervormige bekroning is vervangen door een zadeldak. Ook de vorm van het poortgebouw stemt niet overeen met de prent van Sanderus.
De bovenstructuur werd gesloopt en vervangen door een eenvoudig zadeldak.
Sporen van de natuurstenen omlijsting van de poort en pilasters, zoals afgebeeld, zijn nog terug te vinden onderaan aan weerszijde van de toegang en in de boog zelf onder de vorm van twee aanzetstenen en een topsteen.
Op de Ferrariskaart (1777) wordt de hoeve aangeduid als "Chateau Voldersvelt". De Atlas der Buurtwegen (1841) toont een omwalde hoeve met losstaande bestanddelen, bestaande uit een woonhuis, schuur, twee kleine stallingen en een poort.
De hoeve was het centrum van de gelijknamige heerlijkheid, die afhankelijk was van het leenhof van Dendermonde.
Tijdens de 16de en 17de eeuw behoorde de hoeve toe aan de familie van der Mote; vervolgens waren de families Sainctiago, Le Bailly, Vande Meulebroucke, Melly en Maes de eigenaars.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be)