De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




IEPER  -  PLATTEGROND


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)




Op deze prent van Sanderus van omstreeks 1640 werd de stadsplattegrond van Ieper (in de huidige provincie West-Vlaanderen) weergegeven. Het is verbazingwekkend hoe precies de gebouwen op deze prent, bijna 400 jaar geleden, werden getekend.

Bovenaan op deze prent werd de skyline van de stad weergegeven, waarbij we van links naar rechts het Predikherenklooster, de Jezuïetenkerk, de Sint-Niklaaskerk, de Sint-Maartenskathedraal, de Lakenhalle, de Sint-Pieterskerk en de Sint-Jacobskerk herkennen.

Van deze 7 gebouwen zijn enkel het Predikherenklooster en de Jezuïetenkerk intussen verdwenen in Ieper.


1   Het Predikherenklooster

Het Predikherenklooster van Ieper bestond van 1268 tot 1797 nabij de huidige Arsenaalstraat.

Gravin Margaretha II van Vlaanderen bewerkstelligde de komst van de dominicanen door hen in 1268 grond van het Zaalhof te schenken voor de oprichting van een klooster.

Op het einde van de 18e eeuw verhuisden de dominicanen naar het jezuïetenklooster even ten noorden van hun eerste vestiging. De sloop van de oude gebouwen vond plaats tussen 1780 en 1819. Hun gemeenschap werd in de Franse tijd op overheidsbevel opgeheven (1797). De locatie van het oude en nieuwe klooster werd ingenomen door het Arsenaal.


2   De Jezuïetenkerk

De Jezuïetenkerk bevond zich langs de huidige De Montstraat, die gelegen is tussen de Patersstraat en de Arsenaalstraat.

De westelijke straatzijde werd eertijds ingenomen door het gebouwencomplex van de Jezuïeten, sinds 1585. Deze waren, onder impuls van Martinus Rythovius, de eerste bisschop van Ieper, in de stad gevestigd.

Tussen 1585 en circa 1640 werd het ensemble klooster-college-kerk gebouwd. Aan het Jezuietencollege dankt de Studentenstraat zijn bestaan en zijn naam.

Het hoge collegegebouw vertoonde een barok getinte afwerking.

Tussen 1588 en 1593 was inmiddels ook een voorlopige kapel opgetrokken.

De constructie van de eigenlijke Jezuïetenkerk, begonnen in 1620, diende wegens geldgebrek en de politieke onrust geregeld te worden stilgelegd. In 1640 werd de Jezuïetenkerk uiteindelijk officieel geopend en vier jaar later had de plechtige inwijding plaats.

Jozef II schafte in 1773 de Jezuietenorde af. Dit stelde definitief een einde aan het humanioraonderricht en de bloeiende pastorale activiteiten van de Jezuïeten te Ieper.

Onder het bewind van Willem I werd het hele complex afgebroken. De kerktoren bleef nog bewaard tot in 1809. De vrijgekomen gronden werden onder het Hollands bewind benut voor het bouwen van de infanteriekazerne (1817), een militaire constructie met vier vleugels gegroepeerd rondom een rechthoekige binnenplaats voorzien van een afzomende galerij. Op de gronden van de vooroorlogse infanteriekazerne werd vanaf 1935 een Rijkswachtkazerne gebouwd. Het gebouw werd gebouwd in een U-vorm met aan de achterkant tuinen. De kazerne bood onderdak aan 21 gezinnen van de Rijkswacht.

Op 13 juli 2007 heeft de Ieperse Lokale Politie haar intrek genomen in gerenoveerde lokalen van het gebouw. In 2007 werd besloten om op het Flanders Language Valley een nieuw politiecommissariaat te bouwen. Een deel van de gebouwen langs de De Montstraat worden anno 2024 nog gebruikt door de Federale Politie.


3   De Sint-Niklaaskerk

De oorspronkelijke Sint-Niklaaskerk werd gebouwd in de 12e eeuw.

Vanaf 1598 deelden de parochianen hun kerk met de benedictijnen van Sint-Jan-ten-Berg, overgekomen uit Belle. De kerk werd een aantal keer zwaar beschadigd, onder andere tijdens de beeldenstorm van 1566 en in 1794 bij de inval van de Franse revolutionairen. De kerk werd gesloten in 1797 en werd korte tijd hierna verkocht en gesloopt. Ze werd herbouwd in de jaren 1800 en gereconstrueerd na de Eerste Wereldoorlog.

De huidige kerk is een nieuwbouw in romano-byzantijnse stijl en doet maar weinig denken aan de oorspronkelijke kerk van de 12e eeuw. De kerk werd in 1995 opgeheven als parochiekerk en deed vanaf dan dienst als Stedelijk Onderwijsmuseum.

In 2005 kende het Stedelijk Onderwijsmuseum een grote tegenslag toen er brand woedde. Na de brand, die de gehele dakconstructie van de kerk verwoestte, bleef het museum een tijd gesloten. In oktober 2007 werd het Onderwijsmuseum heropend.

Op 31 december 2016 sloot het Onderwijsmuseum definitief zijn deuren. In de zomer van 2018 opende in Ieper een nieuw stadsmuseum, waar de collecties van het Onderwijsmuseum, Stedelijk Museum en Belle Godshuis een nieuwe plek kregen.


4   De Sint-Maartenskathedraal

De Sint-Maartenskathedraal was de kathedraal van het voormalige bisdom Ieper dat bestond van 1561 tot 1801. Thans heeft het gebouw dus opnieuw het statuut van “kerk”.

Aanvankelijk stond in deze omgeving een Romaanse kerk, waarschijnlijk uit de 10e of 11e eeuw.

In de 8e eeuw ontstond het bisdom Terwaan. Keizer Karel V verwoestte de abdijen van Terwaan omdat de abten te loyaal waren aan de Franse koning.

In 1561 werd het bisdom Terwaan ontbonden in drie bisdommen: Boulogne-sur-Mer, Sint-Omaars en Ieper. De kerk van het St.-Maartensklooster (reguliere kanunniken van Sint-Augustinus) werd toen tot kathedraal verheven. Cornelius Jansenius is de bekendste bisschop geweest van het bisdom Ieper.

Het concordaat tussen Napoleon Bonaparte en paus Pius VII van 1801 schafte het bisdom Ieper terug af en vanaf toen behoorden de parochies tot het bisdom Gent. In 1833 werd het bisdom Brugge heropgericht, waar Ieper sindsdien onder valt.

De Sint-Maartenskerk werd tijdens de Eerste Wereldoorlog helemaal vernield en nadien (1922-1930) heropgebouwd.


5.  De Lakenhalle

De Lakenhalle van Ieper is een van Europa's grootste burgerlijke gebouwen in gotische stijl.

De oorspronkelijke Lakenhalle werd gebouwd tussen ongeveer 1230 en 1304. Het 70 meter hoge belfort werd gebouwd vanaf 1250 als teken van de macht der burgerij. Aan de oostzijde werd in 1360 het Gulden Halleke aangebouwd tegen het hallencomplex, in 1620 vervangen door het Nieuwerck.

Het gebouw werd tijdens de Eerste Wereldoorlog volledig vernield en is later weer opgebouwd. De gerestaureerde Lakenhalle werd in 1967 voltooid.

De Lakenhalle werd vroeger gebruikt als verhandelingsplaats van laken.

In de halle zijn thans twee musea gevestigd: het In Flanders Fields Museum, sinds 1998, en het Yper Museum, sinds 2018.


6   De Sint-Pieterskerk

De gotisch-romaanse Sint-Pieterskerk bevindt zich in de huidige Rijselstraat nabij de school Immaculata. Naast de kerk is er een klein tuintje opengesteld voor het publiek.

Op de plaats waar de Vlaamse graaf Robrecht de Fries in 1073 een bedehuis zou hebben gesticht, werd in de 12e-13e eeuw een romaanse kerk gebouwd, toegewijd aan Sint Pieter. Op het einde van de 15e en de eerste helft van de 16e eeuw werd ze verbouwd tot een gotische hallenkerk.

De spits van de toren brandde in 1638 af. De toren werd wel getekend op deze prent van Sanderus. Sanderus en zijn medewerkers gingen er waarschijnlijk van uit dat deze toren zou worden hersteld zoals hij was vóór de brand.

De kerk werd echter pas van een nieuwe toren voorzien in 1868.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de kerk net zoals de stad zelf volledig vernietigd. Enkel de gewelven van de kerk bleven hierbij gespaard.

Bij de wederopbouw na de Eerste Wereldoorlog werden de gespaard gebleven muurdelen geïntegreerd in de nieuwe kerk en de gotische bovenbouw van de toren vervangen door een romaanse toren.


7.  De Sint-Jacobskerk

De Sint-Jacobskerk staat halverwege de huidige Menenpoort en de Rijselpoort, vlak bij het Sint-Vincentiuscollege.

Oorspronkelijk was het 12e-eeuwse gebouw romaans. In de 14e eeuw werd de kerk gotisch herbouwd. In 1636 werd de laatgotische toren gebouwd, maar niet afgewerkt wegens geldgebrek. De toren zou hebben bestaan uit een romp met drie geledingen, "voorlopig" beëindigd ter hoogte van de galmgaten en voorzien van een smalle, stompe spits. Deze prent van

Sanderus toont evenwel een volledig uitgewerkte toren naar Brabants patroon, overgaand in een veelzijdig overkoepeld lantaarntje met speelse bekroning naar 17e-eeuwse barokke smaak. Het heeft er alle schijn van dat Sanderus en zijn medewerkende tekenaars en landmeters gebruik maakten van de bouwplannen wanneer er nog concrete bouwwerken dienden te gebeuren en de tekeningen overeenkomstig de gekende bouwplannen opmaakten.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de kerk vernield. Enkel het 14e-eeuwse westportaal bleef bewaard. In de periode 1924-1926 werd de kerk herbouwd.

Tegenwoordig is de kerk alleen open tijdens de erediensten.

In 2010 werd de Sint-Jacobskerk getroffen door de bliksem. De schade aan de toren bleef beperkt.

(Bronvermelding: Wikipedia)