De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




IEPER  -  LEPROZERIE HOOGE SIECKEN


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)



Op deze prent van Sanderus is de middeleeuwse locatie te zien van de leprozerie “Hooge Siecken”. 

Deze leprozerie bevond zich in de stad Ieper, nabij de kerk Sint-Jan. Het was een inrichting voor middeleeuwse ziekenzorg. Lepra of melaatsheid is in onze streken al eeuwen verdwenen. Maar van de 11e tot de 16e eeuw was het één van de belangrijkste ziektes in Europa. ‘Een straf van God’ werd het genoemd. Toch was het ook een vorm van christelijke barmhartigheid om leprozen te helpen. Elke stad had wel een leprozerie aan de rand; een verblijfcentrum waar lepralijders in een afgezonderde gemeenschap leefden en verzorgd werden.

In de grootsteden Ieper, Brugge en Gent kwamen de leprozen zich ‘schouwen’ om tot een leprozerie toegelaten te worden.

De leprozerie van Ieper was één van de belangrijkste leprozerieën van het Graafschap Vlaanderen. Melaatsen uit de regio Ieper, Kortrijk, Oudenaarde en zelfs Dendermonde werden in Sint-Jan geschouwd om ergens in een leprozerie toegelaten te worden. Eens toegelaten werd je bezit overgenomen door de leprozerie. Op die manier werden het rijke instellingen waar ook niet-leprozen probeerden binnen te geraken.

Vanaf ongeveer 1230 lag de leprozerie van Ieper op de site ‘Hooge Siecken’, langs de weg naar Brugge. Er ontstond een omgracht domein met toegangspoort, leprozenhuisjes, een kapel, een gemeenschapshuis, een bakkerij, en een brouwerij.

Alles was aanwezig om zelfvoorzienend te zijn in deze geïsoleerde gemeenschap.

In 2019 onderzocht een team archeologen zeer nauwgezet deze site. Naast middeleeuwse resten zijn op de site ook resten van een 17de-eeuwse boerderij gevonden en sporen uit de Eerste Wereldoorlog.

Tijdens het archeologisch onderzoek zijn resten van verschillende leprozenhuisjes gevonden, sommige met mooi afgewerkte haardstructuren. Eén gebouw had een muur met een natuurstenen parement, wat wijst op een belangrijke functie. Het vondstmateriaal op de site uit de late middeleeuwen met heel wat luxe-aardewerk, toont alvast dat de bewoners van de leprozerie niet onbemiddeld waren.

Bij het onderzoek werden een 80-tal skeletten opgegraven van het kerkhof dat hoorde bij de leprozerie. De kapel ligt net buiten het opgravingsgebied, onder de huidige dorpskerk. Het onderzoek is opgepikt door een internationaal team van onderzoekers van onder meer de KU Leuven en de University of Cambridge die een doorgedreven onderzoek planden om onder andere via DNA-analyses de ziekteverschijnselen van lepra te bestuderen.

In de 16de eeuw veranderde de streek rond Ieper door de godsdienstoorlogen. De leprozerie kreeg het hard te verduren.

Nog tot in de 17de eeuw werd de zorginstelling gebruikt, tot de ziekte in de regio verdween. Op het domein werd een grote herenboerderij gebouwd in de vorm van een vierkantshoeve met een centrale mestput.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog lag de site op nauwelijks 1 km van de frontlijn en werd behalve de kerk ook de hoeve met de grond gelijk gemaakt. Het terrein werd gebruikt om shelters in onder te brengen en te schuilen dicht bij het front. Ook enkele loopgraven doorkruisten het terrein.

Iets verderop van de site is het zogenaamde Goed der Hoge Zieken gelegen. Het is een grote hoeve, waarvan de naam verwijst naar de Ieperse leprozerie. Bij de wederopbouw na de Eerste Wereldoorlog werd de oude hoevelocatie - gebouwd bovenop de restanten van de laatmiddeleeuwse leprozerie - verlaten voor een inplanting 150 meter naar het noorden, dichter bij de Groenestraat. Van de vooroorlogse hoevesite is ten noordwesten van de kerk nog een deel van de walgracht bewaard. De verlaten hoevesite en de heropgebouwde hoeve zijn omgeven door weide- en akkerlandpercelen. De oude erfoprit, 50 meter naar het oosten, gaat deels terug op een uitvalsweg van de vooroorlogse hoeve.

(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be, Een archeologische opgraving van een belangrijke leprozerie van het graafschap Vlaanderen, gepubliceerd op maandag 16 september 2019)