De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




HERZELE  -  KASTEELDOMEIN VAN STEENHUIZE-WIJNHUIZE


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)




Op deze prent van Sanderus uit de Flandria Illustrata is het kasteel te zien op het domein van Steenhuize-Wijnhuize in Herzele, zoals het er omstreeks 1641 moet hebben uitgezien. 

Het kasteel bestaat thans nog: het bevindt zich langs de Kloosterstraat in Herzele.

De Heren van Steenhuyse hebben steeds tot de hoogste adellijke kringen behoord. De oudste waarvan een geschreven bron gewag maakt is Amelricus in 1155.

De oorspronkelijke Heren van Steenhuyse bestuurden de heerlijkheid tot 1443, tot Jan van Steenhuyse overleed en alle goederen werden geërfd door zijn zuster Maria, getrouwd met Jan van Gruuthuse.

In 1556 werden de Gruuthuses opgevolgd door het huis van Egmont.

De oorspronkelijke 'woning' van de Heren van Steenhuyse was gebouwd in een moeras rechtover de plaats waar later de burcht/het kasteel zou verrijzen. Het moet een typische mote zijn geweest, met een omgevende wal en watering en een omheining van gepunte houten palen.

Toen de aanvalstechnieken van de vijanden verbeterden en de behoefte aan een efficiëntere verdediging groeide, werd een burcht van steen opgetrokken op de plek van het huidige kasteel. Van deze burcht zijn geen afbeeldingen overgeleverd.

Bij restauratiewerken in de jaren 1980 werden er wel fundamenten blootgelegd. De oude vesting werd met de grond gelijk gemaakt in het begin van de woelige zeventiende eeuw.

De familie van Egmont verkocht in 1605 het ganse prinsdom aan Jeanne de Richardot.

Vanaf 1626 begon Jeanne de Richardot met de bouw van een modern kasteel, dat er ongetwijfeld een stuk speelser en luchtiger zal hebben uigezien dan de burcht, ook al bleef het in eerste instantie een verdedigingsgebouw.

Deze prent van Sanderus geeft de toenmalige toestand weer: een eenvoudig rechthoekig gebouw van twee bouwlagen met ronde hoektorens onder een tentdak met bolspits, ingeplant op klein, dubbel omwald eiland en bereikbaar via houten brug.

Het kasteel heeft 4 spietorentjes onder een kegelvormige spits met appel- en peerbekroning.

De voorgevel heeft zes traveeën, de zijgevels drie. Centraal is er een grote dakkapel met in- en uitgezwenkte top. Er zijn kleine rechthoekige dakkapellen. Er is een opvallende barokdeur te zien, geflankeerd door Toscaanse pilasters onder een in- en uitgezwenkte bekroning met een nis in de voorgevel.

Na de dood van de weduwe van Claude de Richardot in 1752 werd het kasteel met de heerlijke goederen, inclusief de begeerde prinsentitel, verkocht aan de familie de Wolff.

In 1784 kreeg de heerlijkheid alweer een nieuwe eigenaar: Jean-Baptiste d'Hane.

Nadat de Franse regeerders de feodaliteit en alle prinselijke voorrechten hadden afgeschaft, bleven de kinderen van Jean-Baptiste d'Hane het kasteel bewonen: Louis - Emmanuel (tot 1861), Eduard-Joseph (tot 1873).

De erfgenamen van deze laatste d'Hane verkochten in 1896 het domein aan Achilles de Frenne.

Een van de zonen de Frenne exploiteerde na de Tweede Wereldoorlog in en rond het kasteel een tijdlang een bloemenhandel.

In 1978 kwam het kasteel in handen van de familie Van Waeyenberge, geboren Steenhuizenaars en bekende industriëlen.

Zij renoveerden het kasteel grondig tussen 1982 en 1988.

In het kasteelpark bevinden zich verscheidene bijgebouwen, een imposante duiventoren, (later gebruikt als orangerie), een goed bewaarde ijskelder en een schandpaal.

Aan de westelijke rand van het park staat de geklasseerde pachthoeve van het domein, genoemd naar de laatste pachter en latere eigenaar Alphonse Van Oudenhove. De huidige gebouwen dateren uit 1774. Tijdens de late 19e eeuw werd er een cichoreibranderij in ondergebracht.

Het kasteel is niet toegankelijk voor het publiek.

(Bronvermelding: Wikipedia / Onroerenderfgoed.be)