De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




HARELBEKE  -  PANORAMA


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)




Wanneer men deze panoramische prent van Sanderus van omstreeks 1640 van Harelbeke (provincie West-Vlaanderen) vergelijkt met de actuele toestand is vrijwel alleen nog de Sint-Salvatorkerk en de Leie te herkennen.


Sint-Salvatorkerk

Op de prent van Sanderus is duidelijk de Sint-Salvatorkerk van Harelbeke (provincie West-Vlaanderen) te zien, zoals deze er (ongeveer) moet hebben uitgezien omstreeks 1640.

Begin 1769 werd gestart met de afbraak van een 12e eeuwse oude kerk.

Het is deze kerk die staat afgebeeld op deze prent van Sanderus. Rond de kerk ligt er blijkbaar reeds een ommuurd kerkhof.

Het transept en de toren van de vroegere kerk werden bij de afbraakwerken behouden.

De nieuwe kerk werd volgens een noord-zuid gerichte as naast de Romaanse kruisbeuk opgetrokken. Het voormalige transept werd geïntegreerd in de nieuwe kerk en deed dienst als sacristie.

Het kerkhof werd aan de westzijde vergroot en aan de andere zijden verkleind. Het geheel werd afgebakend door een muur.

In 1843 werd de voorgevel van de kerk grondig hersteld en tussen 1851 en 1854 was ook de toren aan de beurt.

Vanaf 1901 werden geen bijzettingen meer gedaan op het kerkhof rondom de kerk; de overledenen werden begraven op de nieuw aangelegde begraafplaats tussen de Gentsestraat en de Beversestraat.

In 1921 werd de schade van de Eerste Wereldoorlog hersteld.

Vóór de Tweede Wereldoorlog was de kerk omgeven door een halfhoge, deels bakstenen, deels veldstenen kerkhofmuur met daarop een ijzeren hek; op de hoeken was telkens een ommegangkapelletje voorzien.

Op 23 mei 1940 werd een deel van de kerk gedynamiteerd, waardoor de voormalige vieringtoren en een groot deel van de kruisbeuk werden vernield.

Ook de kerkhofmuur raakte zwaar beschadigd.

In 1953-1954 werd beslist tot de heropbouw van de oude toren, de kruisbeuk en de kerkhofmuur. Daarbij kreeg de torenspits echter een neo-barokke bekroning.

Aangezien reeds enkele decennia geen overledenen meer werden bijgezet, besliste de gemeenteraad in 1956 om van een deel van het oude kerkhof een openbaar park te maken.

De delen van de begraafplaats aan de kant van de Gentsestraat en het Paretteplein werden afgegraven.



Augustinessenklooster


Op de prent is ook het klooster van de zusters van de Heilige Augustinus (zusters augustinessen of zusters van Onze-Lieve-Vrouw) te zien.

De oudste vermelding van dit klooster dateert uit de 14e eeuw.

Het huidige gebouwenbestand, gelegen langs de Marktstraat in Harelbeke,  klimt op tot de 17e en 18e eeuw, maar dateert in hoofdzaak van 1836 en 1907-1908.

Het klooster is fasegewijs tot stand gekomen. De legende vertelt dat gravin Adela, vrouw van de Vlaamse graaf Boudewijn V (1035-1067), het hospitaal zou gesticht hebben in 1063 vóór de stichting van het kapittel in de 11de eeuw.

Los van deze legende staat vast dat er reeds in 1341 op deze plaats een hospitaal werd gesticht. In 1359 zou er bij dit hospitaal ook een kapel zijn gebouwd.

Het oudste document dat is teruggevonden in verband met het klooster zelf, dateert van 1413.

De kloosterkapel werd circa 1570 bij de invallen en plunderingen van de geuzen verwoest.

In de 17e eeuw had het klooster reeds een kapeltoren en 2 parallel gelegen volumes. Door oorlogsgeweld vluchtten de zusters in de periode 1602-1610 naar Kortrijk, waar ze in een refugehuis les gaven.

Terug in Harelbeke circa 1610 zetten ze hun onderwijsactiviteiten verder, aangezien deze voor inkomsten zorgen. Ze leeren betalende en enkele niet-betalende meisjes lezen, schrijven, spinnen en naaien. Als de rust teruggekeerd was, liet de priorin geleidelijk aan ook de kapel restaureren; de kapel werd in 1606 terug ingewijd.

Op deze prent van Sanderus van omstreeks 1640 is de voorgevel van het klooster zelf niet echt breed. Langs de straatzijde wordt de grootste breedte ingenomen door de kapel. Het gebouw bestaat uit een langsgevel met 2 haaks georiënteerde vleugels. Achter het klooster bevindt zich volgens de prent een ommuurde tuin, die blijkbaar nog eens door
een muur in 2 delen wordt verdeeld.

In 1722 werd een nieuwe kloosterkapel gebouwd, aangezien de Marktstraat in 1716-1722 werd rechtgetrokken. In 1723 was de school geëvolueerd tot een kostschool voor betalende meisjes. In de periode 1737-1821 werd er bij gebrek aan leerlingen geen onderricht meer gegeven.

Tijdens de Franse overheersing werd de kapel van het klooster in 1797 een tempel van de godin van de Rede. Het hospitaal dat verbonden was aan het klooster werd erkend als een Burgerlijk Godshuis, waardoor ook het voortbestaan van het klooster werd beveiligd.

In 1805 werd de kapel heropend. In 1821 werd het klooster als meisjessschool erkend. In 1836 werden er ingrijpende verbouwingswerken uitgevoerd. Het hospitaal werd omgebouwd tot school. Ook in 1839 gebeurden er nog grote verbouwingswerken. De muur van de kapel aan de straatkant wordt afgebroken en herbouwd. In 1861 werd bij de school een kantwerkschool gevoegd (die bleef bestaan tot 1911). Als gevolg van de schoolwet van 1879 werd de meisjesschool niet meer aanvaard en moesten de klassen tot 1884 worden ontruimd. Vanaf 1894 richten de zusters in het klooster een weeshuis op.

Tussen 1906 en 1908 werd het klooster opnieuw verbouwd en grondig uitgebreid. In 1908 werd nog een dwarse vleugel aan de tuinzijde toegevoegd, waardoor er een binnentuin werd gevormd. De kapel werd in die periode gerestaureerd. In 1938 gebeurde er nog een uitbreiding door de aankoop en afbraak van 3 bouwvallige huisjes naast het klooster.

In 1930 werd het weeshuis gesloten.

Een gedeelte van het klooster werd helemaal heringericht tot een centrum met bibliotheek, religieuze winkel en een cafetaria met een gezellig binnenplein.

(Bronvermelding: Wikipedia; Onroerenderfgoed.be)