De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




GENT  -  VRIJDAGMARKT


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)




Op deze prent van Sanderus is de Vrijdagmarkt te zien in Gent in de huidige provincie Oost-Vlaanderen.

De Vrijdagmarkt is één van de oudste pleinen in de stad. Het plein is ongeveer één hectare groot en speelde een grote rol in de geschiedenis van de stad.

De Gentenaars organiseerden hier de blijde inkomsten van de graven van Vlaanderen. Het was hun forum en ze hielden er steekspelen. Het plein was ook het toneel van terechtstellingen en afrekeningen.

Bij het volgen van het graafwerk voor de ondergrondse parkeergarage, in het najaar van 1999 en in het voorjaar van 2000, werd over de gehele oppervlakte een bewoningslaag teruggevonden. Afvalkuilen, paalgaten, greppels, stookplaatsen, mestvaalten en zware natuurstenen muren wijzen naar een intense bewoning, vóór het een plein werd.

Verder archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat het plein ontstond door een stedenbouwkundige ingreep tijdens de 13e eeuw.

Het werd een min of meer rechthoekig plein, genivelleerd en achteraf met een dikke, turfachtige laag bedekt.

De “wekelijkse” markt werd er sinds 1199 op vrijdagmorgen gehouden. Hier speelde zich het grootste deel van het openbare leven af, zowel op politiek als sociaal vlak. De gewone bestemming van de Vrijdagmarkt bleef door de eeuwen heen voorbehouden aan de markten allerhande. De Vrijdagmarkt was hét plein bij uitstek voor grote volksverzamelingen en feestelijkheden en vormde het decor voor officiële ontvangsten van vorsten en andere hoogwaardigheidsbekleders, waarvoor de markt moest plaats maken.

Op 26 januari 1340 riep koning Eduard III van Engeland zich op de Vrijdagmarkt uit tot koning van Frankrijk. Op het podium midden het somptueus versierde plein was zijn nieuwe wapen te zien, waarin hij de Franse lelie had geïntegreerd.

Met de steun van Jacob van Artevelde vroeg hij het publiek om hem als hun koning te erkennen en nam hij de hommage van verschillende Vlaamse edelen in ontvangst. Door zijn claim op de Franse troon zo publiek te maken, luidde Eduard te Gent de effectieve start van de Honderdjarige Oorlog in.

In 1599 richtte men centraal op de Vrijdagmarkt een standbeeld op voor keizer Karel V ter gelegenheid van de blijde inkomst van de aartshertogen Albrecht en Isabella. Het verguld houten beeld, symbool van de staatsmacht, werd regelmatig beklad vanwege het slechte imago dat de keizer had nagelaten in zijn geboortestad. Door verrotting verloor het in 1662 zijn hoofd en een nieuwe versie werd in 1717 geveld door een storm. Het standbeeld werd hersteld en in 1775 een derde keer vervangen, om in 1792 definitief te verdwijnen tijdens de Franse veldtocht in de Nederlanden.

In de 19e eeuw werd midden op de Vrijdagmarkt het standbeeld geplaatst van Jacob Van Artevelde (1290-1345).

Als oudste gebouw van de Vrijdagmarkt is het Toreken, eertijds het gildehuis van de huidevetters. Het gebouw dateert uit de tweede helft van de 15e eeuw en werd opgetrokken in een gotische stijl met een trapgevel in de Kammerstraat en een traptorentje als herkenningspunt. Het Toreken werd eigendom van particulieren die het regelmatig opnieuw indeelden en verbouwden. In 1883 kwam het in handen van de stad Gent die het verhuurde. Vanaf de Tweede Wereldoorlog stond het gebouw leeg, wat het verval sterk heeft beïnvloed. Het gebouw werd tussen 1978 en 1983 gerestaureerd.

Rechts op de voorgrond op deze prent is de Sint-Jacobskerk te zien. De kerk is gewijd aan de apostel Jacobus de Meerdere.

Op deze plaats werd in 1093 een eerste houten kerk gebouwd, toegewijd aan de heilige Jacobus. Het gebouw werd verwoest door troepen van Robert Curthose. Ze werd vervangen door een gebouw uit hout en steen.

Een nieuwe romaanse kerk werd gebouwd waarvan de kern stamt uit de periode na 1120. Het is de oudste romaanse kerk in België met een dubbele westertoren. Uit de romaanse periode resten verder nog de pijlers van het transept. De achtkantige vieringtoren en de verbouwing van het koor vonden plaats rond het midden van de 13e eeuw, in de stijl van de Scheldegotiek. Een brand rond 1400 legde de zuidelijke van de twee westtorens in de as. Hoewel deze werd herbouwd met een spits in steen, is het aangezicht sindsdien niet meer symmetrisch. In de 15e eeuw breidde men de kerk uit met zijkapellen voor de gilden.

Op het einde van de 15e eeuw kreeg de verbouwde toren een gotische spits.
Het interieur had erg te lijden van de bekende godsdiensttroebelen in de 16e eeuw.

De herstelling werd uitgevoerd in een barokke stijl. De kerk werd tweemaal grondig verbouwd en gerestaureerd, tussen 1733 en 1784 en nogmaals tussen 1866 en 1906.

(Bronvermelding: Wikipedia)