De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




GENT - KARTUIZERKLOOSTER


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)





Op deze plaat is het Kartuizerklooster op het Fratersplein in Gent (Oost-Vlaanderen) te zien.

Het klooster “Sint-Jan-in Eremo” werd gesticht in 1456 door de fraters van de Derde Orde van Sint-Francisdus. De fraters vestigden zich hier vermoedelijk in 1457 in een hoeve met aanpalend weiland. Hun taak bestond in de zorg voor bejaarden en geesteszieken.

Vermoedelijk rond 1480 werd gestart met de opbouw van een klooster en de zogenaamde Weverskapel toegewijd aan Sint-Jan-in-Eremo.

De Calvinisten verdreven in 1578 de paters en de kloostergebouwen werden in 1583 ingenomen door de kartuizers van Rooigem. In oktober 1584 trokken de kartuizermonniken naar hun priorij en gaven het de naam Sint-Bruno in Eremo. Het klooster van deze orde was in Rooigem ook al door de Calvinisten vernield.

In de 17e eeuw werd het klooster hersteld en uitgebreid en een nieuwe kloosterkerk gebouwd. Reeds in 1660 was de bouw van de kerk voltooid.

Tijdens de negenjarige oorlog tussen Frankrijk en de coalitie gevormd door Engeland, Spanje en het Duitse Rijk (1688-1697) diende een gedeelte van het klooster als kruitmagazijn voor de Engelse artillerie. Pas in 1696 werd het klooster door de Engelsen ontruimd.

Keizer Jozef II hief op 17 maart 1783 de kartuizerkloosters op en hun goederen werden openbaar verkocht. Vanaf februari 1785 gebruikten de Oostenrijkse troepen het kartuizerklooster als doorgangshuis voor doortrekkende soldaten.

Waarschijnlijk stond de kazerne reeds in 1787 leeg. Enkele monniken waagden het in 1790 naar hun klooster terug te keren, en begonnen zelfs aan het herstel van het klooster. In hetzelfde jaar werd het beslag op hun goederen gelicht en konden alle monniken naar het klooster terugkeren. Doch in 1792 kwam definitief een einde aan het kartuizerleven op het Meerhem omdat de monniken niet meer aan hun financiële verplichtingen konden voldoen. Tussen 1792 en 1795 werd het klooster een militair hospitaal voor het Franse en het Oostenrijkse leger.

Na 1795 werd het hospitaal opgeheven en als nationaal goed verbeurd verklaard. De beheerder van het klooster liet een aantal bijgebouwen afbreken en verkocht het materiaal.

In 1797 werden de brouwerij en de rest van de gebouwen verkocht.

Omstreeks 1800 richtte Lieven Bauwens in het klooster en ook in de kloosterkerk een katoenspinnerij op. Onder het bewind van Napoleon kwam de katoensector in ernstige financiële problemen.  Na de val van Napoleon in 1814 werden de goederen van Bauwens aangeslagen en verkocht.

De gebouwen werden in 1844 opnieuw ingericht als klooster. Hierbij gebeurden er ingrijpende verbouwingswerken.

In 1946 nam de neuropsychiatrische kliniek der paters hiëronymieten gebouwen van het voormalige kartuizerklooster in. 

Tussen 1961 en 1981 waren er bijkomende verbouwingen zoals bijvoorbeeld een nieuwe wasserij, een recreatiezaal en een revalidatiecentrum. Er werd ook een museum ingericht over de geschiedenis van het kloostercomplex.

(Bronvermelding: Wikipedia; Onroerenderfgoed.be)