De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




ENAME  -  SINT-SALVATORABDIJ


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)




Op deze prent uit de Flandria Illustrata van Sanderus is de Sint-Salvatorabdij van Ename te zien. Ename is tegenwoordig een deelgemeente van de stad Oudenaarde (provincie Oost-Vlaanderen).

Van de Sint-Salvatorabdij van Ename zijn vooral fundamenten bewaard gebleven, ze maken deel uit van de archeologische site Ename.

In de jaren tachtig van de 20e eeuw vond men in Ename de grondvesten terug van een versterking, gelegen op de rechter Scheldeoever. De burcht werd rond 974 opgetrokken op het uiteinde van een landtong, in een meanderbocht van de Schelde. Geschreven bronnen melden dat Godfried van Verdun, ook Godfried de Gevangene genoemd, lid van de familie Ardennen-Verdun en zijn vrouw Mathilde van Saksen, weduwe van graaf Boudewijn III van Vlaanderen, de bouwheren waren.

De burcht van de mark Ename diende net als de mark Antwerpen en de mark Valencijn als beveiliging van de grens van het Heilige Roomse Rijk met het Franse rijk.

In 1033 werd Ename met de grond gelijk gemaakt door een inval van de 'Franse' graaf van Vlaanderen. Dit was de kans voor het nabijgelegen dorp Oudenaarde om tot ontwikkeling te komen. Na een lange rebellie tegen het Duitse rijk verzoende Boudewijn V van Vlaanderen zich uiteindelijk toch in 1056 met de keizer. Korte tijd later, meer bepaald na de vredesbesprekingen van Andernach (1056/1059), verwierf de graaf de mark Ename. Vervolgens kocht hij ook de allodia van Ename. Het Lotharingse bolwerk werd definitief vleugellam gemaakt in 1062, met de stichting van de benedictijner Sint-Salvatorabdij.

Het 11e-eeuwse kloosterpand werd tijdens de voorspoedige 12e en 13e eeuw twee keer volledig afgebroken en herbouwd.

Men richtte tijdens die periode een infirmerie met pandgang op en legde de grondslag voor een complex areaal met bedrijfsgebouwen.

De broden voor de hongerige strijders bij de Guldensporenslag van 1302 werden geleverd door de Sint-Salvatorabdij van Ename. De volgende dag vonden de Vlamingen op het slagveld, volgens de ietwat romantische versie van Hendrik Conscience minstens vijfhonderd vergulde sporen, vandaar de (moderne) naam van de slag.

Na de sloping van een groot deel van het klooster in de tweede helft van de 16e eeuw, was er een krachtige heropleving in de 17e eeuw. Een statige abtswoning, waarvan de plattegrond een drukke voorgeschiedenis verraadt, staat als het ware symbool voor deze fase in de abdijgeschiedenis.

De abdij werd tijdens de beeldenstorm platgebrand, en door de Franse revolutionairen in beslag genomen en verbeurd verklaard.

De ruïnes van de versterking en van de abdij zijn van groot historisch belang; ze leverden reeds verscheidene belangwekkende vondsten op. De historiek en de archeologische vondsten worden in het Provinciaal Archeologisch Museum (PAM) op een interactieve manier aan het publiek getoond.

(Bronvermelding: Wikipedia)