De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
DUDZELE - SCHOTTEKASTEEL
(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)
Op deze prent van Sanderus is het zogenaamde “Schottekasteel” te zien in Dudzele. Dudzele is een dorp in de provincie West-Vlaanderen en sinds 1 januari 1971 een deelgemeente van Brugge.
Gedurende het ancien régime was Dudzele een dorpsheerlijkheid die afhankelijk was van de Burg van Brugge.
Dudzele zou in de loop van de 9e eeuw als een woonterp zijn ontstaan. Frankische schapenboeren stichtten vlakbij de schaapsweiden een nederzetting met de typische driehoekige vorm, die nu nog herkenbaar is in de dorpskern.
Onder graaf Arnulf I van Vlaanderen (900-965) nam na het bouwen van dijken de inpoldering van het kustgebied een aanvang. De natste gronden dienden als weiland, de drogere stukken voor akkerbouw.
Meerdere families vestigden zich in de omgeving van Dudzele. Ze stichtten er in de 10e en 11e eeuw boerderijen op de zandige ruggen, veelal op een hoge wal of terp. Die kunstmatige, ronde ophogingen waren omgeven met een ringgracht en hadden doorgaans een toegang aan de zuidkant.
In Dudzele waren er verschillende omwalde sites met een opperhof en een neerhof. Deze sites waren toegankelijk via een poort.
In de 16e en 17e eeuw werd de regio veelvuldig geteisterd door politieke en religieuze onlusten. In de 16e eeuw leidden de conflicten tijdens de godsdienstoorlogen vaak tot krijgs- en plundertochten. In het laatste kwart van de 16e eeuw blijkt het grootste deel van de Dudzeelse bevolking gevlucht te zijn voor het geweld. Daarbij kwam nog dat de streek tussen 1575 en 1583 werd getroffen door een pestepidemie. Pas omstreeks 1591 stabiliseerde zich de toestand en kan de landbouwactiviteit langzaam weer worden hernomen.
In 1795 kwam er een einde aan het feodaal systeem en werden onder meer het Brugse Vrije, het Ambacht van Dudzele en het Brugse Sint-Donaaskapittel afgeschaft. In 1796 volgde de oprichting van de gemeente Dudzele als onderdeel van het kanton Damme in het nieuwe "Département de la Lys".
Het uitzicht van Dudzele bleef vanaf de late middeleeuwen tot in de 19e eeuw quasi ongewijzigd.
Door het graven van het kanaal Brugge-Zeebrugge (later Boudewijnkanaal genoemd) tussen 1896 en 1905 verloor Dudzele circa 88 hectare van het grondgebied. Voor de aanleg werd over de gehele lengte een strook grond van 200 meter breed onteigend. Meerdere hoeves, waaronder bijvoorbeeld het Hof van Pathoeke, werden afgebroken.
Momenteel is er een geconcentreerde industrie aanwezig langs het Boudewijnkanaal, als een uitloper van de Zeebrugse haven.
Kasteel van Dudzele
Het Hof van Dudzele was eigendom van de heer van Dudzele. Hij huisde in het kasteel van Dudzele.
Dudzele behoorde reeds in de 13de eeuw tot de bestuurlijke indeling van het Brugse Vrije en was het centrum van een onderdeel, namelijk van Dudzele Ambacht. Tot Dudzele Ambacht behoorden de parochies Dudzele en Ramskapelle, delen van Koolkerke, Lissewege, Sint-Pieters en de Brugse Sint-Gillisparochie.
Het kasteel van Dudzele stond 500 meter ten westen van het huidige Dorpsplein en vandaar liep er een dreef naartoe.
Deze kasteeldreef bestaat nog steeds. De dreef leidt naar gebouwen die werden gebouwd op de plaats waar vroeger het neerhof van het kasteel stond.
Het is niet duidelijk wanneer precies het kasteel van Dudzele werd gebouwd. Het kasteel was dubbel omwald. Er was een opperhof met een wal errond, dan waren er de akkers en een neerhof die op hun beurt nog eens omwald waren. Er was telkens een ophaalbare brug over de omwalling. Het opperhof bevatte ook een kapel.
Het uiterlijk van het kasteel was vergelijkbaar met het Schottekasteel, dat op deze prent van Sanderus staat afgebeeld.
Jacob van Gistel, Heer van Dudzele, was in 1480 raadsheer van Maximiliaan van Oostenrijk. Na de dood van diens echtgenote Maria van Bourgondië (dochter van Karel de Stoute) in 1482, werd Maximiliaan tot Regent van de Nederlanden benoemd voor zijn zoon Filips (de Schone), die toen amper 4 jaar oud was. Daartegen rees verzet bij de bevolking die zich tegen zijn naaste medewerkers keerden, onder meer tegen Jacob van Gistel. Dit ging zover dat de Vier Leden van de Raad van Brugge het kasteel van Dudzele in 1483 met de grond gelijk lieten maken. Na de afbraak van het kasteel in 1483 heeft men de bruikbare materialen verkocht; de steenslag werd gebruikt om de omliggende heerwegen te verharden. De muurresten raakten volledig overgroeid.
Jacob van Gistel legde klacht neer en eiste de heropbouw of een schadevergoeding. In 1485 werd Vlaanderen veroordeeld tot die schadevergoeding. De uitbetaling ervan zou nog een eind op zich laten wachten.
In 1487 voerde Maximiliaan oorlog tegen de Franse koning Karel VIII om gebieden te heroveren die in Zuid-Vlaanderen verloren waren gegaan na de dood van Karel de Stoute. In augustus 1487 kondigde het Brugse Vrije een algemene mobilisatie af. Op 16 december 1487 kwam Maximiliaan naar Brugge om de Bruggelingen te over halen hem als staatshoofd te erkennen. Toen dat niet slaagde liet hij Duitse troepen vanuit Sluis naar Brugge optrekken en toen hij op 31 januari 1488 Brugge wilde verlaten werd hem dat belet door de Bruggelingen. Hij zou pas vrijgelaten worden op 16 mei 1488. In februari en maart echter werden medewerkers van Maximiliaan op de Markt te Brugge terechtgesteld, waaronder ook Jacob van Gistel, Heer van Dudzele.
De oorlog duurde uiteindelijk tot 1490. Nadien herhaalden de weduwe van Jacob van Gistel, Katarina van Stavele en haar oudste zoon Jan hun eis tot schadevergoeding voor de vernieling van het kasteel. Uiteindelijk werd hen in 1505, door Filips de Schone, een bedrag toegekend.
Circa 1960 heeft men het terrein afgegraven en de oostelijke walgracht opgevuld.
Hof van Pathoeke
Het Hof van Pathoeke was een leenhof van de Burg van Brugge. Het kasteel van Pathoeke was ten tijde van Maximiliaan van Oostenrijk “onbruikbaar gemaakt”, maar werd nadien hersteld. Het werd ook “het blauwhuis” genoemd, omdat het kasteel torentjes had waarvan het dak met blauwe leisteen bedekt was. Dit kasteel stond in het uiterste zuiden van de gemeente. Uiteindelijk moest het kasteel van Pathoeke volledig verdwijnen bij het graven van het kanaal Brugge-Zeebrugge (1896-1906).
Schottekasteel
Het Schottekasteel dat op deze prent van Sanderus te zien is, was eertijds gelegen in het zuiden van Dudzele, ongeveer 800 meter noordwestwaarts van het kasteel van Pathoeke.
Qua bouw leek dit kasteel zeer sterk op het Kasteel van Dudzele.
Het bestond reeds vóór 1475 en werd gebouwd door Jacob Scotte, waarschijnlijk een Schotse handelaar die te Damme gevestigd was. Circa 1750 was dit kasteel reeds gedeeltelijk vervallen en werd het helemaal opgeruimd rond 1900.
(Bronvermelding: deze tekst is gebaseerd op teksten van Onroerenderfgoed.be en Degroenetente.be / Heemkring Dudzele VZW)