De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




BURCHT - KRAAIENHOF


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)




Op deze prent van Sanderus is het Kraaienhof te zien in Burcht. Burcht is thans een deelgemeente van Zwijndrecht (provincie Antwerpen).

Dit kasteel was de woonplaats van de heren van Zwijndrecht en Burcht. Het speelde een rol in vele militaire operaties.

De oorsprong van het Kraaienhof moet liggen in de tijdspanne der Romeinse nederzetting. De naam der gemeente Burcht wijst op het bestaan van een versterking die teruggaat tot de Romeinse overheersing. Het is goed mogelijk dat de Romeinen hun toren, schans of burcht opgericht hebben op de plaats waar later het Kraaienhof zou staan.

Vóór de bedijking van de Schelde en de inpoldering van de Borgerweert vormde het grondgebied van de heerlijkheid van Zwijndrecht en Burcht een schiereiland. Deze landrug werd langs drie zijden tweemaal daags door de vloed bestormd.

Langs twee beekvalleien drong het water die landrug binnen: langs de Laarbeek tot op de Heide en langs de Burchtse beek achter het Laar naar de Heidam.

Het gebied van het Kraaienhof bestond uit het Broek, de Hofkouter, de Krabbenhoek, Reyniershoek en de Slijkhoek. Volgens een militaire kaart met nivellering van 1863 stond het Kraaienhof op vier meter hoogte boven het laagwaterpeil. Bij hoog water kwam het tot aan de voet van het terrein.

De benaming Borgerweert vinden we terug in 1155. Er moet toen reeds een houten burcht gestaan hebben.

Reeds vanaf 1236 zou er een stenen militaire versterking gestaan hebben op de grens tussen de laag gelegen poldergronden en de hoger gelegen dorpen. Alvast in 1296 beschikte de heer van Zwijndrecht en Burcht over een verblijfplaats in zijn heerlijkheid. Mogelijk was dit een verdedigingstoren (donjon) op een hoogte (mote) met daarnaast een neerhof met een woning, een hoeve dus.

Niklaas Van Kets, de heer van Zwijndrecht en Burcht, die 't Kraaienhof bewoonde verloor in 1300 zijn heerlijkheden ten voordele van de Fransen, maar na de Guldensporenslag kwam hij terug in het bezit ervan. In 1315 kwamen de Fransen terug en werd het Kraaienhof zwaar beschadigd. De adelijke familie Van Kets heeft gedurende gans de 14e eeuw het Kraaienhof behouden.

In 1446 verkocht Wouter van Kets, heer van Zwijndrecht en Burcht, het kasteel aan Jan Vilain, die reeds sinds 1440 de heerlijkheden in pand had gekregen.

De woning was oud, maar vormde een heel complex: een omwald huis op een hoogte met een hoofdzakelijke militaire functie, inclusief een gevangenis en een lager gelegen huis waar de heer verbleef.

Toen Filips de Goede verschillende schuttersgilden oprichtte in Vlaanderen, liet Jan Vilain een gaaipers oprichten op zijn kasteelplein.

In en na 1545 werd het kasteel grondig hersteld. Tussendoor waren er verschillende oplapbeurten, afhankelijk van de financiële middelen die de heren ter beschikking hadden.

In 1553 werd de eigenlijke toren en huis gebouwd door Philip van Montmorency en in dat jaar verkocht aan Cornelius Van den Berghe.

In 1562 werd het hof beschreven als een schoon huis, omringd door brede grachten, een neerhof met huizen, schuren, stallen, boomgaarden, weiden, een dreef en een warande met konijnen, omgeven door  bossen. Het domein was bijna 5,5 ha groot.

De heerlijkheden van Zwijndrecht en Burcht werden verkocht in 1565 aan de Staten van Vlaanderen.

De Spanjaarden namen het Kraaienhof in op 29 oktober 1583. Toen het terug werd opgebouwd in 1590 werd er een gevangenis ingericht.

Met de opmars van Alexander Farnese tegen de stad Antwerpen in 1583 kreeg het domein meer dan ooit een militaire functie. De Antwerpenaren staken de dijken door en de Borgerweertpolder liep onder water.

Het kasteel lag nu aan de rand van een enorme watervlakte. In 1584 werd het, na beschieting door de troepen van Farnese, veroverd. Antwerpen had het in brand gestoken en de Spanjaarden gebruikten het nadien als garnizoensplaats.

Op het einde van de 16de eeuw werd het goed eerst vermeld als Kraaienhof. Het werd gedeeltelijk opgelapt. Er bestond instortingsgevaar. Het kasteel was een ruïne geworden.

Jan Van Hove liet in 1607 beslag leggen op de heerlijkheid wegens onbetaalde schulden. Hij liet het Kraaienhof helemaal herstellen. Ook de onmiddellijke omgeving werd grondig aangepakt.

Rond 1625 hadden de Paters Jezuïten van Antwerpen het kasteel gehuurd als ontspanningsoord voor hun studenten.

De slag van Kallo in 1638 bracht heel wat soldaten naar het Kraaienhof, waardoor veel vernielingen werden aangericht.

De Jezuëieten verlieten het kasteel in 1645.

De familie Jan Van Hove verkocht de heerlijkheid, sedert 1578 in het bezit ervan, aan een Milanees edelman uit Antwerpen (1665). Op 30 oktober 1750 werd het Kraaienhof samen met de heerlijkheid Burcht openbaar verkocht op de vrijdagse markt te Antwerpen. Engelbert de Neuf was de koper en hij liet ondermeer de toren van het kasteel verhogen.

Het oude kasteel met militaire functie werd op een onbekend tijdstip omgebouwd tot een residentieel verblijf.

Vermoedelijk is dit het werk van de reeds genoemde Jan Van Hove. Hij maakte er een zeer mooi geheel van.

Ten tijde van het schrijven van de Flandria Illustrata (ca 1640) bestond het kasteel uit een gebouw met twee grote vleugels die in 't midden een vierkante toren hadden en rechts van de ingang een oude ronde toren zonder spits. Tussen de grote ingangspoort en de kasteelwal lag een vierhoekig plein waarop de stallingen stonden en vanwaar men over de daarvoor liggende poldervlakte een aangenaam uitzicht op Antwerpen genoot.

Een ophaalbrug leidt naar een ruime ommuurde voorhof. Alvast rechts staan heel wat dienstgebouwen (stallingen). Nabij een toegangspoort staat nog een gebouw met schouw (een hoeve). Opvallend is de staande wip.

In 1667 werd de heerlijkheid verdeeld onder de twee zonen van de Heer Jacomo Antonio Carenna. Het Kraaienhof werd een deel van de heerlijkheid Burcht. Het kasteel zou in 1678 hersteld worden. Ook later werden verschillende werken uitgevoerd, alhoewel tot het midden van de 18de eeuw de heren van Burcht zich slechts zelden lieten zien op hun domein.

Daarin kwam pas verandering toen Engelbertus Zegerius Ignatius de Neuf in 1750 zijn mede-erfgenamen uitkocht en de enige heer van de heerlijkheid werd. Hij profileerde zich onmiddellijk met een plechtige intrede, de oprichting van een nieuwe schandpaal en enkele schenkingen aan de kerk. Jonkheer De Neuf was een rijke zakenman uit Antwerpen en behoorde tot de notabelen van de stad.

In die tijd werd een nieuwe lange dreef aangelegd welke het kasteel verbond met de steenweg. De eiken van die dreef werden tijdens de eerste oorlog verkocht.

In die tijd was het uitgeven van veel geld een noodzaak om invloed en aanzien te verwerven in de hogere kringen. Alleen dan telde men mee. Het was dus meer dan alleen pocherij. Dit noemt men tegenwoordig conspicuous consumption, een Engelse term die zich moeilijk laat vertalen.

Kastelen waren in die tijd geen louter militaire vestingen meer, iedereen wilde bij wijze van spreken een Versailles nabouwen in het klein. Middeleeuwse torens hoorden daar niet bij. Maar De Neuf brak de toren niet af, maar verhoogde die nog. Engelbertus de Neuf overleed in 1769. Het kasteel stond vaak leeg en de perikelen rond de Franse Revolutie deden zeker geen goed aan het kasteel. Het verval trad in.

Bij het begin van de Belgische onafhankelijkheid werd de Antwerpse citadel belegerd door Franse troepen. Ze waren gelegerd in het Kraaienhof en richtten er heel wat schade aan. Het kasteel raakte steeds verder in verval.

De verkoop van het ‘oude kasteel’ aan een zekere Ullens in 1858 wijzigde niets aan de situatie.

In 1877 bleef van het gebouw nog enkel de vierkante toren over met daartegen een eenvoudig woonhuis met groene blinden.

De dreef van het Kraaienhof werd gerooid in 1921. Toen was de familie Van de Werve er eigenaar van.

In 1923 kwam het kasteel wegens een grondcorrectie op grondgebied Antwerpen te liggen en werd het eigendom van de Intercommunale Imalso.

Het rijzige silhouet aan de Borgerweertpolder bleef gedurende jaren een indrukwekkend zicht. Het terrein was een bijzonder speelplein voor de kinderen en vormde soms de achtergrond van theatervoorstellingen.

In 1931 bleef er slechts een ruïne over.

Ondanks verwoede pogingen het te doen klasseren, zou het Kraaienhof echter verloren gaan.

In 1935 werd het nog gebruikt als openluchttoneel door een Burchtse toneelbond als uniek decor. Maar tijdens de oorlog werd het gebouw verder geplunderd door mensen die er stenen en houten balken weghaalden. Een bom deed de rest.

In 1947 werd de toren en ruïne van het Kraaienhof door IMALSO verkocht.

Er werd vruchteloos gepoogd om het kasteel te redden door het te laten opkopen door de stad of door de provincie zodat het in ere kon hersteld worden, maar het werd in 1947 toch gesloopt.

De site waar het Kraaienhof stond ligt nu begraven onder een dikke laag grond onder een verkeerswisselaar van de E17.

(Bronvermelding : deze tekst is grotendeels gebaseerd op de teksten van Chris Vander Straeten en Dirk Verelst van de Heemkundige Kring Zwijndrecht Burcht)