De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
BRUSSEL - RECOLLETTENKLOOSTER
(Antonius Sanderus – Chorographia Sacra Brabantiae 1659 - Herwerkte editie 1726-1727)
Op deze prent van Sanderus is de herwerkte versie te zien van een prent van het Recollettenklooster in Brussel.
Deze prent werd gepubliceerd in de heruitgave in 1726-1727 van de Chorographia Sacra Brabantiae van Sanderus (1659).
Het oorspronkelijke klooster was een minderbroedersklooster dat vanaf 1238 gebouwd werd door franciscaanse bedelmonniken (ook wel minderbroeders) genaamd.
Ze waren in 1230, nauwelijks vier jaar na de dood van Franciscus van Assisi, in de snel groeiende Zennestad verschenen.
Hun preken op straat en hulp aan de bevolking werden enthousiast onthaald.
Aanvankelijk waren ze gevestigd rond een Mariakapelletje 'Vogelenzang', maar al snel kregen ze toestemming om een klooster op te trekken. Het lag nabij de Sint-Niklaaskerk aan de Zenne.
In het klooster werd hertog Jan I van Brabant (ca. 1253-1294) begraven, evenals zijn vrouw Margaretha en zijn dochter Maria. Hij was de overwinnaar van de Slag bij Woeringen (1288).
Het klooster nam een grote plaats in binnen het stadsleven. Het had een gasthuis, een school, een bibliotheek en zelfs een opslagplaats voor brandslangen (de bedelorden fungeerden toen als brandweer). Voorts bezat het klooster een brouwerij, een kuiperij en een kerkhof.
Vanaf 1517 werd de franciscanerorde hervormd tot zogenaamde recolletten en fungeerde het klooster vanaf dan als een recollettenklooster.
Enkele jaren later barste de Geuzenrevolte los in Brussel en liet deze haar sporen na in het recollettenklooster. De opstandelingen hadden in 1568 in Brussel een republiek gevestigd. Tijdens de radicalisering van 1579 werd het klooster en het provincialaatshuis bestormd. Het hoogkoor met het graf van hertog Jan werd daarbij vernield.
Deze episode werd spoedig gevolgd door een katholieke restauratie. In 1599 werd de Spaanse recollet Andres de Soto biechtvader van de infante Isabella en zakte hij af naar het Brusselse recollettenconvent.
Hij hielp ook het vernielde klooster van Boetendaal herlanceren (1604).
Onder Albrecht en Isabella werden de gebouwen in Brussel hersteld en uitgebreid. Het hoogkoor werd vernieuwd in barokstijl en het vernielde graf van Jan I en Margaretha werd vervangen door een barokmonument.
Van 1667 tot 1670 heerste de pest binnen de wallen van Brussel. De minderbroeders stonden de bevolking bij en hadden zelf 16 doden te betreuren.
Uit dank voor hun opoffering schonk de stad een nieuwe barokgevel voor hun kerk. Die was maar kort te bezichtigen, want in 1695 verwoestten de Franse bombardementen het klooster en de rest van de benedenstad (op dat moment was de Negenjarige Oorlog gaande). Een groot deel van de kloosterarchieven en -kunstwerken ging in vlammen op.
Een nieuwe heropbouwcampagne deed het klooster nogmaals herrijzen. Het definitieve einde kwam met de Franse opheffingswet van 1796. In uitvoering hiervan werden de recolletten onder Napoleon Bonaparte verdreven en verspreid (1799).
De kerk en het klooster werden verkocht als nationaal goed en volledig gesloopt.
Op de vrijgekomen plaats kwam van 1799 tot 1871 de Botermarkt. Vanaf 1865 werd de Zenne, die eens tegen de kloostermuren had gespoeld, rechtgetrokken en overwelfd. Na deze werken moest de Botermarkt op zijn beurt wijken voor de Beurs.
In 1988 werden in de Beursstraat de restanten teruggevonden van het klooster. Er werd een uitgebreid archeologisch onderzoek uitgevoerd.
Het zogenaamde “Bruxella 1238”-museum bestaat uit een archeologische vindplaats van het klooster. Naast de ruïnes worden er archeologische vondsten getoond. In de voormalige crypte zijn een aantal graven van prominenten bewaard gebleven, waaronder dat van hertog Jan I van Brabant. Van hertog Jan I zijn nog de vijf pijlers aangetroffen waarop zijn barokke cenotaaf rustte. De overblijfselen bevinden zich onder en rond de Beurs in het centrum van de stad.
(Bronvermelding: Wikipedia)