De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




BRUSSEL - MINIEMENKLOOSTER


(Antonius Sanderus – Chorographia Sacra Brabantiae 1659 - Herwerkte versie 1726-1727)




Op deze prent van Sanderus is de herwerkte versie te zien van een prent van het Miniemenklooster in Brussel.

Deze prent werd gepubliceerd in de heruitgave in 1726-1727 van de Chorographia Sacra Brabantiae van Sanderus (1659).

Dit klooster situeerde zich ter hoogte van de huidige Miniemenstraat in Brussel, vlakbij het Poelaertplein.

Na de eerste stichting in Antwerpen (1614) van de miniemen, streek deze bedelorde met een tussensprong in Anderlecht (1615) neer in de hoofdstad. Ze verkreeg in 1616 van de stadsmagistraat de toelating een klooster op te richten, in 1617 gevolgd door de toestemmingen van de aartsbisschop, de aartshertogen en de Staten van Brabant. De broeders kwamen uit Frankrijk. De financiering gebeurde door Hélène de Sermoise, een Franse die na de executie van haar echtgenoot Nicolas de Rieux in 1595 naar Brabant geëmigreerd was en hofdame was geworden van aartshertogin Isabella. Hertog Bournonville stond een deel van zijn tuin af, met een huis waar vroeger de anatoom Andreas Vesalius (1514-1564) had gewoond. Dat diende de miniemen tot voorlopig onderkomen.

Op deze prent werden het miniemenklooster en de kerk afgebeeld. De kerk wordt met 2 torens afgebeeld. Wellicht waren de werken nog aan de gang en is de tekenaar ervan uitgegaan dat deze volgens de – door hem geraadpleegde?- bouwplannen zouden worden uitgevoerd. De tweede toren werd afgebeeld maar werd uiteindelijk nooit afgewerkt.

Het L-vormige huis bovenaan links was voorheen van Vesalius.

In 1621 legde de Infante Isabella de eerste steen van het klooster en de kerk.

De hoge kloostergebouwen rezen boven de omliggende huisjes uit. Gestaag kochten de broeders omliggende kroegen op om ze een meer deugdzame bestemming te geven. In tussentijd deden ze er alles aan om het contact met de losbandige buurt te minimaliseren: ze vroegen en bekwamen de bouw van een afsluitingsmuur (1628) en legden zelfs een tunnel onder de straat aan naar hun brouwerij aan de overkant (1629).

Van 1700 tot 1715 gebeurden er aanpassingswerken aan de kerk, maar de voorziene noordelijke toren werd ook nu niet afgewerkt. Men herbouwde wel de zijkapel.

Keizer Jozef II deed in 1787 de Brusselse miniemen samengaan met die van Anderlecht en maakte van hun klooster een militair hospitaal, maar de kerk bleef open voor de eredienst.

In de Franse tijd werd de orde dan toch opgeheven (1796).

De kerk werd gesloten maar ging al in 1801 terug open als bijhuis van de Kapelleparochie. Het strenge klooster met de kleine vensters werd later enige tijd als vrouwengevangenis gebruikt, maar moest in de 19e eeuw wijken voor de aanleg van het Poelaertplein.

De kerk werd verscheidene malen gerestaureerd in de loop van de 19e eeuw.

Van het klooster blijft nagenoeg niets meer over, alle gebouwen ervan werden gesloopt in 1920. Op de plek opende in 1927 het Athenée Robert Catteau, een art-deco-creatie.

De kerk werd de Sint-Jans en Sint-Stevenskerk der Miniemen of Miniemenkerk genoemd. De kerk situeert zich in de Brusselse Marollen. In de kerk worden thans concerten van klassieke muziek gegeven.

(Bronvermelding: Wikipedia)