De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
BRUGGE - OUDE BEURSPLEIN
(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)
Op deze prent van Sanderus van omstreeks 1640 is de zogenaamde “Byrsa Brugensis” te zien, het Oude Beursplein, met de Genuese Loge (2e van links), "Ter Buerse" (3e van links - bemerk het ooievaarsnest), "Ter Ouder Buerse" (met de trapgevel) en de Florentijnse Loge (met de torentjes). Sanderus noemde het plein bij zijn gelatiniseerde naam Byrsa Brugensis.
Het Oude Beursplein in het centrum van Brugge (provincie West-Vlaanderen) is een voormalig plein dat gelegen was aan het kruispunt van de huidige Vlamingstraat met de Grauwwerkersstraat en de Academiestraat. In de late middeleeuwen was hier het financiële centrum van de stad. Thans maakt het vroegere plein deel uit van de Vlamingstraat.
Het plein is genoemd naar de familie van der Buerse, die vanaf het midden van de 13e eeuw een handelszaak en herberg aan dit plein uitbaatte. Het huis “Ter Ouder Beurse” was rond 1285 gebouwd door Robbrecht van der Buerse. Het nieuwe huis “Ter Buerse” werd er in 1453 naast gebouwd in opdracht van Jacob van der Buerse.
Naast de herbergen waren op het plein ook vertegenwoordigingen gevestigd van enkele belangrijke Italiaanse naties (Venetië, Genua, Firenze).
Vanaf de 14e eeuw was de gewoonte ontstaan onder Italiaanse en andere kooplieden om hier samen te komen voor de handel in wisselbrieven, in aanwezigheid van de lokale makelaars. Dagelijks kwamen de koersen van de wissels die zij op hun vaderland trokken tot stand, rekening houdend met de plaats van uitgifte en bestemming, het tijdsverloop tussen deze operaties en de conversie tussen deviezen. Zo ontwikkelde zich de eerste beurshandel.
De beurshandel vond plaats op het plein zelf en niet in een gebouw, maar verschillende huizen aan het plein hadden afdaken waar beschutting kon worden gezocht tegen het weer. De gang van zaken op het plein werd strak geleid.
Vanaf het eind van de 15e eeuw nam de betekenis van Brugge als internationaal knooppunt af. Antwerpen nam de rol als handelscentrum van Brugge over en ging zelf een beurs organiseren: eerst in de oude Beurs en vanaf 1531 in de Nieuwe Beurs.
De hotelier of herbergier had een belangrijk aandeel in de totstandkoming van de financiële transacties als makelaar tussen geïnteresseerde partijen. Robert van der Buerse I was tot 1320 de eerste hotelier-makelaar. De naam van de familie is in Brugge gedocumenteerd van 1257 tot 1457. Gedurende vijf generaties speelde zij ook sociaal en politiek een grote rol in de stad. In het wapen van de familie van der Buerse stonden drie geldbuidels. Dit wapen stond gebeeldhouwd in het fronton van een van de huizen. Zo kwamen de kooplieden op de uitdrukking "ter beurze gaan" en het woord "Beursplein".
Vlak bij het huis van der Buerse verrezen de natiehuizen van de kooplieden van Genua, Venetië en Firenze, waar de handelaren 's ochtends bijeen kwamen om informatie uit te wisselen en zaken te doen. Ze dienden ook als opslagplaats voor handelswaar.
De Venetianen, die permanent aanwezig waren vanaf de eerste decennia van de 14e eeuw, huurden vanaf 1397 het huis "Ter Ouder Buerse" als loge. In datzelfde jaar richtten de Genuezen, die in 1395 een handelsverdrag hadden afgesloten met Filips de Stoute, hun consulaat op in de onmiddellijke omgeving van de Venetiaanse Loge. Ook de Florentijnse loge vestigde zich in de jaren 1420 aan dit plein. Ook de Catalanen waren op het Beursplein vertegenwoordigd.
Tot in de 16e eeuw werd er herberg gehouden in het huis “Ter Buerse”. In 1624 kwam het in het bezit van de familie Rhodius en in 1663 van de familie Sproncholf. Tussen 1673 en 1684 was de eigenaar Mathias de la Porte en daarna Louis D'Huyvetter. Door erfenis werd stadsthesaurier Charles De Blauwe de eigenaar, die er zelf niet woonde maar het verhuurde. In 1750 verkocht zijn weduwe het huis aan tabakshandelaar Jan Magis. In 1763 werd de Rijselse textielhandelaar Lambert de Ronquier de eigenaar en zijn dochters bleven dat tot begin 19de eeuw. In deze periode werd de gevel in klassieke stijl verbouwd.
De plattegrond van het Oude Beursplein is enigszins gewijzigd tegenover de middeleeuwse situatie. In 1848 werd de Vlamingstraat verbreed en naar aanleiding van de sanering van het Theaterkwartier werd in 1864 het volledige bouwblok tussen de Kuipers- en Vlamingstraat gesloopt. Hierdoor verloor het Oude Beursplein zijn gesloten karakter en heeft het ook geen eigen straatnaam meer.
Een eeuw lang bleef het huis “Ter Buerse” gebruikt als café-restaurant. Begin 20e eeuw werd het de Brugse zetel van de bank 'Crédit Anversois' en kort na de Tweede Wereldoorlog van de Bank van Roeselare. In opdracht van deze bank werd in 1947 een ingrijpende restauratie uitgevoerd, met reconstructie van de oorspronkelijke gevels.
De architect baseerde zich hiervoor op deze prent van Sanderus.
In 2006 werd het gebouw de zetel van de VBRO, die er zijn radiostudio's installeerde.
(Bronvermelding: Wikipedia)