De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




BRUGGE  -  OOSTERLINGENHUIS


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)




Op deze prent van Sanderus is het zogenaamde Oosterlingenhuis, ook wel Huis der Oosterlingen of Hanzehuis genoemd, te zien.

Dit gebouw bevindt zich thans nog op het huidige Oosterlingenplein in Brugge.

Het Oosterlingenhuis van Brugge was een de vier hanzekantoren (Hanzehuis) of handelsposten van de Hanze. Het was het economisch belangrijkste van de vier. Het kantoor in Brugge was een volgens het volkenrecht erkende missie van de Hanze met een eigen jurisdictie. De kooplieden uit de Hanzesteden die handelden in Brugge waren verplicht lid. Het kantoor in Brugge had de positie van een buitenlandse Kamer van Koophandel van de Hanze met consulaire bevoegdheden.

De Hanze vestigde de voor wat betreft handelspolitiek als rechtspersoon volkomen zelfstandige kantoren in een aantal belangrijke handelssteden in het buitenland, waar men speciale handelsprivileges verkreeg en waar de daar aanwezige Hanzekooplui speciale bescherming genoten.

Vanaf het midden van de 11e eeuw verzandde de Sincfal of waddenzee voor Brugge geleidelijk, maar in de 12e eeuw kreeg Brugge nogmaals een directe verbinding met de Noordzee. Opeenvolgende overstromingen hadden een diepe en brede geul achtergelaten en met de Stormvloed van 1134 ontstond het Zwin en via de er in uitmondende Reie was er een verbinding met de Noordzee.

In plaats van getijdevaart konden de grotere schepen, vooral de kogge, nu tot dicht bij Brugge varen. Op het einde van de vaargeul werd door Filips van de Elzas in 1180 een nieuwe stad gebouwd, Damme. Als schepen werden overgeladen op binnenschepen in Damme was Brugge nog steeds bereikbaar.
Brugge groeide uit tot de belangrijkste haven in Noordwest-Europa en was in de 14e en 15e eeuw een wereldmarkt. 

In 1252 en 1253 gaf Margaretha van Constantinopel privileges aan de Duitse kooplui, waardoor Brugge de stapelplaats werd voor deze kooplui.

In 1323 kreeg Brugge het stapelrecht.

Halverwege de 14e eeuw werd het de belangrijkste en vanaf 1447 de enige stapelplaats van de Hanze in de Nederlanden.
De Duitse kooplui werden hier Oosterlingen genoemd, omdat zij uit steden kwamen die oostelijk van Brugge en Vlaanderen lagen.

Met het Huis der Oosterlingen of Domus Osterlingorum Brugæ verwierf het Hanzekantoor in Brugge in 1442 een gebouw in Brugge, dat in 1458 door een gebouw aan het huidige Oosterlingenplein werd vervangen.

In 1478 werd het gebouw grondig verbouwd.

In 1481 werd het beeld van Keizer Frederik III aangebracht op de torenspits.

De kerk van het Karmelietenklooster was de kerk van de Hanzekooplui in Brugge.

Met de toenemende verzanding van het Zwin in de 15e eeuw verminderde de betekenis van Brugge als handelsplaats.

In 1555 werd het kantoor naar het aan de zandvrije Schelde gelegen Antwerpen verplaatst.

Marcus Gerards tekende in 1562 een rechthoekig gebouw van vijf traveeën en twee en een halve bouwlaag onder vermoedelijk een zadeldak (nok loodrecht op de straat) achter een hoge schermgevel met hoektorens en links ervan lager een huis met twee hoektorentjes en twee vensternissen op elke gevel; de bedaking en torentjes zijn bekroond door middel van een ijzeren dubbele arend. Er was een ommuurde binnenplaats.

In 1582 werd de toren door een brand geteisterd.

Op de prent van Sanderus van omstreeks 1640 is inderdaad een toren zonder spits te zien.

In de loop van de 18e eeuw werd de ommuurde binnenplaats bebouwd. In 1769 werd het hoofdgebouw verlaagd.

In 1866 werd een neogotisch gebouw met ingangspoort gebouwd.

In 1920 werd een hotel ingericht in het gebouw.

In 1965 werd het gebouw aan het Oosterlingenplein met één bouwlaag verhoogd.

In 1995 en 1998 gebeurden er restauratiewerken aan het gebouw.

Het voormalig Oosterlingenhuis was oorspronkelijk groter, maar is thans opgesplitst in Krom Genthof nummer 1 en Oosterlingenplein nummer 4.

(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be; Wikipedia)