De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
BRUGGE - MARKT
(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)
Op deze prent uit de Flandria Illustrata van Sanderus is de Markt te zien in Brugge (provincie West-Vlaanderen).
De Markt, het centrum van het middeleeuwse handelskwartier met belfort/hal, waterhal en ambachtshuizen ontwikkelde zich aan de Romeinse weg van Oudenburg naar Aardenburg ter hoogte van de Kraanrei en fungeerde als tegenhanger van de ten oosten gelegen Burg, het oorspronkelijke religieus, rechterlijk en administratief domein.
Verschillende oude straten verbonden de Markt met de belangrijkste pleinen en gebouwen van de stad: in de noordoostelijke hoek, de Philipstockstraat en de Vlamingstraat naar het vroegere Beursplein; in de zuidoostelijke hoek, de Breidelstraat naar de Burg en de Wollestraat naar het nu verdwenen wolhuis; aan de westzijde, de Sint-Amandsstraat naar de vroegere Sint-Amandskerk, de Geldmunt-/Noordzandstraat naar het Prinsenhof en de Steenstraat als handelsas en later tevens verbinding met het eerste station; in de noordwestelijke hoek, de Eiermarkt en de Sint-Jakobsstraat, laatst genoemde met de Sint-Jakobskerk.
Aanvankelijk heette de plaats "Forum" en werd ze voor het eerst vermeld in 1302 als "Markt". Pas circa 1700 was er de toevoeging van het adjectief "Grote".
Tussen 1807 en 1810 heette de plaats "Place Napoléon" en daarna opnieuw "Grote Markt" en "Markt" sinds 1936.
Het huidige uitzicht is geleidelijk aan tot stand gekomen als gevolg van het opeenvolgende bouwen, verbouwen en het uitvoeren van andere ingrepen die enerzijds verband houden met de geschiedenis van de stad en anderzijds met de evoluerende architectuurstijlen.
Vóór 1127 was er een grotere marktoppervlakte, in het zuiden begrensd door de "Boterbeke" komend uit Varsenare, in het noorden ongeveer reikend tot aan de huidige schouwburg (Vlamingstraat nummer 27), met in het midden een moerassig gebied.
In het noorden lag de "Maalberg" waar de rechtszaken worden beslecht en ernaast het "Galgenveld" waar de vonnissen worden voltrokken.
In 1127 werd de Sint-Kristoffelkapel gebouwd ten behoeve van de ambachten.
Op de plaats van het huidige belfort stonden oorspronkelijk verschillende hallen. De hallen bestonden uit verschillende overdekte markten voor voornamelijk wol- en lakenhandel en opslagplaatsen.
De eerste halle ontstond rond 1220 als verkoopplaats van goederen van kooplui. Het waren kleine houten gebouwen aan de zuidkant van de markt.
De handelselite in Brugge besloot rond 1240 om de houtbouw te vervangen voor een stenen complex en ook een belfort op te trekken in steen met een houten spits, als symbool van de stedelijke welvaart. De toren had een meer administratieve functie: hij bevatte een schatkamer, het archief van de stadsrekeningen en functioneerde als zetel van de stadsschepenen. De toren diende tevens om vijandige troepen te bemerken die de stad naderden en vooral als wachttoren voor het ontdekken van brand in de stad.
In 1280 werd dit vernield door een brand en vanaf 1291-1296 terug opgebouwd in steen.
De stadshallen werden verder in de 15e eeuw uitgebreid en van 1483 tot 1487 werd het achthoekige gotische bovengedeelte gebouwd, ook met een houten spits waarop het beeld van Sint-Michiel verscheen. Door een blikseminslag in 1493 brandde dit bovenste gedeelte opnieuw af alsook de stadsklokken. Bij de herstelling werd een houten spits met opklimmende leeuw gebouwd. In 1741 brandde de torenspits opnieuw af en werd in 1753 hersteld, echter zonder torenspits. In 1814 was de toren voorzien van een kleine, zeer stompe spits.
In 1822 kreeg de toren de huidige neogotische kroonafwerking in plaats van een spits.
In 1284 werd aan de oostelijke Marktzijde een nieuwe hal gebouwd, de Waterhal. Dit was een imposant gotisch gebouw schraagsgewijs over de Kraanrei gebouwd als laad- en losplaats voor binnenschepen vanuit Damme.
In de loop van de 14de en de 16de eeuw waren er verschillende verbouwingswerken aan de waterhal.
In 1562 namen het complex belfort/lakenhal en de waterhal respectievelijk de zuidelijke en oostelijke Marktzijde in. Aan de noord- en westzijde waren er voornamelijk diephuizen.
Sanderus geeft in 1641 een weergave van de zuidelijke, oostelijke en westelijke Marktzijde die overwegend getypeerd werd door de commerciële functie. De Waterhal is duidelijk zichtbaar aan de linkerzijde op de prent van Sanderus.
Op het einde van de 17
e
eeuw waren er aan de de westelijke Marktzijde houten puntgevels en een schermgevel. Houten winkelstalletjes typeerden de gelijkvloerse verdiepingen.
In 1780 had men aan de noordelijke Marktzijde de Sint-Kristoffelkapel en de Sint-Joriskapel en stenen diephuizen met trap- en puntgevels.
In 1786 werden de Sint-Kristoffel- èn de Sint-Joriskapel gesloopt.
Tussen 1787 en 1791 werd ook de in onbruik geraakte waterhal aan de oostelijke Marktzijde gesloopt. De Kraanrei werd overwelfd en er werd een laatclassicistische eenheidsbebouwing opgetrokken met een twintigtal panden.
Door een brand in 1878 werd de laatclassicistische eenheidsbebouwing aan de oostelijke Marktzijde deels verwoest. Dit was de aanleiding voor een nieuwbouwproject dat pas in 1921 was voltooid; deze gebouwen werden gebruikt door het Ministerie van Openbare Werken, het Provinciaal Hof en de Post. Hierdoor kreeg de Markt nu ook een administratieve functie.
In 1887 werd het monument onthuld voor de helden van 1302, Jan Breydel en Pieter de Coninc.
Van 1995 tot 1997 werd de Markt heraangelegd, onder meer in het kader van de nieuwe verkeersarme situatie.
De Markt in Brugge fungeerde eeuwenlang als marktplaats en belangrijk politiek, economisch en socio-cultureel centrum.
Het was een plaats van allerlei openbare manifestaties als Blijde Intredes, feestelijke tornooien, historische optochten en openbare terechtstellingen.
In de loop van de 19de eeuw kreeg de Markt een toenemend toeristisch belang, met verschillende horecazaken, waarvan de inrichting doorgaans de heersende trends volgt.
Vandaag trekt de Markt, die zich situeert in het hart van de historische binnenstad, nog dagelijks zeer veel toeristen.
(Bronvermelding: Wikipedia; Onroerenderfgoed.be)