De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




BRUGGE  -  HUIS DE ZEVEN TORENTJES


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)




Het huis de Zeven Torentjes, één van de grootste patriciërshuizen van het middeleeuwse Brugge bevindt zich in zijn huidige vorm in de Hoogstraat 8 te Brugge (provincie West-Vlaanderen).

Het huis werd in het begin van de 14e  eeuw gebouwd in opdracht van Wouter Bonin van den Gapere, heer van Meulebeke, maar gaat terug op een 13e-eeuws complex in Scheldegotiek.

Oorspronkelijk noemde het huis "Ten Sceipstale". Het werd het "Huis De Zeven Torren" genoemd omwille van de zeven torentjes die de gevel van het "stadskasteel" aanvankelijk bekroonden. Volgens recent bouwhistorisch onderzoek is het pand fasegewijs tot stand gekomen.

In het begin van de 13e  eeuw werd een huis gebouwd aan de straatzijde op een groot erf, enerzijds begrensd door de omwalling van de Burg en anderzijds door de Groenrei, de Hoog- en de Meestraat.

Circa midden 13e  eeuw werd een tweede bakstenen huis gebouwd, genaamd “Het Fransche Schild”. Dit werd gevoegd bij het Huis de Zeven Torentjes. 

Rond 1276 werd de bestaande constructie grondig verbouwd. Het huis had toen reeds twee traptorens en vijf bouwlagen.

In de loop van de 15e eeuw werd nog een derde huis gebouwd, genaamd Casselberg”. Het hoekpand 'Casselberg' was (en is nog steeds) een imposant herenhuis.

Op deze plaats aan de Hoogstraat in Brugge lagen dus omstreeks 1640 drie afzonderlijke panden, met tuinen die doorliepen tot aan de Groenerei. Het ging om de panden ''t Fransch Schild', “Zeven Torens” en “Casselberg”.

Tijdens de bouw van het stadhuis op de Burg deed het Huis de Zeven Torentjes dienst als vergaderruimte voor de schepenen.

Dankzij enkele iconografische bronnen, waaronder zeker deze prent van Sanderus, is de middeleeuwse toestand van het huis de Zeven Torentjes goed gekend.

Het huis, dat een grote bewondering afdwong, komt voor op het schilderij van Pieter Claeissens ”De zeven wonderen van Brugge” (1560).

In 1560 werd het huis De Zeven Torentjes eigendom van de Spaanse handelaar Juan Lopez Gallo, de zaakgelastigde van de Spaanse koning in Brugge. Hij had ook al het kasteel van Male gekocht van de Spaanse vorst Filips II. Misschien was hij wel de opdrachtgever van het schilderij van Claeissens.

De familie Gallo bleef eigenaar tot op het einde van de 17e eeuw waarna het verschillende keren van eigenaar veranderde.

Tot in 1717 was het pand bekroond met een omlopende borstwering en zeven sierlijke erkertorentjes. Omstreeks 1717 werd de nieuwe gevel opgetrokken.

In de loop van de 19e eeuw werd op de hoek Hoogstraat-Meestraat nog het "Huis Calis" gebouwd.

In 1908 werd het gebouw De Zeven Torentjes aangekocht door de Belgische Staat als bedrijfsgebouw voor de RTT. In 1909 werd de gevel ontpleisterd.

Door jarenlange leegstand raakte het complex in verval.

Na vele jaren leegstand, al sinds de jaren 1970, werd het pand verbouwd tot een hotel.

(Bronvermelding: Brugselegenden.blogspot.com; Onroerenderfgoed.be)