De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




BESELARE - MOLENHOEKMOLEN


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)




Op deze prent van Sanderus staat het Kasteel van Beselare.  Links van het Kasteel bemerken we de Sint-Martinuskerk.

Helemaal links van Beselare zien we de (ondertussen verdwenen) Molenhoekmolen van Beselare op deze prent.

Deze bevond zich op de hoek van de huidige Molenhoekstraat met de Dadizelestraat. Vroeger heetten deze straten Molenstraat en Oude Kortrijkstraat.

Beselare maakt thans deel uit van de gemeente Zonnebeke.

De Molenhoekmolen werd opgericht in 1500. Het was de oudste windmolen van het dorp.

Tot 1798 was hij de banmolen, dit is de molen van de heerlijkheid en dus van de adellijke familie Van der Woestine.

Banmolen of dwangmolen betekende dat iedereen die het markizaat van Beselare bewoonde verplicht was daar zijn graan te laten malen. Er stonden zware straffen op zelf malen of naar een andere molen trekken om te laten malen. Een ‘meulewaeker’ was aangesteld om over het molenrecht van de dorpsheer te waken.

De molen stond op een heuveltop en daarenboven nog op een wal of mote. Het was een staakmolen met open voet die werd gebruikt als korenmolen.

Rond de molen lag een trakelweg en stonden 3 lage huisjes los van elkaar rond de molen, die in de streek ook bekend stond als de Becelaeremolen.

Een eerste geschrift over de molen dateert van 1525. De dorpsheren onderhielden hun molen met bijzondere zorg want hij was voor hen een belangrijke bron van inkomsten.

Rond 1575 lieten ze de vaststaande molen  ombouwen in een verstelbare molen, die kon gedraaid worden naar de wind.

Zij verpachtten hem slechts aan bekwame molenaars.

In 1686 deed de Markgravin, weduwe van Markgraaf Filip Van der Woestine afstand van de helft van de molen ten gunste van haar zoon Maximiliaan.

Tot aan de Franse Revolutie bleef de molen in het bezit van de Markiezen Van der Woestine. De laatste dorpsheer Emmanuel Van der Woestine stierf onder de guillotine te Cambrai.

Het banrecht werd door de Fransen afgeschaft. Iedereen kon nu een molen bouwen.

In 1803 werd de molen publiek verkocht. De nieuwe achtereenvolgende eigenaars hielden de molen in goede werking.

In 1914 veranderde de oorlog Beselare in een slagveld en op 23 oktober boorden de Duitsers twee gaten onderin de standaard van de molen. Deze vulden ze op met dynamiet en weldra was de molen nog een hoop versplinterd hout en verwrongen ijzer.

Tijdens de opruiming na de Eerste Wereldoorlog werd in het puin van de molen een witte Doornikse steen aangetroffen met het opschrift: “Anno Domini 1500”. In de linkerbovenhoek stond een molenkruis en rechtsboven een keper met drie schelpen, het wapen van de familie Van der Woestine.

Na de oorlog werd de molen niet herbouwd. De teerlingen werden afgebroken en de molenwal werd afgegraven in 1922.

(Bronvermelding: Molenechos.org)