De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




BAZEL  -  KASTEEL VAN WISSEKERKE


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)





Op deze prent is het Kasteel van Wissekerke te zien zoals het er omstreeks 1640 uitzag. Het kasteel bestaat nog, zij het in een sterk verbouwde vorm. Het is gelegen in Bazel, thans een deelgemeente van Kruibeke in de provincie Oost-Vlaanderen. Het bevindt zich ter hoogte van het Koningin Astridplein en de Lange Gaanweg.

Dit kasteel is gelegen in een park van circa 8 hectare met een ruime vijver waarover nu een smeedijzeren hangbrug is geplaats. Voorts heeft de site verschillende hoevegebouwen met een duiventoren. Het park wordt betreden langs een ingangspoort ten zuidoosten van het dorpsplein.

Thans bevindt zich ten noorden van de site nog de circa 600 meter lange voormalige kasteeldreef die thans de Lange Gaanweg verbindt met de Kemphoekstraat.

Op de plaats van het huidige kasteel stond reeds in de 10de eeuw een burcht, die deel uitmaakte van de versterkingsgordel aan de Scheldeoever om het graafschap Vlaanderen tegen vijandige invallen te beschermen. Er bevonden zich ook andere burchten in Kruibeke, Rupelmonde en Temse.

In 1238 legt Raas van Basele de funderingen van het nieuwe versterkt kasteel.

Stapsgewijs werd het kasteel meermaals versterkt en uitgebreid van waar de dikke muren op het huidige kelderniveau en de toren daterend uit de late middeleeuwen en 16de eeuw de oudste nog zichtbare architectuurelementen zijn.

De naam Wissekerke vindt zijn oorsprong in een gelijknamige heerlijkheid die door de graaf van Vlaanderen wordt gegeven aan Raas van Basele in 1238.

Vanaf dat jaar tot 1435 wordt het gebied een eigendom van de feodale heren die ook voortaan de heren van Wissekerke worden genoemd.

Rond 1475 ressorteerde het bezit onder het land van Waas. Toponymisch is Wissekerke afgeleid van een kerk die gesticht is door Wisse, Widso van waar de volledige naam de eerste keer voorkomt in een Zeeuwse bron uit het jaar 1230.

De kasteeleigenaar, ridder en laatste heer van Wissekerke Antoon van Rotselaar herstructureerde kort na de slag bij Bazel in 1452 het kasteel volledig.

In 1510 werd het kasteel gekocht door Lieven van Pottelsberghe, heer van Vinderhoute, raadsheer van Keizer Karel.

Na zijn dood ging het over naar zijn zoon Frans die kinderloos stierf, zodat het in handen kwam van diens moeder die het overmaakte aan haar broer Servaas van Steelant.

In 1562 werd een kapel in het kasteel ingericht.

Marnix van Sint Aldegonde liet het kasteel in 1583 gedeeltelijk afbranden: de ophaalbrug en een deel van de linkervleugel brandden uit.

De wederopbouw gebeurde in 1590 door Servaas van Steelant: de linkervleugel werd hoger opgetrokken en kreeg nieuwe, ruimere vensters, een schilddak zonder kantelen en voorzien van kleine dakkapellen.

De ophaalbrug werd vervangen door een houten brug die in het water rustte op houten pijlers en uitliep onder een brugpoort bezet met een kleine lantaarntoren. De beschadigde kasteeltoren verloor zijn kantelen en schietgaten en kreeg een achtkantige toren met naaldspits. De wachttoren buiten de wallen verloor eveneens zijn kantelen, die vervangen werden door een kegelvormige spits met lantaarn.

Het kasteel is op een vierkante plattegrond gebouwd en stond oorspronkelijk volledig in het water.

Op de prent van Sanderus (1641) zien we lange lage gebouwen. Het zijn koetshuizen van de kasteelheer en werkplaatsen van zijn personeel.

Aan het einde van het lange gebouw, rechts, staat een overdekte inrijpoort en een kleine poort daarnaast. Daarmee verbonden door de zijgevel van een hoog gebouw, staat nog een vierkantig gebouwtje. De kasteelomwalling ziet er op de prent rechthoekig uit, alhoewel de vorm van de omwalling in werkelijkheid eerder cirkelvormig zal zijn geweest.

De toren links vooraan op de prent fungeerde als duiventoren.

Vanaf 1669 kwam het kasteel in handen van de familie Vilain XIIII.

De 19de eeuw wordt gekenmerkt door ingrijpende veranderingen in en rond het kasteel Wissekerke.

In het jaar 1800 werd burggraaf Philippe Vilain XIIII tot burgemeester van Bazel benoemd. Op dat moment maakte Bazel nog deel uit van Frankrijk. Gedurende een ononderbroken duur van meer dan 56 jaar vervulde hij deze functie. Onder zijn bewind kreeg Bazel een gemeentehuis, een ziekenhuis en de stichting van een jongens- en een meisjesschool. Wanneer deze plaats deel uitmaakte van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden vanaf het jaar 1815 werd hij lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Na de onafhankelijkheid van België in 1830 bleef hij nationaal politiek actief.

Naast het aanzienlijke familiekasteel in Bazel resideerde hij ook in een stadspaleis aan het Koningsplein in Brussel.

Het echtpaar Vilain XIIII – de Feltz liet het kasteel verbouwen om tegemoet te komen aan hun persoonlijke wensen. vanaf 1803 waren er verbouwingswerken: de wal werd gevuld met aarde die werd aangebracht uit de dreef en uit het park waardoor de vijvers werden vergroot. De rechthoekige vensters werden uitgebroken en vervangen door renaissance-boogvensters.

Er volgden nieuwe verbouwingswerken in 1811. De 2 kasteelvleugels werden tot een eenheid gebracht. De renaissance vensterbogen werden dichtgemetseld en vervangen door neogotische spitsboogramen. Het was een van de eerste toepassingen van de Vlaamse neogotiek.

Het schilddak van de linkervleugel werd vervangen door een topgevel waarachter een zadeldak; deze vleugel kreeg ook een rond, overkragend hoektorentje naar analogie met deze op de drie andere hoeken van het gebouw. De trappen van de rechtervleugel werden verwijderd. De effen muur waar vroeger de brug in uitliep werd uitgebroken en vervangen door een halfronde voorbouw met spitsboogramen, om de beide vleugels te verbinden.

Tussen 1820 en 1824 werd door het park een kanaaltje gegraven; het werd gevoed door de "wissels" uit de polder en voorzag de vijvers van vers water. Om de twee delen van het park te verbinden, werd een smeedijzeren hangbrug geplaatst. De gietijzeren kolommen zijn door staven in de bodem verankerd en dienen als ophanging van de twee doorbuigende draagkabels.

De huidige ingangspoort van het kasteeldomein werd pas in 1832-33 gebouwd.

In 1850 werd de rechtervleugel, volledig symmetrisch aan de linker, met één verdieping verhoogd.

Nieuwe veranderingen onderging het kasteel in 1906: de rechter puntgevel kreeg zijn oorspronkelijk uitzicht weer en werd opnieuw een trapgevel. De linkergevel aan de oostzijde werd vervangen door een gevel die op een rondboogarcade in het water rust.

De kapel werd voorzien van een uitspringend koortje met drie spitsboogramen.

Merkwaardig op het kasteeldomein is de ronde bakstenen duiventoren, die kegelvormig afgedekt. Deze toren werd gebouwd in 1516 en heeft sindsdien weinig verandering ondergaan.

Op deze prent van Sanderus herkennen wij dit gebouw aan de linkerzijde. Als verblijfplaats voor menige duiven worden deze vogels niet alleen gebruikt als nuttige boodschapper, maar het was ook een lekkernij en duivenmest was erg kostbaar in de 16de – 17de eeuw.

De duiventoren werd in het begin van de 19e eeuw, waarschijnlijk samen met de werken van 1811, mooi gerestaureerd.

Begin jaren 1990 kwam het kasteeldomein in handen van de gemeente Kruibeke nadat de laatste bewoonster was overleden.

Het kasteel is tegenwoordig toegankelijk voor het publiek, in de vorm van een museum, samen met het al genoemde parkgebied.

(Bronvermelding: Heemkundige Kring Wissekerke; Onroerenderfgoed.be)