De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
ANTWERPEN - SINT-MICHIELSABDIJ
(Antonius Sanderus – Chorographia Sacra Brabantiae 1659 - Herwerkte editie 1726-1727)
Op deze prent van Sanderus is de herwerkte versie te zien van een prent van de Sint-Michielsabdij in Antwerpen (in de huidige provincie Antwerpen).
Deze prent werd gepubliceerd in de heruitgave in 1726-1727 van de Chorographia Sacra Brabantiae van Sanderus (1659).
Hieronder tonen we ook de originele prent die in de Chorographia verscheen.
De Sint-Michielsabdij was een norbertijnerabdij in Antwerpen die door de Heilige Norbertus zelf in 1124 gesticht werd aan de oevers van de Schelde.
Tot de Franse Revolutie kende deze abdij een grote bloeiperiode, waarbij ze als mecenas optrad voor verschillende belangrijke kunstenaars.
In 1831, tijdens de Belgische Revolutie, werd de abdij volledig verwoest, nadat ze al gedeeltelijk gesloopt was tijdens de Franse bezetting.
In de 7e eeuw, omstreeks 652, was de heilige Amandus in Antwerpen geweest en had hier enkele jaren verbleven. Hij had in Antwerpen het christendom gepredikt op een plaats mogelijk te identificeren als een eiland of hoogland ten zuiden van de burcht (waar later de Sint-Michielskerk zou verrijzen).
Volgens verschillende geschiedkundigen zou er op deze plaats oorspronkelijk een Romeinse Mars-tempel hebben gestaan.
Men vermoedt dat dit ook de plaats was waar later de kapittelkerk, gewijd aan Sint-Michiel, werd gebouwd: op de rechter Scheldeoever te Antwerpen tussen de huidige Kloosterstraat en de Sint-Michielskaai nabij de Sint-Jansvliet.
Uit historische gegevens is bekend dat de Sint-Michielskerk gebouwd werd vóór het jaar 1096.
Deze Sint-Michielskerk was de eerste en enige parochiekerk in Antwerpen tot 1124. Vanuit dit kapittel werd ook de burchtkapel van het Steen bediend. De heilige Norbertus werd in 1124 door de paus naar Antwerpen gezonden om dit kapittel te hervormen. Hieruit ontstond in 1124 de Sint-Michielsabdij. Ze had uitgebreide gronden zowel in als rond Antwerpen, zoals de heerlijkheid van het Kiel en Beerschot en de gronden van Haringrode en Zurenborg.
De site van de abdij strekte zich uit van de Kloosterstraat tot de Schelde en van de Kromme Elleboogstraat tot de Goede Hoopstraat.
Rond 1300 kwam de abdij binnen de nieuwe omwalling van de toenmalige stad te liggen.
De abdij kende haar hoogtepunt in de 14e en 15e eeuw en ontving regelmatig hoge vorsten en heersers. Het zogenaamde Prinsenhof was een luxueus gastenverblijf aan de Schelde dat aan de abdij werd toegevoegd om de vele wereldlijke leiders tijdens hun verblijf in de stad in de abdij te kunnen ontvangen en onderdak te bieden.
Isabella van Bourbon, de tweede echtgenote van Karel de Stoute en moeder van Maria van Bourgondië, stierf in 1465 terwijl ze in de abdij verbleef en werd er begraven.
Vanaf de 16e eeuw kreeg de abdij echter financiële problemen. De godsdienstige troebelen en de Spaanse Furie in 1576 zorgden voor zware materiële schade aan de abdij.
Toch bleef de Sint-Michielsabdij een belangrijke rol spelen.
Vanaf 1674 verwierf de abdij ook de heerlijkheden Berendrecht en Zandvliet. De abdijen van Averbode, Middelburg en Tongerlo zijn dochterstichtingen van deze Antwerpse Sint-Michielsabdij.
De abdij werd in 1796 opgeheven tijdens de Franse bezetting en de bewoners werden uit hun abdij verjaagd. De monastieke goederen werden geconfisceerd en kwamen na verkoop uiteindelijk in handen van Napoleon.
Omstreeks 1624 had Peter Pauwel Rubens het altaarstuk Aanbidding door de koningen voor het hoogkoor van de abdijkerk voltooid. Het altaarstuk werd tijdens de Franse Revolutie geroofd en naar het Parijse Louvre getransporteerd. Na de slag bij Waterloo kwam het werk in 1815 terecht in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen.
De gebouwen (met onder meer ook het Prinsenhof) werden vanaf 1803 gedeeltelijk gesloopt. Omdat Napoleon van Antwerpen een grote op Engeland gerichte oorlogshaven wilde maken, moest er naast de abdij een marine-arsenaal komen met scheepshellingen om oorlogsschepen te bouwen en kazernes voor de militairen. In de kerk en andere abdijgebouwen werden magazijnen, werkplaatsen en kantoren ingericht.
De toren van de abdij werd in 1807 uitgerust met een semafoor. Na de val van Napoleon werd de voormalige abdij een stapelplaats voor de Hollandse militaire macht.
In 1830 ontstonden schermutselingen tussen Belgische revolutionairen in de stad en Nederlandse troepen gelegerd in het voormalige Zuidkasteel (de Antwerpse citadel). Op 27 oktober 1830 richtten de Nederlanders er vanwege de militaire functie hun artillerie op, waarbij door een grote brand de kerk en andere laatste resten van deze grote abdij werden verwoest.
De Sint-Norbertusparochie in de Antwerpse wijk Zurenborg werd in de loop van de 19e eeuw onder de hoede gesteld van de Heilige Norbertus ter nagedachtenis van dit teloorgegaan cultureel en religieus erfgoed.
Op de vrijgekomen gronden van de abdij werden in 1842 de Vlaanderen-, Sint-Michiel-, Verbrande Entrepot- en Arsenaalstraat aangelegd.
Bij archeologische opgravingen van september 2021 tot en met het voorjaar van 2023 werden onder meer kloosterkelders, de funderingen van de kapittelzaal, de kloostergang en een 400-tal begravingen in de grond ontdekt. In
het projectgebied kwamen de resten van de eerste grote bouwfase van de abdij uit de 13e eeuw aan het licht. Ook de stadsmuur, die de afscheiding vormde tussen de kloostersite en de Schelde, werd onderzocht.
Er werd in 2024 een gedenksteen voor 900 jaar Sint-Michielsabdij en een infopaneel geplaatst op een locatie die zich bevindt binnen de voormalige abdijsite.
(Bronvermelding: tekst gebaseerd op Wikipedia; Onroerenderfgoed.be en info van Antwerpenmorgen.be/nl/projecten/archeo-scheldekaaien-sint-michielskaai)