De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
ANTWERPEN - PREDIKHERENKLOOSTER
(Antonius Sanderus – Chorographia Sacra Brabantiae 1659 - Herwerkte editie 1726-1727)
Op deze prent van Sanderus is de herwerkte versie te zien van een prent van het Predikherenklooster in Antwerpen.
Deze prent werd gepubliceerd in de heruitgave in 1726-1727 van de Chorographia Sacra Brabantiae van Sanderus (1659).
Hieronder tonen we ook de originele prent die in de Chorographia verscheen.
Het Predikherenklooster, ook gekend als het Dominicanenklooster of misschien nog meer als het Sint-Paulusklooster, was een klooster in de stad Antwerpen dat bestond van de 13e eeuw tot 1797. Het kloosterdomein was uitgestrekt en bevond zich tussen de huidige straten Zwartzustersstraat, Veemarkt, Nosestraat, Keistraat en Dries in Antwerpen (provincie Antwerpen).
Doorheen de voormalige kloostertuin loopt thans de huidige Sint-Paulusstraat. De kloosterlingen behoorden tot de orde der Dominicanen.
De dominicanen vestigden zich in 1243 in de stad Antwerpen, nadat Hendrik II, hertog van Brabant, hen had laten overkomen uit Straatsburg. Van zijn opvolger Hertog Hendrik III en van kanunnik Hugo Nose ontvingen de paters uitgestrekte terreinen in de buurt van 'den Dries', waarop zij rond 1269 begonnen met de bouw van hun eerste kloosterkerk. In 1276 werd deze kerk ingewijd.
Een deel van het kloostergebouw, het zogenaamde 'predikherenpand' fungeerde vanaf het midden van de 15e eeuw tot het einde van de 16e eeuw als een verkoops- en tentoonstellingsruimte voor wandtapijten, juwelen, goud- en zilverwerk en schilderijen. In 1517 verhuisden de wandtapijtverkopers naar een pand in de huidige Kammenstraat en later naar het Tapissierspand en in 1549 verhuisden de goud- en zilversmeden naar de Zilversmidsgang.
In de 15e eeuw bezaten de predikheren het alleenrecht om voor het college der schepenen van de stad Antwerpen de mis te lezen.
Volgens Sanderus werd hun dit voorrecht in 1538 afgenomen en aan de Lievevrouwbroeders gegeven.
In 1517 besloot men een nieuwe kloosterkerk te bouwen omdat de oude kerk bij springtij voortdurend onder water liep.
De nieuwe kerk was groter en lag op een hoger gelegen terrein naast de bestaande kerk.
Deze nieuwe kerk ontsnapte niet aan de Beeldenstorm in 1566, waarbij er onder meer 5 altaren vernield werden. In 1571 werd de nieuwe Sint-Pauluskerk ingewijd. In datzelfde jaar werd er in de kerk van het klooster de Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans broederschap gesticht, om de overwinning op de Turken te vieren in de zeeslag bij Lepanto.
Zeven jaar later, in 1578, namen de calvinisten, die aan de macht waren gekomen in de stad Antwerpen, een deel van het Antwerps klooster in beslag. Nog een jaar later verdreven zij de paters uit het klooster; kerk en klooster werden leeggehaald, het schip van de kerk werd daarbij omgevormd tot een calvinistische bidplaats en een deel van het klooster werd in gebruik genomen als kanonnengieterij voor het leger.
Na de Val van Antwerpen in 1585 keerden de dominicanenpaters terug en begonnen ze aan de heropbouw en de herinrichting van de kerk en het klooster.
Op de oude begraafplaats van de Dominicanen binnen het klooster, op de plaats waar zich eertijds het 'predikherenpand' bevond, werd op het einde van de 17e eeuw begonnen met de bouw van een Calvarieberg. In 1734 was de Calvarieberg voltooid, maar nog tot 1747 werden beelden bijgeplaatst.
In 1796 werden de kloosters door de nieuwe Franse bewindvoerders afgeschaft en op het einde van dat jaar werden de nog overblijvende 53 kloosterlingen uitgedreven door soldaten.
In 1797 werd de kerk, het klooster en de kloostertuin openbaar verkocht. De toenmalige prior kon de gebouwen terugkopen en nog in hetzelfde jaar waren enkele dominicanen terug in hun klooster om het opnieuw bewoonbaar te maken.
Niet door de staat erkend als kloosterlingen, bleven ze er samen als ‘citoyens’. De kerk werd in 1797 heropend, maar de revolutionairen gingen onmiddellijk weer over tot de sluiting van de kerk. Uit schrik dat het Franse bewind kerk en klooster opnieuw zou onteigenen, verkocht de prior het klooster in 1798 aan een stroman.
Onder het bewind van Napoleon verbeterde de relatie tussen de overheid en de kerk, maar werd de prior toch gewaar dat het kloosterleven niet meer hervat zou kunnen worden. Hij sloot een overeenkomst met de stad Antwerpen, waardoor de stad, na het sterven van de laatste dominicaan eigenaar zou worden van de Sint-Pauluskerk.
De stad huurde ook een deel van de kloostergebouwen, die dienst deden als kazerne. De laatste predikheer stierf in 1846.
Van 1256 tot de opheffing hadden er in het klooster zo’n 1700 kloosterlingen geleefd.
In het voormalige kloosterpand werd in 1905 een kleuterschool ingericht en enkele jaren later werd de Sint-Paulusschool ingericht. In april 1968 verwoestte een zware brand de kerk en het kloosterpand; driekwart van het kloosterpand veranderde in een ruïne.
De voormalige kerk van het klooster heeft de woelige geschiedenis overleefd en is de huidige Sint-Pauluskerk, die momenteel als kerk van de Sint Paulusparochie van de stad Antwerpen fungeert.
Ook van de voormalige kloostergebouwen zijn nog enkele restanten overgebleven.
(Bronvermelding: Wikipedia)