De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




ANTWERPEN  -  AUGUSTIJNENKLOOSTER


(Antonius Sanderus – Chorographia Sacra Brabantiae 1659 - Herwerkte editie 1726-1727)




Op deze prent van Sanderus is de herwerkte versie te zien van een prent van het Augustijnenklooster in Antwerpen.

Deze prent werd gepubliceerd in de heruitgave in 1726-1727 van de Chorographia Sacra Brabantiae van Sanderus (1659).

Dit voormalige klooster was gevestigd langs de Kammenstraat in Antwerpen (provincie Antwerpen).

Thans bestaat de voormalige kloosterkerk nog. Het betreft de Sint-Augustinuskerk. Deze barokkerk werd intussen ingrijpend verbouwd tot een muziekcentrum van de vzw AMUZ (Augustinus Muziekcentrum).

De kloosterkerk werd gebouwd tussen 1615 en 1618 tijdens het Twaalfjarig Bestand. Deze kerk van de orde van de augustijnen rekent men tot de vroegbarok-bouwstijl. In de gevel vindt men nog duidelijke kenmerken van de lokale renaissancetradities terug.

Deze zogenoemde schermgevel verbergt een driebeukig schip zonder transept met een relatief groot koorgedeelte. Op de gevel bevinden zich brede horizontale en verticale stroken van steen die het metselwerk verdelen in rechthoekige secties. De kerk heeft een vlakke gevelbehandeling die de verticaliteit benadrukt.

Rondom het centraal gelegen kerkgebouw bevinden zich een aantal bijgebouwen. Achter het koor ligt een ruime sacristie.

Aan de noordzijde is er een kosterwoning stammend uit de tijd toen deze kerk een parochiekerk was.

Aan de zuidzijde geeft een poort toegang tot de Onze-Lieve-Vrouwekapel, een winterkapel uit 1857, in neobyzantijnse stijl met opmerkelijke muurschilderingen.

Het Augustijnenklooster van Antwerpen wordt ook soms het Allerheiligenklooster genoemd. Vandaag vormt de Sint-Augustinuskerk in Antwerpen zowat de enige herkenbare herinnering aan het vroegere klooster dat zich uitstrekte tussen Oudaan, Everdij- en Kammenstraat. Waar nu de politietoren en de aangrenzende winkelgalerij het straatbeeld bepalen, floreerde vanaf het begin van de 17de eeuw tot aan de Franse Tijd één van de grootste stichtingen van de augustijnenorde.

De oorsprong van de augustijnenorde blijft onduidelijk. Vanuit Italië en de Duitse gebieden bereikte het augustijns kloosterideaal - een religieus leven naar de regel van Augustinus (354-430) - in de 13e eeuw de Nederlanden. Omwille van hun apostolaatswerk vestigden de augustijnen zich veelal binnen de stadsmuren, met vroege stichtingen in Hasselt, Leuven, Mechelen en Brugge. De augustijnen legden zich niet alleen toe op prediking maar ook op studie en onderwijs. Op het einde van de 15e en het begin van de 16e eeuw leidde de onvrede omtrent de versoepeling van de regel tot een schisma, met het ontstaan van observantencongregaties tot gevolg. Deze congregaties streefden naar een opwaardering en striktere naleving van de regel van Augustinus. De interne verdeeldheid bereikte een hoogtepunt in 1517 met de publicatie van de 95 stellingen van Maarten Luther, lid van de Saksische observantencongregatie.

De geschiedenis van de Antwerpse augustijnen is erg bewogen. Vóór 1513 vestigden observanten uit Holland zich in Antwerpen en richtten er een kapel op. Al vlug kwamen zij hierdoor in conflict met het Onze-LieveVrouwe-kapittel dat de kerkelijke leiding over Antwerpen had. Na heel wat moeilijkheden werden de observanten uiteindelijk formeel toegelaten tot de Scheldestad en werd de inmiddels te kleine kapel uitgebouwd tot een kerk. Het Antwerpse convent ging over tot het Lutheranisme. De veroordeling van de stellingen van Luther leidde tot herhaalde inquisities naar de Antwerpse stichting.

Dit resulteerde in de verkoop van de bezittingen van het convent, de gevangenneming van een aantal observanten en de terechtstelling van twee paters in Brussel. In 1523 werd het klooster afgebroken, met uitzondering van de kerk.

Op het einde van de 16e en tijdens de eerste helft van de 17e eeuw beleefde de augustijnenorde een bloeiperiode. Meer en meer legde zij zich toe op het katholieke onderricht en de vorming van de jeugd. Zo ontstonden in de belangrijkste steden colleges voor middelbaar onderwijs. In de Zuidelijke Nederlanden werden bestaande kloosters hersteld en nieuwe stichtingen gevestigd. In Antwerpen werd in 1608 een nieuw klooster gesticht. De voormalige brouwerij ‘de Ketel’ in de Everdijstraat werd verbouwd tot een kapel. In 1615 begonnen de bouwwerken voor een kerk in de aangrenzende Kammenstraat. In minder dan drie jaar tijd kwam een basilicale kerk in Zuid-Nederlandse barokstijl tot stand. In 1623 werd begonnen met de uitbouw van het convent. Op dat moment had de orde al twaalf huizen en twee tuinen tussen de Oudaan, de Everdij- en de Kammenstraat aangekocht. In de loop van de 17e eeuw werd dit convent nog verder verbouwd en uitgebreid.

Deze prent van Sanderus toont het convent in volle glorie. Aan de zijde van de Kammenstraat onderscheiden we de voorgevel van de kerk, geflankeerd door een aantal huisjes met trapgevels die doorheen de jaren in het bezit van de orde kwamen. Één van die huisjes bood toegang tot het gymnasium. Ten oosten van deze klaslokalen strekte zich een grote tuin uit. Een kleinere tuin werd omsloten door de vier vleugels van de pandgang. De later toegevoegde neogotische winterkapel staat nog niet op de prent.

Na het midden van de 18e eeuw kregen de Antwerpse augustijnen het moeilijker. Het edict van 15 september 1753 van keizerin Maria Theresia legde een zware hypotheek op de financiële en materiële draagkracht van het convent. Andere maatregelen legden de activiteiten en de ontplooiing van het klooster aan banden. Filosofische en maatschappelijke verande0ringen werkten de beknotting van het kloosterleven verder in de hand. Het succes van hun onderwijs redde de augustijnen in 1783 (voorlopig) van hun afschaffing. Met de annexatie van de Nederlanden bij Frankrijk werden in 1796 alle kloosters en hun bezittingen van overheidswege geconfisqueerd.

Na 1830 bood de Belgische grondwet mogelijkheden om opnieuw kloosters op te richten. De voormalige kloosterkerk werd nog verschillende jaren als parochiekerk gebruikt.

Reeds in het begin van de 19e eeuw werden plannen gemaakt voor de aanpassing van het stratenplan ten nadele van de pandgang. Deze laatste werd tussen 1843 en 1845 omgevormd tot markt en later vleeshal Cité, om ruim een eeuw later (1958) plaats te maken voor de bouw van de huidige politietoren. In 1973 werd de aangrenzende winkelgalerij gebouwd.

De laatste misviering in de Sint-Augustinuskerk vond plaats op 14 mei 1973.

In 1977 stemde het bisdom van Antwerpen in met de opheffing en de verdeling van de Sint-Augustinusparochie en haar patrimonium. Bovendien stelde zij voor om de kerk om te vormen tot een museum voor kerkelijke kunst. Hiertoe werd een werkgroep opgericht. De bestemming van de kloosterkerk werd uiteindelijk een muziekcentrum.

(Wikipedia; Onroerenderfgoed.be)