Moorsele
 
Kasteel (1813)






Op deze tekening van Séraphin Vermote van 1813 is het Kasteel van Moorsele te zien.

Het Kasteel van Moorsele is een nog bestaand kasteel dat in de streek ook gekend is onder de benaming “Waterkasteel” en ook wel “Kasteel Grimaldi”. Moorsele is een dorp in de Belgische provincie West-Vlaanderen. Moorsele is sinds 1977 een deelgemeente van Wevelgem. Het kasteel is gelegen aan het Sint-Maartensplein in Moorsele.

Het is een omwalde site bestaande uit een kasteel, een donjon en een ijskelder gelegen binnen een omwalling, op een zogenaamde mote. Het kasteel is bereikbaar via een bakstenen brug. Ten zuiden van het kasteel ligt het koetshuis. Het domein is in het noorden en het oosten ommuurd en ten westen afgezoomd met een beukenhaag.

Het kasteel werd tussen 1418 en 1443 heropgebouwd op de resten van een ouder kasteel, een vermoedelijk eerder bescheiden woning van de heren van Moorsele en Moorslede, in opdracht van Geldolf I van der Gracht, kamerheer en raadsheer van Filips de Goede. Het oudste deel van het kasteel is de donjon, die werd gebouwd omstreeks 1420.

Het was eertijds het kasteel van de heerlijkheid van Moorsele en ter Gracht. De heerlijkheid van Moorsele was de oudste heerlijkheid gelegen binnen het huidige grondgebied van de gemeente en tevens één van de twaalf burchtgenootschappen van het kasteel van Kortrijk.

De heren van Moorsele waren vanaf het midden van de 12e eeuw tot de tweede helft van de 13e eeuw wellicht ook de heren van Moorslede. De heerlijkheid ter Gracht werd vóór 1220 gesticht, vermoedelijk vanuit de heerlijkheid van Moorsele.

De heerlijkheid werd eveneens gehouden van het kasteel van Kortrijk, maar was geen burchtgenootschap.
Moorsele en ter Gracht vormden dus oorspronkelijk één domein en heerlijkheid met één leenhof en één schepenbank. De heerlijkheid werd op een niet nader te bepalen tijdstip gesplitst.

Op 28 oktober 1456 kreeg Geldolf I van der Gracht, bij octrooi, de toelating van Filips de Goede om de gescheiden heerlijkheden opnieuw te verenigen. Beide heerlijkheden kwamen reeds in 1323 in handen van dezelfde familie door het huwelijk van Beatrijs, vrouwe van Moorsele met Diederik van der Gracht.

Het kasteel werd geërfd door een zoon van Geldolf I, Wouter III, die kinderloos stierf. Hierdoor gingen alle bezittingen over naar Filips van Liedekerke (een zijtak van de oude adellijke familie van Gavere). Het was achtereenvolgens in eigendom van de families Basta, de Beer en de Lens.

In de 16e eeuw werd het kasteel geteisterd door een zware brand.

Tijdens de 17e en 18e eeuw was Florentia Basta (1667-1747), barones van onder meer Moorsele, Gracht, Walle en Waterschap, de Vrouwe van Moorsele. Ze was gehuwd met Lodewijk de Grimaldi. Het echtpaar had twee zonen, maar geen van beide kinderen heeft het geslacht Grimaldi voortgezet. Toch werd een wijk in Moorsele in 1975 “Grimaldi” genoemd met een verwijzing naar het kasteel en zijn heren.

Op de Ferrariskaart (1777) werd de site omgeven door een brede gracht die reikte tot aan het Sint-Maartensplein en de huidige Overheulestraat.

Vermoedelijk hoorde de grond waarop de kerk gebouwd werd ook tot het neerhof van het kasteel, gelet op de geringe afstand (circa 120 meter) tussen de kerk en de mote van het kasteel.

De woonvleugel in de huidige vorm werd gebouwd in 1779.

De familie de Lens verkocht het kasteel in 1803 aan de erfgenamen Baut uit Gent die het op hun beurt verkochten aan de
familie De Clerck. Deze familie verkocht het aan de familie Cornillie. De familie Lowie erfde het kasteel van Marie Cornillie.

In 1966 werd het door de erfgenamen van Lowie, leden van de Moorseelse brouwersfamilie De Geest verkocht aan de familie Theys.

Het kasteel was vanaf de 18e eeuw voornamelijk in gebruik als buitengoed waardoor het vaak onbewoond bleef. Het kasteel werd verbouwd in de 18e en de 19e eeuw.

De Duitsers bezetten het kasteel tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Het kasteel werd zwaar beschadigd in 1940.

In 1966 werd het verbouwd en gerestaureerd. Het huidige uitzicht van de wal dateert van 1968.

Het kasteel wordt anno 2025 bewoond door de familie Bohé.

(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be)