Kortrijk
 
Putkapelletje (1813)






Het Putkapelletje…

Op deze tekening is de kapel O.-L.-Vrouw-ten-Putte in Kortrijk (door de bewoners “Putkapelletje” genoemd) te zien. Deze kapel staat op de hoek van de huidige Condédreef met Hoog Mosscher. 

Een legende vertelt over de oorsprong van de bidplaats het volgende. Het gebeurde omstreeks het midden van de 12de eeuw. Een Frans ridder, tot een duel uitgedaagd, ontliep wegens zijn principes het tweegevecht tot grote woede van zijn vijand.

Hij vluchtte en plaatste zich onder de hoede van de H. Maagd, aan wie hij beloofde een kapel te bouwen, mocht hij veilig Vlaanderen bereiken. Maria verhoorde de smeekbede en hij belandde veilig en gezond op de Pottelberg. Een ding bekommerde hem: ‘Waar zou hij het beloofde heiligdom oprichten?’. Plotseling bemerkte de ridder langs de weg in een beek een O.-L.-Vrouwebeeldje en besloot hieruit dat het op deze plaats was dat zijn beschermster aangeroepen wilde worden. Weldra rees hier een kapelletje op met ernaast een put. In een nis plaatste men het gevonden beeld.

De kapel staat op het vroegere Kortrijk-Buiten, op de heerlijkheid Hoog Mosscher en werd vermoedelijk heropgebouwd in 1532. Ook gedurende de 17e eeuw en de 18e eeuw werd de kapel verder onderhouden en versierd. In de kapel werden gedurende het jaar verschillende missen gelezen.

Tussen 1697 en 1710 werden 2 beschilderde kandelaars en een kruisbeeld geplaatst en werd het tabernakel hersteld.

We vinden de kapel terug in het Landboek van 1755. De rechthoekige kapel is afgedekt met een zadeldakje met een klokkentorentje en op de uiteinden van de nok prijkt telkens een kruis. In de voorgevel bevindt zich de ingang en in de zijgevel steken drie vensters. Op de zuidkant ligt de put.

De kapel werd in 1791 herbouwd. Kortrijk beleefde onder de oorlog tussen de Franse republikeinen en de Oostenrijkers (1792-1794) heel wat onheil. De Fransen braken in 1793 op de Pottelberg de galg af. Er wordt vermoed dat de Fransen toen ook het nieuwgebouwde kapelletje met hun paarden zijn binnengereden en er heel wat schade hebben aangericht.

De schade werd achteraf volledig hersteld. In dat jaar gebeurden er in elk geval onder meer betalingen aan een timmerman, smid en glazenmaker.

De ‘Zusters van de H. Vincentius’ (sinds 1954 Zusters van het Geloof Tielt) hielden in de meimaand de kapel open en kregen zelfs in 1857 bijzondere vergunningen van de bisschop van Brugge. In 1898 werd de kapel door het klooster aangekocht.

Op de tekening van Séraphin zien we hoe het gebouwtje er in 1813 uitzag. Het gebouwtje werd in een classicistische stijl opgetrokken. De voorgevel is met een driehoekig pseudo-fronton met korbelen bekroond. Het portaaltje, waarboven een ronde oculus, is eveneens met een driehoekig fronton met korbelen afgedekt. De zijgevel is door middel van twee vlakke pilasters in drie traveeën verdeeld, waarin twee rondafgedekte vensters en een klein rechtafgedekt venstertje steken. De kapel is met een zadeldakje afgedekt, waarop een lenig klokketorentje prijkt.

Aan de ingang zijn twee mensen in een krampachtige houding in gebed. De put is op de tekening goed merkbaar. Links staan de bomen van de nu nog bestaande Hoogmosscherdreef.

Na 1905 werd het grote fronton van de kapel verwijderd.

De muren dienen bij het onderhoud omwille van de vochtigheid om de twee jaar van buiten gekalkt te worden. Boven het altaar aan de muur prijkt op een sokkel het beeld van O.-L. Vrouw-ten-Putte. Het dateert vermoedelijk van 1532, toen de kapel herbouwd werd.

In de meimaand is er gewijd water te verkrijgen, dat men het liefst drinkt en aan de ogen wrijft. Het heerlijke, frisse water wordt uit de put bovengehaald door middel van een pompje dat in de hoek van de sakristie staat. Toen men op het einde van de 19e eeuw in de omgeving huizen begon te bouwen en men het water hiervoor gebruikte, raakte de put bevuild. Om de bezoedeling te verhinderen werd hij in de zomer van 1899 overwelfd.

Tot omstreeks 1950 was het in de meimaand een ware toeloop naar het kapelletje en men kon er moeilijk een stoel bemachtigen. Aan de ingang zorgden een tweetal kraampjes met suikergoed, droogvis en molentjes voor de kinderen, voor de feestelijke stemming. Men kwam er in de kapel Onze-Lieve-Vrouw ten Putte aanroepen onder andere voor genezing tegen kinkhoest.

Het originele eikenhouten beeld van O.L.Vrouw van de Putkapel werd door toedoen van de kloosterzusters gerestaureerd.

Het beeld werd in de oorspronkelijke toestand gerestaureerd en bleef bewaard in het klooster. Ondertussen stond er een gewoon O.L.Vrouw-beeld (replica) in de Putkapel. In 1990 werd besloten om een replica in de kapel te plaatsen, dit om diefstal van het originele eikenhouten beeld te vermijden. Het replicabeeld, zowel als de kapel, waren volledige eigendom van de congregatie.

Tussen 1989 en 1991 werd zowel de grond als de kapel door de congregatie geschonken aan de Stad Kortrijk als erfgoed. De zusters bleven echter instaan voor het dagelijks onderhoud, het opsmukken en het openen en sluiten van de kapel, vooral tijdens de meimaand. In 2015 verlieten de zusters het klooster. Toen werd de inboedel van het klooster Pottelberg 15 gedeeltelijk overgebracht naar het hoofdklooster van de Zusters van het Geloof te Tielt, zo ook het originele beeld van O.L.Vrouw van de Putkapel.
Het oorspronkelijke beeld van Onze Lieve Vrouw Ten Putte uit 1532 , tot voor kort eigendom van de zusters van het Geloof, werd geschonken aan de Stad Kortrijk en was op Open Monumentendag 2018 uitzonderlijk te bewonderen.


… en de Heilige Bloedkapel

Op de tekening is links achteraan ook een andere kapel te zien, namelijk de nabijgelegen Heilige Bloedkapel (of “Kapel Ten Bloede”). 

Volgens een legende zou Diederik van de Elzas, in 1150 op terugweg van Jeruzalem, Brugge niet meer gehaald hebben.

Hij overnachttte dan maar met zijn gevolg in kasteel Hoog Mosscher, één van de oudste ‘heerlijkheden’ in Kortrijk. De kruisvaarder was op weg met de relikwie van het Heilig Bloed. Om dit gebeuren te vereeuwigen, wordt vlakbij het kasteel de ‘kapel Ten Bloede’ gebouwd.

De kapel heeft doorheen de eeuwen heel wat te lijden gehad onder het  oorlogsgeweld. Maar telkens weer zorgden de bewoners van Hoog Mosscher voor de herstelling. In het midden van de 17e eeuw werd de kapel een eerste keer volledig  vernield. Ze werd herbouwd en in 1664 terug plechtig ingewijd. Het gebouw hield terug een drietal eeuwen stand.

Vanaf het einde van de 19e eeuw deden vele duizenden gelovigen de “Kapellekens-omgang”. Ze bezochten hierbij eerst de Putkapel en daarna wandelden ze door naar de Heilige Bloedkapel.

Bij de bombardementen op het kasteel van Hoog Mosscher in maart 1944 lieten 6 kinderen van de familie Cambien, samen met hun gouvernante het leven.

Bij een bombardement in mei 1944 werd ook de reeds zwaar beschadigde Heilige Bloedkapel volledig vernield.

De ouders Cambien bouwden in 1961 op dezelfde plaats een nieuwe kapel, dit ter herinnering aan de 156 wijkbewoners die omkwamen bij de bombardementen en als vroom aandenken aan hun kinderen en de gouvernante die stierven.

(Bronvermelding: Wikipedia; Erfgoedinzicht.be; Onroerenderfgoed.be)