Brugge
Sint-Jacobskerk (1813)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
Op deze tekening van Séraphin Vermote uit 1813 zien we de westzijde van de Sint-Jacobskerk in Brugge (provincie West-Vlaanderen), gezien vanuit de Moerstraat.
Deze kerk is gelegen in het zogenaamde Steenstraatkwartier. Het is een in kern vroeggotische, bakstenen hallenkerk met een zware kruisingstoren.
Door de stichting van de Sint-Jacobsparochie als een afscheiding van die van Sint-Salvators werd de voormalige Sint-Jacobskapel, gelegen op de hoek Grauwwerkersstraat/Ezelstraat, rond 1240 verheven tot parochiekerk.
Wegens plaatsgebrek werd in de loop van de 13e eeuw een nieuwe kerk gebouwd op de huidige locatie. Dit eerste bedehuis was een eenbeukige kruiskerk van een onbekend aantal traveeën, met een transept van een halve travee, een kruisingstoren en een koor van één travee met een vijfzijdige sluiting.
De parochie had eerder weinig parochianen, maar onder hen waren enkele vermogende heren, zoals de hertogen Filips de Goede en Karel de Stoute, wanneer ze in Brugge verbleven. Door hun milde giften, naast de rijkdom van de gilden en patriciërs werden van 1457 tot 1512 verbouwingen en uitbreidingen uitgevoerd in zuidelijke en westelijke richting: onder meer het schip en koor van de toenmalige kerk werden, na afbraak van de zuidelijke transeptarm, respectievelijk een zijbeuk en -koor van de nieuwe, grotere hallenkerk.
Tussen 1468 en 1472 werd het hoofdkoor opgericht en rond 1470 werd het 13e-eeuwse portaal in de noordelijke transeptgevel verwijderd.
Tussen 1516 en 1518 werd het eikenhouten gewelf van het hoofdkoor gebouwd. Rond 1525-1530 werd ten zuiden van het zuidelijke koor de kapel van Ferry de Gros, schatbewaarder van de Orde van het Gulden Vlies, gebouwd. In 1580 werd het interieur geplunderd door de beeldenstormers.
Veel van het kerkmeubilair en van de kerkschatten ging verloren toen de geuzen de kerk in 1580 grondig vernielden.
In 1663 werd de voormalige noordelijke transeptarm, de huidige kapel van de Gelovige Zielen, opnieuw overwelfd. Voorts kwamen er in de tweede helft van de 17e eeuw uitbreidingen met kleinere zijkapellen, zoals ten noorden de kapel van de chirurgijnen (1691) en die van de Heilige Antonius (1691), ten noordoosten de huidige sacristie (1698), toen de kapel van de beenhouwers, en ten zuiden de kapel van Onze-Lieve-Vrouw van de Presentatie (1694).
In 1691-1692 werd het stenen kruisribgewelf in de zijbeuken aangebracht, het interieur heraangekleed in barokstijl, werden de spitsboogvensters vervangen door segmentbogige, de koorvensters dichtgemetseld, en de noordelijke en zuidelijke ingangsportalen toegevoegd. In 1695 werd het zuidelijke koor overwelfd en in 1698 het noordelijke koor.
In 1726 werd de Heilige Annakapel bijgebouwd aan zuidzijde van de zuidelijke beuk.
In 1819 werd het gewelf in het hoofdkoor gepolychromeerd en tussen 1843 en 1845 werd een classicistisch hoofdportaal met driehoekig fronton op zuilen gebouwd. Vermoedelijk waren toen tevens aan de noordzijde van het vermelde portaal de doopkapel en ten zuiden de kerkmeesterskamers en winkel gebouwd. Ten zuidwesten zou ook een kerktuin zijn aangelegd.
Van 1893 tot 1895 was er een restauratie. Onder meer de huidige Sacramentskapel en het noordelijke koor werden gewijzigd. De onderbouw werd gedeeltelijk behouden en de bovenbouw onderging een reconstructie met neogotische toevoegingen; tevens werd de westelijke gevel teruggebracht naar de oorspronkelijke, vroeggotische stijl, waardoor de aanbouwen en tuin moesten wijken.
In 1910-1911 volgde de restauratie van het 13e-eeuwse noordelijke transept.
Vooraan rechts is het Goderyckxgodshuis te zien.
Het betreft het voormalig Godshuis "Goderickx Convent". Het Godshuis werd reeds opgericht in 1383 (in de huidige Geerwijnstraatstraat) door Margaretha Rym, weduwe van Everaert Goderyckx, maar dit pand langs de Moerstraat werd pas aangekocht in 1589 en eveneens aangepast aan de functie van godshuis. Van 1615 tot 1634 gebeurden er belangrijke verbouwingen aan het gebouw onder leiding van de voogd van het godshuis.
In 1904 werd het portaal gerestaureerd. Van 1949 tot 1953 werden onder meer vensters toegevoegd en werd de voorgevel gewijzigd. Het Godshuis bestaat uit 2 grosso modo L-vormige panden rondom een ommuurde binnenhof, verdeeld in zeven afzonderlijke woongelegenheden en een kapel.
Het pand in de Moerstraat heeft een deur met een geprofileerde omlijsting en een rondboognis met Maria met Kind met opschriften "H. Maria. B.V.O. / Anno 1634", geflankeerd door de wapenschilden van de voogd van het godshuis en zijn vrouw.
(Bronvermelding: Wikipedia)