Kortrijk
 
Vismarkt





Kortrijk : Vismarkt


Ansichtkaart van 
1911  versus  Foto (Google Maps) van 2017





Vismarkt

De oude ansichtkaart die dateert van 1911 toont de overdekte vismarkt te Kortrijk (provincie West-Vlaanderen).

De Vismarkt kreeg doorheen de eeuwen verschillende benamingen en bestemmingen. In de oudste historische kronieken over Kortrijk heeft men het in 1347 over "ten Nieuwen Arde", naar de aanlegplaats voor schepen die er in de 14e eeuw aangelegd werd. In het jaar 1446 en 1485 gebruikte men de term "Nieuwen Aard". In de 15e eeuw stonden er op de locatie o.a. een "peerde ghewade" (paardendrenkplaats) en een houten "Steghere" (aanlegplaats).

In 1539 sprak men voor het eerst van de vismarkt maar dit veranderde gedurende de 18e eeuw in "Leyvischmarkt". Vanaf 1795 (gedurende de Franse Tijd) werd dit verfranst naar "Marché au poisson" en in 1866 veranderde de Kortrijkse gemeenteraad dit naar "Marché aux Poissons".

Op de hoek van de Kasteelkaai en de Vismarkt werd in de 18e eeuw de eerste overdekte vismarkt van Kortrijk gebouwd.

Volgens historische kronieken werden in 1808 zo'n 24 stallen verhuurd en mochten de Kortrijkse burgers voor het eerst vis kopen aan de vismijn. In de 19e eeuw werd het gebouw echter te klein en moesten talrijke handelaars hun viswaren op straat verkopen. Hierdoor kon het verkeer niet meer door en bovendien was het gebouw zo slecht gelucht dat de ganse buurt drie dagen na de markt nog steeds naar vis rook.

In 1850 zakte een gedeelte van de kaaimuur weg. In 1855 besloot het college van burgemeester en schepenen om de overdekte vismarkt te verplaatsen en in 1856 werd het gebouw dan uiteindelijk afgebroken. Vanaf 1857 werd de vismarkt ondergebracht onder een nieuwe metalen constructie.

Tot aan de Eerste Wereldoorlog werd er dagelijks tweemaal markt gehouden: ‘s ochtends vroeg en om 11 uur. De onverkochte vis werd aan de wezenschool in de Handboogstraat geschonken. Op het einde van de vorige eeuw begon de omzet af te nemen door de straatverkoop van de visventers.

Toen het bouwwerkje in 1933 bouwvallig geworden was, werd de helft ervan afgebroken. De rest volgde in 1941.

In 1808 heette de kaai nog “Quai de Lille”, in 1815 “Nieuwe Kaai” en in 1822 “Risselkaey”. Op het einde van de 19e eeuw heette deze plaats in de volksmond nog “Op het kasteel”. Vroeger stond op deze plaats immers een Bourgondisch kasteel.

Sinds 1846 heet deze straat “Kasteelkaai”.

(Bronvermelding: Bewerkte info uit "duizend Kortrijkse straten, Egied van Hoonacker)






Het Oud Kasteel

Op de oude ansichtkaart is boven de vismarkt het uithangbord zichtbaar van het café “In ’t Oud Kasteel”. De naam van het café verwijst naar een kasteel uit de boeiende geschiedenis van deze stad.

Het café bestaat thans niet meer. Het moet zich hebben gesitueerd in de Kasteelkaai op de plaats waar nu een kapsalon is gevestigd, rechts van café “Sweet Lime” (toestand 2024).

Kortrijk ontstond uit een Frankische nederzetting gelegen aan de oevers van de Leie. Rond 880 zouden Noormannen in Kortrijk overwinterd hebben. Als gevolg hiervan versterkte Boudewijn II de Kale, graaf van Vlaanderen deze plaats in de 9e eeuw. In de 10e eeuw begon Boudewijn Baldzo zelfstandig te opereren in de Kortrijkse gouw. Deze gouw strekte zich uit over het gebied tussen Leie en Schelde. Hij noemde zich graaf, net als zijn opvolger Eilbodo van Vladslo. Boudewijn IV herstelde het grafelijk gezag door Eilbodo te verjagen en de Kortrijkse Opstand neer te slaan. Omstreeks 1000 verdeelde hij het graafschap Vlaanderen in kasselrijen. Dit waren militaire, bestuurlijke, gerechtelijke en later fiscale districten met een burcht als centrum. Aanvankelijk was Kortrijk afhankelijk van Doornik; vanaf 1071 werd het een onafhankelijke kasselrij.

In deze periode kregen steden voorrechten. Zo kreeg de stad in april 1190 privileges van Filips van de Elzas: Kortrijk werd uit de kasselrij geheven, kreeg een bestuur en lijfeigenen konden zich als vrije burgers (poorters) vestigen.

In de 13e eeuw kreeg Ferrand van Portugal tegenwind van de Vlaamse steden toen de Franse koning Filips August hem tot graaf van Vlaanderen wilde benoemen. Ferrand verschanste zich in Kortrijk waarop troepen uit Gavere en Oudenaarde de stad plunderden. Beide partijen verzoenden zich maar Filips August ging niet akkoord met de regeling. Zijn zoon Lodewijk viel vanuit Rijsel Kortrijk binnen en liet de stad verwoesten. De graven van Vlaanderen lieten ze later weer opbouwen vanwege haar opbrengsten voor de schatkist. Kortrijk won in de 13e eeuw immers sterk aan belang door de lakenindustrie.

De conflicten tussen de Franse koning en Vlaanderen deden de economie in Kortrijk stagneren. Kortrijk werd door Franse troepen bezet in de aanloop naar de Guldensporenslag. Die veldslag vond plaats op het Groeningeveld op 11 juli 1302. De Fransen bouwden een dwangburcht boven op de grafelijke burcht.

Onder meer Vlaamse troepen versloegen in de Guldensporenslag een Frans leger en stelden hiermee een grotere autonomie voor de Vlaamse steden veilig.

In 1323 revolteerden de Kortrijkzanen tegen hun graaf, Lodewijk II van Nevers. De graaf bezette daarom de wijk Overleie.

De inwoners namen dit niet en zetten de graaf gevangen. Daarop volgde een nieuwe Franse bezetting. Uiteindelijk mondde die periode uit in de Slag bij Kassel in 1328 waarbij de Vlamingen werden verslagen. In 1331 vond in Kortrijk een grote stadsbrand plaats.

De Franse aanvoerder Lodewijk II van Male veroverde de stad in mei 1381. Kortrijk was dan weer een bondgenoot van Jacob van Artevelde toen hij het graafschap veroverde. Na de Slag bij Westrozebeke op 27 november 1382 kregen Bretoense huurlingen Kortrijk als premie waarbij de stad werd geplunderd en verwoest. Ook de grafelijke burcht werd vernield.

In 1385 kreeg de stad haar oude vrijheden terug. Hertog Filips de Stoute van Bourgondië wenste het graafschap Vlaanderen beter te beschermen en versterkte Kortrijk. Daartoe werd in 1386 de toelating gegeven om de versterkingen te herstellen en deels uit te breiden met een deel van Overleie. Daarnaast gaf Filips de Stoute de opdracht om een nieuw kasteel te bouwen langs de Leie, nu in de westelijke uithoek van de stad, op de plaats waar de huidige Kasteelkaai en Belfaststraat uitlopen op de Vismarkt.

Vier toponiemen herinneren nog aan zijn bestaan (Kasteelkaai, Kasteelstraat, Oude Kasteelstraat en de Kasteelbrug). De Bourgondische hertog wilde een betere verdediging opzetten die ook gebruikt kon worden om lokale onlusten te onderdrukken. Van daaruit kon men de gehele stad bestoken met vuurwapens.

De hertog was in 1369 gehuwd met Margaretha van Male, de enige erfgename van graaf Lodewijk. Lodewijk sneuvelde in 1384 waardoor Margaretha gravin van Vlaanderen werd.

Het kasteel werd gebouwd tussen 1394 en 1404. Het kasteel was een bijna vierkantig bouwwerk met sterk uitgebouwde donjon en hoektorens. Het geheel was omringd door een gracht en kon via twee bruggen bereikt worden.

Het kasteel had twee toegangspoorten: één die naar de stad en één die naar het platteland leidde.

Sociale spanningen en de pest die een vlot handelsverkeer verhinderde, zorgden ervoor dat de lakennijverheid veel aan belang verloor. Na de dood van Maria van Bourgondië in 1482 raakte Kortrijk opnieuw in een oorlog tegen de Fransen betrokken. De opkomende linnenindustrie bracht de welvaart van weleer niet terug. De volksopstand in de Nederlanden die in 1539 uitbrak, bracht ook de toorn van Karel V over Kortrijk. In de tweede helft van de 16e eeuw was er strijd tussen malcontenten en calvinisten, zoals in 1580 tijdens de Inname van Kortrijk.

In het kader van de Frans-Spaanse Oorlog (1635-1659) eiste de Franse koning Vlaanderen op. Hij viel het graafschap binnen maar botste op hevig verzet van de Spaanse troepen. Langs de hele grens werd gevochten en op 13 juni 1646 begon de belegering van Kortrijk. Spaanse troepen zaten verschanst achter de stadsmuren terwijl twee grote Franse legers de stad omsingelden. Er waren vele gevechten en beide machten waren aan elkaar gewaagd. Uiteindelijk capituleerde het Spaanse garnizoen op 28 juni in een verdrag dat mee werd ondertekend door Frankrijk. Terwijl elders de gevechten tussen de twee grootmachten doorgingen, kwam er in 1647 nood aan huisvesting voor de Franse soldaten en paarden in Kortrijk. Daarvoor bouwde men op de plaats van de Gentpoort een vijf ha grote citadel.

Door het bestand van Regensburg moesten de Fransen het strategische Kortrijk volledig van zijn versterkingen ontdoen. Hierdoor werden zowel de citadel aan de Gentpoort als het Bourgondisch kasteel aan de Kasteelkaai op 29 november 1684 met buskruit opgeblazen. Een eeuw lang bleven de brokstukken liggen zoals ze werden achtergelaten.

Kortrijk was in de late 17e eeuw en eerste helft van de 18e eeuw een van de vestingsteden die deel uitmaakten van de Nederlandse vestingbarrière in de Zuidelijke Nederlanden.

(Bronvermelding: Wikipedia; Onroerenderfgoed.be)



Bekijk deze locatie in Google Street View