Koksijde
Vroegere Duinenabdij
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
Koksijde : Vroegere Duinenabdij
Ansichtkaart van
1950
versus Foto (Guido Kenis/Google Maps) van
2020
Op de kaart van 1950 is een deel van de abdijhoeve Ten Bogaerde te zien, die zelf ooit deel uitmaakte van de Abdij Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen, kortweg de Duinenabdij genoemd. Dit was een abdij aan de Belgische kust te Koksijde (West-Vlaanderen).
Omstreeks 1107 vestigde kluizenaar Ligerius zich in de duinen bij Veurne (de huidige gemeente Koksijde). Daar groeide vanaf 1127-1128 een religieuze gemeenschap die zich met een abdij in 1138 aansloot bij de cisterciënzers. Als eerste van de abdij zelf werd cantor Idesbaldus verkozen in 1155. Hij verkreeg de eerste pauselijke bevestiging van de bezittingen van de snel groeiende gemeenschap, legde de basis voor het grote uithof Synthe bij Duinkerke en legde de eerste contacten met Engeland. Onder zijn opvolgers werd in 1175 de abdij Ter Doest als enige dochterabdij ingericht en werd omstreeks 1200 de basis gelegd voor een imposant domeinbezit in Zeeland en de Vier Ambachten, met als centrum het Hof te Zande nabij Hulst in het huidige Zeeuws-Vlaanderen.
De 13e eeuw wordt beschouwd als het hoogtepunt van de Duinenabdij. De gemeenschap telde omstreeks 1250 zo'n 370 leden. Het domein werd uitgebouwd tot ca. 10.000 ha, thans gelegen in België, Frankrijk, Nederland en Engeland, met grote uithoven die door de abdij zelf beheerd werden en waar grote schuren werden gebouwd. Het Engelse bezit werd verkocht in de vroege 14e eeuw. De abten behoorden regelmatig tot de entourage van de graven van Vlaanderen en daarna de hertogen van Bourgondië en speelden een belangrijke rol op regionaal vlak.
Intussen kreeg de abdij te maken met problemen. De bezittingen in Zeeland hadden regelmatig te lijden van overstromingen en vergden grote inspanningen om drooggelegd te worden. De aantrekkingskracht van de cisterciënzerorde taande en de grote uithoven werden stilaan in pacht gegeven en opgesplitst in kleinere landbouwuitbatingen. In het Frans-Vlaamse conflict koos de abt de kant van de Fransen, en dat leidde na de Guldensporenslag tot zijn vlucht naar Parijs en zorgde voor een breuk in de relatie tot de Vlaamse graven. Nieuwe abten slaagden er in het vertrouwen te herwinnen en de abdij een nieuw elan te geven.
In de eerste helft van de 15e eeuw kende de abdij economische problemen. Tot driemaal toe zouden monniken elders een tijdelijk onderkomen gezocht hebben, maar er werd een economische herstelpolitiek doorgevoerd. Als een nieuw hoogtepunt geldt het bewind van abt Crabbe, kunstliefhebber-bibliofiel en invloedrijk raadsheer. Hij bouwde de refuge te Brugge uit tot een stadspaleis.
De 16e eeuw werd gekenmerkt door moeilijkheden op financieel-economisch gebied door de voortdurende dreiging van overstromingen van de bezittingen in Zeeland en de Vier Ambachten. Toch hielden diverse abten er een luxueuze levensstijl op na. De religieuze troebelen zouden de doodsteek geven voor de abdij te Koksijde. In 1566 hield de Beeldenstorm lelijk huis in de abdij, wat leidde tot vernielingen van kunstwerken en het verlies van een groot deel van de unieke bibliotheek. Vanaf 1578 raakte de regio steeds meer onder de invloed van het calvinisme van Gent, werden troepen gelegerd in de abdij die deels afgebroken en te gelde gemaakt werd, werden de goederen aangeslagen en moesten de Duinheren vluchten naar Brugge en later naar onder meer Douai.
Na de herovering van Vlaanderen voor het katholiek-Spaanse gezag vestigden de monniken zich in Brugge, om zich ca. 1590 in de refuge te Nieuwpoort te vestigen.
In 1596 betrokken ze een vroeger uithof, de abdijhoeve Ten Bogaerde in Veurne (thans Koksijde), waar ze een nieuwe abdij uitbouwden. Verschillende invallen bezorgden de grote hoeven veel overlast en vernielingen. Op Ten Bogaerde werd in 1593 de grote schuur in brand gestoken.
De Duinheren organiseerden nu zelf de systematische afbraak van de oude abdijsite, die bedekt werd door oprukkend duinzand en voor de resterende gemeenschap veel te groot geworden was om middelen te genereren voor de nieuwe abdij. De abt liet de oude abdij verder afbreken om bouwmateriaal voor een nieuwe abdij te recupereren. Daarbij werd in 1623 het vermeende lichaam van abt Idesbaldus vrijwel ongeschonden na meer dan vier eeuwen - opgegraven en bijgezet in de nieuwe abdijkerk op Ten Bogaerde. De nieuwe abdij werd een heus bedevaartsoord. Tot op vandaag houdt een devotie ten aanzien van Idesbald stand (Idesbald werd in 1894 door de Katholieke Kerk zalig verklaard).
In 1624 slaagde de abt er in de wegkwijnende abdij Ter Doest te bekomen van het bisdom Brugge. Dat behelsde ook de bezittingen, zoals het archief en de handschriften, de hoeven en domeinen, maar ook de refuge te Brugge. Daar vestigde de Duinenabdij zich in 1627 en bouwde ze aan de Potterierei te Brugge een nieuw complex (nu het Grootseminarie van Brugge). De abdij zorgde voor nieuwe inkomsten door een drooglegging van polders in Zeeuws-Vlaanderen waardoor Ten Bogaerde verder kon ingericht worden. Met materiaal van de oude abdij werd er een abtskapel aan het woonhuis aangebouwd en werden er ook enkele bijgebouwen gebouwd.
Het complex bleef echter slecht verdedigbaar en het bleef in de regio erg onrustig. Bovendien was de gemeenschap terug aangegroeid tot 49 monniken en er was nood aan een groter gebouwencomplex. De abt slaagde er uiteindelijk in om een nieuwe locatie in Brugge te vinden en de monniken verlieten Ten Bogaerde in 1627. Ze verhuisden naar het refugehuis van Ter Doest te Brugge waar ze een nieuwe Duinenabdij bouwden. Ten Bogaerde werd opnieuw als hoeve verpacht. Er bleven wel enkele monniken in Ten Bogaerde wonen voor het beheer van de plaatselijke goederen.
In 1678 kwam Ten Bogaerde en de hele regio Veurne in handen van de Fransen. Brugge (en dus ook de nieuwe Duinenabdij) bleef in handen van de Spanjaarden. Om de controle over Ten Bogaerde en de omliggende goederen te bewaren, zond de abt een aantal monniken naar Ten Bogaerde. In 1678 werd een nieuwe abt gekozen. De ontvanger van het Westkwartier, Arnold Terrasse, werd evenwel onder impuls van de Franse koning zelf tot abt verkozen. Daartoe vocht hij de legitimiteit aan van de Brugse Duinenabdij, gevestigd in het refugehuis van Ter Doest, en beschouwde hij Ten Bogaerde als de enige rechtmatige Duinenabdij. De abt van Clairvaux keurde de afscheuring goed. De facto werd Ten Bogaerde een afzonderlijke abdij. Deze situatie bleef enkele jaren bestaan, tot in 1686 Ten Bogaerde terug onder het beheer kwam van de Brugse Duinenabdij.
De kerk werd verbouwd tot een schuur ("Kerkschuur"), maar een monastieke vleugel bleef bewaard tot in de 19de eeuw.
De 18e eeuw vormde een periode van bloei en herstel. Diverse hoeven werden flink verbouwd en de abdijkerk te Brugge werd eindelijk afgewerkt. De Franse Revolutie leidde evenwel tot invallen van Franse Republikeinen, de afschaffing van de abdij en de nationalisatie van de abdijgoederen (1796) die openbaar verkocht werden. De vroegere Duinheren slaagden er slechts gedeeltelijk in dit terug te verwerven. In 1819 richtten ze bovenop de kapittelzaal van de oude abdijsite te Koksijde een kapel op, waar nog steeds Sint-Idesbald vereerd wordt.
Een schilderij van Pieter Pourbus uit 1571 biedt een beeld van het intussen al aangetaste abdijcomplex. Het bestond uit een groot neerhof (al belaagd door het zand) en de eigenlijke abdij, met een poortgebouw en een omheiningsmuur, een imposante kerk, een groot kloosterpand met eromheen de monnikenvleugel met kapittelzaal (oost), een lekenbroedersvleugel met de stapelruimte (kelder) (west), en refter en keuken in het zuiden, een kleiner pand, een infirmerie, bibliotheek, allerlei nutsgebouwen voor werklui, een waterhuis, een brouwerij, een gasthuis met wellicht eigen keuken, refter en slaapzaal, twee windmolens en een rosmolen.
Buiten de abdijterreinen beschikte de abdij over tientallen uithoven en pachthoeven, waaronder Ten Bogaerde, refugehuizen, pachtgronden en een eigen handelsvloot.
Het Uithof Ten Bogaerde
Op Ten Bogaerde herinneren de Grote Schuur en de toegangspoort aan het middeleeuwse uithof, het abtsgebouw en de Kerkschuur aan de 17de-eeuwse abdijvestiging, en de varkensstallen (oorspronkelijk schaapsstallen) aan de 18de-eeuwse uitbating als abdijhoeve.
De eerste vermelding van "Bongart" (Boomgaard) dateert van 1183. Ten Bogaerde zou uitgroeien tot een van de grote uithoven en het uithof dat het dichtst bij de abdij gelegen was. In de 13
e
eeuw werd hier een voorraadschuur gebouwd, thans de grootste bewaarde schuur van de Duinenabdij.
Ten Bogaerde werd in 1593 door vrijbuiters in brand gestoken. De hoeve werd heropgebouwd maar brandde in 1600 opnieuw af. Pas in 1604 werden de opstandelingen definitief teruggedreven en kon de hoeve terug in orde gebracht worden. Deze werken werden voltooid in 1612.
Sinds 1596 woonde de gemeenschap in Ten Bogaerde omdat de centrale abdijgebouwen door de onrusten en ook door oprukkende zandduinen in staat van verval verkeerden en er geen geld was voor herstel van zo'n grote abdij. De abt liet Ten Bogaerde versterken en een refter, een kleine slaapzaal en de fundamenten van de kerk bouwen. De gemeenschap telde op dat moment 25 monniken. In 1607-1608 een nieuwe kerk voltooid en ingezegend (momenteel tentoonstellingsruimte). Van 1610 tot 1623 werd er verder gewerkt aan Ten Bogaerde. Het hoofdgebouw werd in 1612 afgewerkt, inclusief het barokke torentje.
In 1796 werd de hoeve door de Franse revolutionairen genationaliseerd. Op de openbare verkoop kon men het goed terug aankopen.
In 1833 stierf de laatste monnik van de Duinenabdij en kwam Ten Bogaerde in handen van het bisdom Brugge die de hoeve verder bleef verpachten.
In 1869 droeg het bisdom de eigendomsrechten over aan de kerkfabriek van Sint-Salvator te Brugge, die het goed verder verpachtte.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog was er een militaire basis in Ten Bogaerde gevestigd, inclusief een militair vliegveld.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikte het Duitse leger Ten Bogaerde als kazerne. Het legde op landbouwgronden naast Ten Bogaerde een vliegveld aan. Tot oktober 1949 werd Ten Bogaerde nog verpacht.
Vanaf 1950 werd de abdijhoeve gebruikt als landbouwschool, die o.m. de Kerkschuur verbouwde (met tussenverdiep).
In 1993 werd het 17de-eeuwse gebouw gerestaureerd en werd er een tentoonstellingsruimte ingericht.
In 2004 kocht de gemeente Koksijde de hoeve aan. Het bijhorende gebouw werd ingericht als restaurant, de 13de-eeuwse Grote Schuur ingericht als een tentoonstellingsruimte en de 18de-eeuwse varkensstallen als craftbrouwerij Sint Idesbald.
Ook de toegangspoort (oorspronkelijk uit de 13de eeuw) werd gerestaureerd.
(Bronvermelding: Wikipedia)
Bekijk deze locatie in Google Street View