Florenville
Abdij van Orval
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
Florenville : Abdij van Orval
Ansichtkaart van
circa 1950
versus Foto (Bijzondereplaatsen.nl) van
2020
De eerste monniken die zich in Orval vestigden, kwamen in 1070 uit Zuid-Italië. Ze werden verwelkomd door de plaatselijke leenheer, graaf Arnout van Chiny, die hun een stuk grond schonk. Onmiddellijk werd de bouw van een kerk en een klooster aangevat.
In 1124 was de kerk klaar. In 1132 kwamen zeven cisterciens monniken van dit klooster aan in Orval. Vijf eeuwen lang heeft Orval het bescheiden bestaan gekend dat vele cisterciënzerkloosters hebben geleid. Vanaf het midden van de 13de eeuw werd ze regelmatig geteisterd door rampen waarvan de nawerking zich telkens zeer lang liet voelen. In 1252 woedde er een hevige brand. Het zou haast een eeuw duren voor de gemeenschap zich van dit onheil herstelde. Sommige delen van de abdij moesten helemaal opnieuw opgetrokken worden. In de loop van de 15de en de 16de eeuw richtten oorlogen grote verwoestingen aan. Ook Orval bleef niet gespaard.
De monniken installeerden een ijzersmelterij. In 1533 werd een vernieuwde kerk ingewijd. Op dat ogenblik telde de gemeenschap 24 monniken. In 1637 werd het klooster leeggeplunderd en in brand gestoken. Het ging, bijgebouwen incluis, helemaal in de vlammen op. Aan de wederopbouw zou tot aan het einde van de eeuw in een klimaat van onveiligheid en onzekerheid gewerkt worden.
De vurigheid van de monniken ging hand in hand met materiële voorspoed : het landbouwareaal en de industriële vestigingen van de monniken breidden zich voortdurend uit. Op het einde van de 17de eeuw en tot in het midden van de l8de eeuw stonden de ijzersmelterijen van Orval aan de spits van de westerse metaalindustrie.
De inkomsten werden gebruikt voor de bouw van een nieuw klooster. In 1793 werd de abdij opnieuw geplunderd en in brand gestoken. Alles ging opnieuw in de vlammen op. Gedurende meer dan een eeuw zouden de zwartgeblakerde muren van de abdij aan de weersomstandigheden prijsgegeven worden en dienst doen als steengroeve.
Na de plundering door de Franse revolutionairen en meer dan een eeuw leegstand, begon Orval in 1926 aan een tweede leven.
In 1926 schonken de toenmalige eigenaars de ruïnes van Orval en de gronden eromheen aan de Orde van Cîteaux. Ze zou er graag opnieuw een monastieke gemeenschap tot stand zien komen. Een groep monniken vormden de kern van de nieuwe gemeenschap. De heropbouw van het klooster werd een reusachtige onderneming. In 1936 werd Orval een zelfstandige abdij. In 1948 waren de bouwwerken beëindigd en werd de heropgebouwde kerk plechtig ingewijd.
De abdij werd onder meer dankzij het trappistenbier en de ambachtelijke kaas, beroemd in België en daarbuiten.
(Bronvermelding: Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Abdij_Notre-Dame_d’Orval (online) - geraadpleegd op 27 juni 2026 - CC BY-SA 4.0; Info van Orval.be - geraadpleegd op 20 juni 2024 – vertaald uit het Frans; foto van 2020 van gebouw abdij werd gebruikt met toestemming van bijzondereplaatsen.nl)
Het gebouw dat zichtbaar is op de ansichtkaart van 1950 betreft het gebouw dat is aangeduid onder nummer 2 op volgende overzichtskaart van de abdij:
Aan de stichting van de abdij is ook een legende verbonden:
Op het etiket van het bier staat een forel met een gouden ring in de bek. Het etiket is de illustratie van de legende over de stichting van de abdij van Orval. Gravin Mathilde van Toscane, weduwe van de hertog van Neder-Lotharingen, had per ongeluk haar trouwring in de bron van het dal laten vallen. Ze smeekte God om hulp en het duurde niet lang of er kwam een forel boven water met in zijn bek de kostbare ring. Mathilde riep toen uit "Dit is echt een gouden dal!" (Orval, "val d'or" betekent "gouden dal") en ze besloot uit dankbaarheid op deze gezegende plaats een klooster te stichten.
Hier nog een sfeerbeeld van het leven in de abdij anno 1950 (kaart uit eigen collectie):
Bekijk deze locatie in Google Street View